An American Werewolf in London (1981)

Regie: John Landis | 93 minuten | horror, komedie | Acteurs: David Naughton, Jenny Agutter, Griffin Dunne, John Woodvine, Lila Kaye, Joe Belcher, David Schofield, Brian Glover, Rik Mayall, Sean Baker, Paddy Ryans, Anne-Marie Davies, Frank Oz, Don McKillop, Paul Kember, Colin Fernandes, Albert Moses, Michele Brisigoth, Mark Fisher, Gordon Sterne, Paula Jacobs, Claudine Bowyer, Johanna Crayden, Nina Carter, Geoffrey Burridge, Brenda Cavendish, Christopher Scoular, Mary Tempest, Cynthia Powell, Sydney Bromley, Frank Singuineau, Will Leighton, Michael Carter, Elizabeth Bradley, Rufus Deakin, Lesley Ward, George Hilsdon, Gerry Lewis, Dennis Fraser, Alan Ford, Peter Ellis, Denise Stephens, Christine Hargreaves, Linzi Drew, Lucien Morgan, Gypsy Dave Cooper, Susan Spencer, John Landis, Simon van Collem

‘An American Werewolf in London’ is een film die binnen het horrorgenre inmiddels een cultstatus heeft verkregen en waarvan de titel ook vele niet-horrorliefhebbers bekend zal voorkomen. Het begin is veelzeggend genoeg en doet al snel vermoeden welke kant het verhaal op zal gaan: volle maan, waarschuwingen die worden gegeven, het pentagram op de muur van de plaatselijke kroeg en de deels vijandige houding van de daar aanwezige dorpelingen… het spreekt boekdelen en het onheil dient zich al snel aan in de vorm van een weerwolf die David en Jack op de nachtelijke heide aanvalt. Jack wordt gedood en hoewel David het overleeft ligt verdere ellende in het verschiet wanneer bij de eerstvolgende volle maan hijzelf in een weerwolf verandert.

En deze film heeft niet in het minst zijn status verkregen door de transformatiescène waarin dit is vormgegeven. Regisseur Landis stond er hierbij op dat de camera niet tussentijds zou afzwenken en dat het hele gebeuren in helder licht in beeld werd gebracht. En dan niet door de diverse transformatiebeelden op duidelijk kunstmatige en min of meer haperende wijze in elkaar over te laten gaan, maar door de verandering van mens- naar wolvengedaante ononderbroken en zo geloofwaardig mogelijk op film te zetten. Dit heeft geleid tot een transformatiescène waarin David in close-up verandert in een bloedstollend verscheurend monster dat uit de diepste krochten van de hel lijkt te komen: langer wordende ledematen, de zich vervormende schedel met de naar voren komende kaken, de razendsnelle haargroei, het van vorm veranderende lichaam door de spieren en krakende botten die komen opzetten… Het is een vakkundig en indrukwekkend staaltje werk van de afdeling speciale effecten, temeer daar er nog niet over CGI beschikt kon worden. Ook de make-up met betrekking tot de steeds verder in staat van ontbinding verkerende ondode Jack is knap gedaan en aan make-up man Rick Baker werd terecht een Oscar uitgereikt voor zijn werk in deze film.

Toch speelt, afgezien van de transformatiescène zelf dan, de fysieke verschijning van de weerwolf niet eens zo’n bijster grote rol in de gehele film. Het optreden van de weerwolf blijft verder vooral beperkt tot relatief korte beelden van zijn grauwende, verscheurende en bebloede weerwolvenkop waarbij slechts een enkele maal, en dan van grote afstand ook nog, het grootste deel van zijn wolvengedaante in beeld wordt gebracht. Toch doet dit op geen enkele manier afbreuk aan de spanning en horror in deze film. Dit allereerst doordat de diverse gebeurtenissen betekenis- en sfeervol worden weergegeven: de houding van de plaatselijke dorpelingen, de scène waarin David en Jack op de heide worden aangevallen, David’s nachtmerries met de daarin voorkomende schrikeffecten en de onheilstijdingen van de herhaaldelijk opduikende ondode Jack… Het draagt op een geslaagde wijze bij aan een gestage en beklemmende spanningsopbouw waarbinnen het onheil zich steeds duidelijker gaat aftekenen en steeds meer voelbaar wordt. Daarnaast weet Landis in een later stadium gedurende David’s weerwolfaanvallen de nodige horror op te roepen door, naast diverse bloederige scènes de revue te laten passeren, een effectieve cameravoering te hanteren met een juist gebruik van licht en donker. Ook de dreigende aanwezigheid en het toeslaan van de weerwolf wordt herhaaldelijk geheel of gedeeltelijk gesuggereerd waardoor in termen van effectief opgeroepen horror, overeenkomstig Landis’ eigen woorden (‘it’s the best kind of shot cos you see it, but you dont’), het gewenste resultaat wordt bereikt.

Ondanks de horror die in deze productie op verschillende manieren op effectieve wijze wordt opgeroepen, werd deze film indertijd met gemengde gevoelens ontvangen. En wel doordat niet echt duidelijk was in welke categorie ‘An American Werewolf in London’ ingedeeld diende te worden door de mix van horror en humor die erin is verwerkt. Landis zelf heeft verklaard dat deze film een horrorfilm is (‘An American Werewolf in London is not a comedy…they keep calling it a comedy…it’s very funny I hope, it’s not a comedy… it’s not a happy story…’). En jawel, Jack wordt op gruwelijke en bloederige wijze afgeslacht en David’s verdere lotgevallen kunnen ook niet echt tot vreugde stemmen, waarbij het ook nog maar de vraag is of hij kan ontkomen aan de vloek van de weerwolf die inmiddels op hem rust. Al met al komt deze film inderdaad toch vooral over als een horrorfilm waarbij de humor, overeenkomstig de woorden van hoofdrolspeler David Naughton, dient als ‘just a little bit of relief – from the gore’. Of deze film desondanks toch als een horrorkomedie bestempeld kan worden? Tja, ook dit is weer mede aan de kijker ter beoordeling. Maar hoe dan ook heeft regisseur Landis met deze film een product afgeleverd waarin de ingrediënten horror en humor niet alleen prima samen gaan, maar vaak ook elkaars effectiviteit vergroten en dat daarmee tevens als voorbeeld heeft gediend voor vele latere horrorkomedies. Daarnaast is ‘An American Werewolf in London’ een van de beste films die er in het weerwolfgenre te vinden zijn en is daarom een absolute aanrader voor de horrorfans en voor de liefhebbers van speciale effecten.

Frans Buitendijk