Zonder pardon (2009)

Regie: Norbert ter Hall | 112 minuten | komedie | Met: Theo Maassen

Theo Maassen zoals je hem nog nooit hebt gezien, dat is de essentie van de bioscoopversie van zijn jongste cabaretvoorstelling ‘Zonder pardon’. Een avondvullend programma van een cabaretier op het witte doek, dat is nog niet eerder in Nederland vertoond en daarmee heeft Maassen een primeur te pakken.

Op 19 september 2009 trad Theo Maassen op in het Oude Luxor Theater in Rotterdam, waarbij tien camera’s onder regie van Norbert van Hall de show vastlegden. Op dat moment had Maassen al ruim een jaar met zijn zesde theatervoorstelling door het hele land getoerd. In krap twee maanden werd het materiaal gemonteerd en als bioscoopfilm uitgebracht.

De vraag is echter: voegt een speelfilm van de voorstelling echt iets wezenlijks toe aan het theaterprogramma? Het antwoord hierop is: nee. Het is een heel andere ervaring dan wanneer je als kijker daadwerkelijk in de zaal zit en het is ook heel anders kijken dan wanneer een registratie van een show op televisie te zien zien (nog afgezien van het formaat). Want met dat laatste laat de film zich het makkelijkst vergelijken. En wat dat betreft is de film niets meer en niets minder dan een registratie van een theatervoorstelling, waardoor het hele nut om hiervan een speelfilm te maken wegvalt.

Een bezoek aan het theater, dat weliswaar veel duurder is dan de prijs van een bioscoopkaartje, is veel meer een belevenis. Er is veel meer intimiteit, zelfs in de grote zaal van Luxor met 900 andere bezoekers, en de interactie is ook duidelijk tussen de artiest en het publiek. Wanneer Maassen “kut Rotterdammers” roept, heeft hij het tegen de mensen in de zaal, niet tegen de anonieme mensen die in een heel andere zaal zitten. De kijker in de bioscoop is veel meer toeschouwer, die de gebeurtenissen als het ware door een prisma waarneemt. Het is een rare gewaarwording om zowel de theaterzaal als de bioscoopzaal tegelijk om een grap te horen lachen.

Tegelijkertijd zit de camera dicht op Maassens huid en is iedere haar van zijn stoppelbaard te tellen. Het is een voordeel dat de camera geen detail mist, omdat elke nuance in de ogen van Maassen en elke spiervertrekking wordt blootgelegd, wat de kracht van zijn verhaal onderstreept. Ook uit de gekozen camerahoeken en de sterke montage blijkt dat de makers met zorg en veel gevoel voor timing de voorstelling hebben vastgelegd.

Vijftien maanden oud is ze, op de dag af, het dochtertje van Maassen waar hij vol trots en liefde over vertelt en van wie hij zelfs een foto laat zien. Het nieuwe vaderschap is de rode draad in de voorstelling en zijn hoogst persoonlijke worsteling met aloude vragen als: ‘ben ik wel een goede ouder?’ en ‘in wat voor wereld zal mijn kind opgroeien?’ Met een bijtend sarcasme, scherpe observaties en tegendraadse logica geeft Maassen soms verrassende inkijkjes in zijn wereldbeeld en hoe de samenleving eruit ziet. Hij verdeelt de samenleving in twee groepen, de mensen die verwerkt zijn met een goede zaadlozing en de “voorvocht mensen”, wat verder geen uitleg behoeft. De laatste groep bestaat uit de domme mensen, de klagers, de ontevredenen. Hierbij doelt hij vooral op de potentiële stemmers op de Partij voor de Vrijheid. Maar de politieke grappen van Maassen vormen niet zijn sterkste troefkaart, het is juist in de momenten waarop hij de nieuwe dingen die hij leert, de oestrogeen die hij aanmaakt en zijn zorgen deelt met zijn publiek, dat hij op zijn sterkst is. De alledaagse observaties, de verhoudingen tussen mannen en vrouwen vormen de ruggengraat van de voorstelling. Uiteraard worden harde grappen niet geschuwd en houdt hij een hilarische tirade over het Rijkswapen op zijn paspoort.

De film zal fans van Maassen (en die de voorstelling niet in het theater gezien hebben) nogmaals bevestigen dat hij één van de beste cabaretiers, zo niet de beste, van Nederland is. Als dat het punt is dat de film wil maken, zijn de makers in hun opzet geslaagd.

Hans Geurts