The Shining (1980)

Regie: Stanley Kubrick | 115 minuten | horror, thriller | Acteurs: Jack Nicholson, Shelley Duvall, Scatman Crothers, Danny Lloyd, Barry Nelson, Philip Stone, Joe Turkel, Anne Jackson, Tony Burton, Lia Beldam, Billie Gibson, Barry Dennen, David Baxt, Manning Redwood, Lisa Burns

Met de filmadaptatie van Stephen Kings roman “The Shining” waagde Kubrick zich voor het eerst aan een horrorfilm. Net als in film noir, oorlog, drama, en science fiction, laat hij zien in dit genre prima uit de voeten te kunnen, terwijl hij weer duidelijk zijn eigen stempel op de productie drukt.

Het is zowel een fysieke als een psychologische horrorfilm geworden. De letterlijke bedreiging die Jack Torrance uiteindelijk voor zijn gezin vormt is angstaanjagend, maar werkt vooral door de psychologische achtergrond hiervan die kenbaar wordt door de effectieve spanningsopbouw, culminerend in Jacks mentale ondergang.

De film begint meteen met atmosferische helikoptershots, waarbij we Jacks auto volgen, die door de bergen rijdt, op weg naar zijn sollicitatiegesprek in het Overlook Hotel. De grote isolatie en dreiging die van de hoge bergen uitgaan, en de smalle, kronkelende wegen zorgen, samen met de vreemde muziek en geluiden, voor een onheilspellende sfeer. Er heerst het gevoel dat er iets vervelends staat te gebeuren. Zodra Jack in het hotel is aangekomen krijgen we een scène te zien waarin zijn vrouw en zoontje Danny thuis aan de ontbijttafel zitten, en praten over de potentiële baan van Jack. Danny heeft er een naar voorgevoel over, en zegt via de stem in zijn hoofd die hij Tony noemt, dat hij het niet ziet zitten om naar het hotel te gaan. Hierna krijgt Jack te horen dat een vorige oppasser van het hotel gek was geworden en zijn gezin had uitgemoord. Alweer een slechte voorbode. Jack geeft er weinig om. Sterker nog: hij verklaart uit te kijken naar zijn verblijf in het hotel.

Dan krijgen de voorbodes een visuele vorm. Danny staat voor de spiegel met de denkbeeldige Tony te praten – met wie hij communiceert via zijn wijsvinger -, waarna hij een visioen krijgt van het hotel. We zien de liften van het Overlook Hotel, waaruit liters bloed komt stromen, tegen de wanden opspattend. Heel even, terwijl de lifthal volstroomt met bloed, zien we ook een bijna subliminaal beeld van twee meisjes in identieke blauwe jurkjes die elkaars hand vasthouden en strak de camera inkijken. Het zijn vooral deze twee meisjes, die regelmatig terug zullen komen later in de film, die voor kippenvel zorgen. Ze staren Danny vaak alleen aan terwijl ze roerloos in de kamer staan. De gepersonifieerde onschuld van de kinderen, tegen een achtergrond van horror, zorgt voor een zeer ongemakkelijk gevoel bij de kijker. Het is een haast onwerkelijk contrast.

De geestverschijningen zijn voor de kijker niet duidelijk van de werkelijkheid te onderscheiden. Ze zien er niet traditioneel schimmig uit; noch zijn ze duidelijk in het kader van iemands perceptie geplaatst. Ze verschijnen in het hotel als ware het mensen van vlees en bloed, op de manier waarop de personages ze zelf ook zien. Dit maakt het juist zo verontrustend.

Danny kan deze beelden zien door een gave die hij heeft, die door de kok de “shining” wordt genoemd. Het is in feite een zesde zintuig, een mogelijkheid tot buitenzintuiglijke waarneming, waardoor hij dingen in het verleden en in de toekomst kan zien. In het hotel gaat het om verontrustende “overblijfselen” van een aantal jaar terug, toen een gezin gruwelijk aan zijn eind kwam. Sommige van deze overblijfselen spoken in het hotel rond, wachtend op een gewillig slachtoffer die ze kunnen gebruiken voor de kwade bedoelingen van het hotel. Jacks mentale toestand is perfect. Hij is verbitterd door zijn falen als schrijver, hij leeft samen met een vrouw voor wie hij alleen maar minachting voelt, en hij haat zijn zoon.

Een fascinerend aspect van de film is de spanning tussen de psychologische en paranormale interpretaties van het verhaal. Je kunt lange tijd denken dat Jack al die vreemde beelden ziet omdat hij gek aan het worden is, op die manier de bovennatuurlijke verklaring verwerpend. Tot het moment dat Jack in de vrieskamer zit en wordt vrijgelaten door de geest van Grady. Dan is er geen weg meer terug.

Het eerste moment dat Jack de verschijningen gaat zien vindt plaats na een veelzeggende verklaring. Jack gaat aan de bar zitten en zegt zijn ziel te willen afstaan voor een borrel. Op dat moment verschijnt de bartender. Het is het begin van het einde, het daadwerkelijke verlies van Jacks ziel.

Zoals meestal bij het werk van Kubrick, is de film weer een genot om naar te kijken. Vooral het geïnspireerde gebruik van de steadicam, die pas was uitgevonden, zorgt voor boeiende plaatjes. De steadicam zorgt ervoor dat er makkelijker mensen (of objecten) gevolgd kunnen worden in smalle ruimtes of bij scherpe bochten, en dat er een lagere hoek en lager camerastandpunt gehanteerd kunnen worden. Dit maakt bijvoorbeeld de prachtige shots mogelijk waarbij we Danny volgen die op zijn skelter door de gangen van het hotel rijdt, en de spanningopwekkende shots van Danny die door de besneeuwde doolhof rent, op zijn hielen gezeten door Jack.

Maar ook andere shots zijn indrukwekkend. Let bijvoorbeeld op het shot van onderen wanneer Jack in de vrieskast zit en tegen de deur slaat. Of het shot waarbij Jack naar een maquette van de doolhof kijkt en daar zijn vrouw en kind ziet lopen, als speelballen van zijn macht.

Jacks acteerwerk in de film is altijd boeiend. We herinneren misschien vooral de uiteindelijke over-de-top modus van Jack, met het iconische beeld van de bijl door de deur, maar hij laat een heel scala aan emoties zien, en zijn monologen en gesprekken met de geesten zijn vaak briljant in hun genuanceerde stemmingswisselingen. Shelley Duvall is goed gecast als onzekere, fragiele vrouw die niet weet wat haar overkomt, hoewel ze zich hier en daar wel erg bangig gedraagt. Danny Lloyd, tenslotte, is een ontdekking als het slimme, introverte zoontje dat “gezegend” is met de gave van de shining.

Bart Rietvink

Waardering: 4.5

Bioscooprelease: 30 oktober 1980