The Lord of the Rings: The Return of the King (2003)

Regie: Peter Jackson | 178 minuten | actie, drama, oorlog, avontuur, familie, fantasie | Acteurs: Elijah Wood, Sean Astin, Dominic Monaghan, Billy Boyd, Viggo Mortensen, Ian McKellen, Liv Tyler, Bernard Hill, Miranda Otto, John Noble, David Wenham, Karl Urban, Christopher Lee, Andy Serkis, Brad Dourif, Bruce Spence

In december 2003 was het dan zover: eindelijk zou het slotakkoord van Peter Jacksons filmproject van Herculeaanse proporties, zijn bewerking van J.R.R. Tolkiens ‘The Lord of the Rings’, in de bioscopen worden vertoond. Nu zou iedereen kunnen zien of deze uiterst talentvolle Kiwi-filmmaker drie keer de bliksem zou kunnen doen inslaan en of de enorm hoge verwachtingen – die waren gewekt door de weergaloze eerste twee delen: ‘The Fellowship of the Ring’ en ‘The Two Towers’ – beantwoord zouden worden. En antwoorden deed Jackson! Het is bijna onvoorstelbaar, maar ‘The Return of the King’ is een meer dan waardige afsluiting geworden van een magistraal filmavontuur.

Vaak wordt bij vervolgen de filosofie “bigger is better” toegepast, en hoewel ‘The Two Towers’, en ‘The Return of the King’ geen vervolgen in traditionele zin genoemd kunnen worden op ‘The Fellowship of the Ring’ – omdat het allemaal onderdelen zijn van één en hetzelfde verhaal – geldt dit ook voor Jacksons filmadaptatie. ‘The Fellowship’ had intense gevechten met orcs, een grottrol, en de vreselijke Balrog, maar in ‘The Two Towers’ overtrof Jackson dit met de overdonderende slag bij Helmsdiepte. En, het lijkt misschien hyperbool, maar dat was nog niets vergeleken met de ongelooflijke taferelen, de oneindig grote(re) veldslagen die plaatsvinden in ‘The Return of the King’. Jackson trekt werkelijk alle registers open: hordes stampende en brullende “olifaunts” met grote stekels aan hun slagtanden, trollen die, slaand op trommels, voor de legioenen orcs uitlopen; angstaanjagende vliegende monsters waarmee de ringgeesten ineens uit de lucht komen duiken; wargs; piraten; een dood leger, en nog veel meer! Je komt als kijker werkelijk ogen en oren te kort en het komt meerdere malen voor dat je naar adem moet happen na een intense scène.

Al dat overdonderende spektakel is mooi meegenomen, natuurlijk, maar niet alleen de actiescènes zijn in schaal toegenomen of intenser; ook de kleine momenten zijn – paradoxaal genoeg – grootser. “Wie het kleine niet eert…” moet Jackson gedacht hebben want, hij verliest nooit het persoonlijke aspect uit het oog. Net als met ‘The Two Towers’ wordt alle overweldigende actie ten allen tijden gerelateerd aan het menselijke en emotionele. En dat moet ook, anders verliest het publiek snel zijn interesse en worden de kijkers murw geslagen door alle actie, wat in zoveel andere “blockbusters” en spektakelfilms gebeurt. Een film als ‘Transformers 2’ bijvoorbeeld, is luid en zit boordevol actie en gevechten, maar wordt op den duur ronduit saai door een gebrek aan betrokkenheid. Geen kans hierop bij ‘The Return of the King’. Want ook de subtiele, menselijke momenten blijven bij. Zoals de momenten vlak voor de cruciale veldslag op de velden van Pelennor, wanneer de troepen tegenover elkaar staan en koning Theoden zijn mannen moed inspreekt en met zijn zwaard de lansen van de voorste ruiters aantikt, terwijl hij op zijn paard langsrijdt. Of de gevoelige, rustige dialoog tussen Gandalf en Pippin in de witte stad Minas Tirith, over de dood en schoonheid van het hiernamaals, die plaats vindt te midden van grote chaos, terwijl de orcs en trollen letterlijk op de deur bonzen en het einde in zicht is. Misschien wel het mooiste moment van alle films bij elkaar vindt plaats na afloop van de allesbepalende oorlog met (de troepen van) Sauron en de queeste om de vernietiging van de ring, wanneer de vier hobbits met elkaar rustig een pint drinken in hun stamkroeg “De Groene Draak”. Hier in de Gouw is alles en iedereen om hen heen nog net zo onbezorgd en vol lol als voorheen – en dat is precies waar ze om hebben gestreden – maar zelf zijn ze voor altijd veranderd. Er zijn geen woorden nodig. Ze kijken elkaar aan met een melancholische blik. Ze hebben samen onbeschrijflijke ervaringen gedeeld, en hebben een onbreekbare band met elkaar gesmeed. Ze proosten, lichtelijk verdrietig, maar vooral voldaan en tevreden, klaar om aan de toekomst te beginnen, die ze zelf (mede) veilig hebben gesteld. Prachtig geacteerd, en het toont de essentie van de film op een elegante, subtiele manier.

