The Kid (1921)

Regie: Charles Chaplin | 68 minuten | komedie, drama, familie | Acteurs: Charles Chaplin, Edna Purviance, Jackie Coogan, Baby Hathaway, Carl Miller, Granville Redmond, May White, Tom Wilson, Henry Bergman, Charles Reisner, Raymond Lee, Lita Grey, Edith Wilson, Baby Wilson, Nellie Bly Baker    

Er zijn maar weinig filmsterren zo iconisch als Charlie Chaplin. De hoogtijdagen van deze creatieve duizendpoot liggen al bijna een eeuw achter ons, maar zijn silhouet spreekt nog altijd tot de verbeelding. Chaplin timmerde al enige tijd aan de weg als komiek, toen hij in 1919 met collega’s Douglas Fairbanks, Mary Pickford en DW Griffith de nieuwe productiemaatschappij United Artists oprichtte. De perfectionistische Chaplin had namelijk weinig vertrouwen in de bestaande productiehuizen en hield de zaak liever in eigen hand. Hij had echter nog een contract voor zes films met First National en dat bedrijf weigerde de afkoopsom, zodat Chaplin nog tot eind 1922 aan zijn oude contract vastzat. Eén van de zes films die hij in de tussentijd maakte, was ‘The Kid’ (1921), Chaplins eerste film die langer dan een uur duurde. ‘The Kid’ is behoorlijk persoonlijk. Zo verloor Chaplin kort voor hij deze film opnam zijn pasgeboren zoontje. Ook verwerkte hij ervaringen uit zijn eigen jeugd – zoals armoede en de scheiding tussen ouder en kind – in het verhaal.

‘The Kid’ begint met een moeder (Edna Purviance) die ten einde raad haar kind te vondeling legt in een auto, in de hoop dat het jongetje goed terecht zal komen. De auto wordt echter gestolen en zodra de dieven het baby’tje ontdekken, dumpen ze hem. ‘The Tramp’ (Charlie Chaplin) vindt het ventje en hoewel hij aanvankelijk probeert een ander ermee op te schepen, raakt hij toch aan het kind verknocht. Hij voedt het jongetje zo goed en zo kwaad als het gaat op. Vijf jaar gaan er voorbij. Het tweetal is inmiddels onafscheidelijk en vormt een gehaaid team in het om de tuin leiden van mensen. Maar dan wordt het kind (inmiddels gespeeld door kindsterretje Jackie Coogan) ziek. De dokter ontdekt dat The Tramp niet zijn echte vader is en schakelt de kinderbescherming in. Die nemen het mannetje mee, en terwijl The Tramp er alles aan doet om hem terug te krijgen, blijkt ook de biologische moeder van het jongetje weer ten tonele te zijn verschenen.

De beste films uit het oeuvre van Charlie Chaplin combineren humor, tragedie en sentiment en dat zijn precies de pijlers die je terugziet in ‘The Kid’. De film zit boordevol slim gevonden scènes die inmiddels een iconische status hebben bereikt. The Tramp die met kunst en vliegwerk het baby’tje probeert te verzorgen en daarbij een oude koffiepot met een speen aan het uiteinde gebruikt als fles. Of de kwajongensstreken die ‘vader en zoon’ uithalen met ruiten en ander glaswerk. Ook het gevecht van The Tramp met de grote broer van de pestkop uit de straat blijft op je netvlies staan. Het is bijzonder knap hoe Chaplin – die niet alleen acteert en regisseert, maar ook de productie, montage en muziek voor zijn rekening nam – humor en tragedie weet samen te smelten tot een film die na bijna honderd jaar nog altijd als een huis staat. Op het witte doek krijgt hij uitstekend weerwerk van de piepjonge Jackie Coogan, die nog altijd te boek staat als een van de beste kindsterren ooit. Maar dit is boven alles Chaplins film. Hoewel zijn echte meesterwerken pas later zouden volgen, geeft hij met ‘The Kid’ al een prachtig voorproefje. Het sentiment – wat overigens vaste prik lijkt te zijn in het oeuvre van Chaplin – neem je zonder enige twijfel voor lief. ‘The Kid’ is een prachtig staaltje klassieke cinema; indrukwekkend in al zijn eenvoud.

Patricia Smagge

‘The Kid’ werd digitaal gerestaureerd en is vanaf 13 maart 2014 te zien in EYE.