‘The Return of the King’ is een triomf en heeft ondanks de veelheid aan verhaallijnen en personages die hun ontwikkeling moeten afronden, een duidelijke focus. Het gaat nu gelukkig weer wat meer en duidelijker (dan in ‘The Two Towers’) om het verhaal van Frodo en de vernietiging van de Ring. Er wordt vaak aan zijn missie gerefereerd en Aragorn, Gandalf en co. doen alles om de weg voor hem vrij te maken om het vermaledijde ding in de vulkaan te kunnen gooien. En natuurlijk wordt het voor Frodo zelf allemaal steeds dramatischer en moeilijker. Niet alleen wordt de Ring steeds zwaarder en dreigt hij toch in de ban van het onschuldig lijkende sieraad te geraken, maar hun gids Gollem wordt een steeds groter obstakel. Hij leidt ze over een levensgevaarlijke weg en drijft langzaam maar zeker een wig tussen hem en zijn trouwe kameraad Sam. Het gaat zover dat Frodo in de leugens van Gollem gaat geloven en Sam naar huis stuurt. Heiligschennis, waarschijnlijk voor professor Tolkien, en de liefhebbers van zijn boek, want hun vriendschap hoort overal tegen bestand te zijn. Deze vriendschap is het hart van de film, en de reden dat de missie zal (of kan?) slagen. Het zorgt wel weer voor extra drama, en een emotionele hereniging maar het is de vraag of dit een noodzakelijke zet was voor de regisseur. Ook Gollum is nu zijn tweeslachtige karakter kwijt, wat zijn personage in ‘The Two Towers’ zo interessant maakte. Hij is nu volledig slecht geworden, wat hem toch wat saaier maakt. Zijn “sneaky” handelwijze om Frodo en Sam uit elkaar te drijven is echter wel weer fascinerend om te zien. Gelukkig zijn de momenten van Frodo en Sam na hun hereniging enorm intens en wordt hun tocht naar de vulkaan prachtig geacteerd. Wanneer Sam uiteindelijk Frodo op zijn rug moet nemen, omdat deze niet meer vooruit komt, en de woorden spreekt: “Ik kan de Ring misschien niet dragen, maar jou wel!”, is de kans groot dat de waterlanders rijkelijk zullen vloeien.

De beelden zijn in ‘The Return of the King’ regelmatig adembenemend, met als uitschieters de eerste blik op de gelaagde witte stad Minas Tirith van Gandalf en Pippin, en de bestijging hiervan te paard. Of het aansteken van de bakens door Pippin, die op de vele bergtoppen tussen Gondor en Rohan stuk voor stuk ontvlammen. Met begeleiding van de majestueuze, heroïsche muziek van Howard Shore, zorgen deze momenten minutenlang voor kippenvelgevoel.

Natuurlijk kunnen er gekscherende opmerkingen gemaakt worden over de hechte vriendschapsband tussen Frodo en Sam, de over-de-top momenten in de film(s), of de vele eindes (“De film houdt maar niet op!”) in ‘The Return of the King’ of de andere films, maar niemand kan om deze ongelooflijke prestatie heen. ‘The Lord of the Rings’ is een filmproject geworden waar de liefde en bevlogenheid voor het bronmateriaal en de filmkunst op zich vanaf spatten en is zo’n weergaloos spektakel, zo’n meeslepend avontuur vol emoties geworden, dat je er alleen maar diep respect voor kunt hebben. Zoals iedereen aan het einde van ‘The Return of the King’ voor de moedige hobbits buigt, dienen wij plechtig op de knieën te gaan voor Jackson en zijn team filmkunstenaars: “You bow to no one.” Grote hulde!

Bart Rietvink

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 17 december 2003