Berlin Alexanderplatz (1980)

Regie: Rainer Werner Fassbinder | 939 minuten | drama | Acteurs: Günter Lamprecht, Margit Carstensen, Elisabeth Trissenaar, Karin Baal, Franz Buchrieser, Peter Kollek, Brigitte Mira, Mechthild Grossmann, Barbara Valentin, Hans Zander, Yaak Karsunke, Claus Holm, Roger Fritz, Hanna Schygulla, Axel Bauer

‘Berlin Alexanderplatz’ is een film waarin twee iconen van de 20e-eeuwse Duitse cultuur elkaar ontmoeten: schrijver Alfred Döblin en regisseur Rainer Werner Fassbinder. Alfred Döblin (1878 – 1957) was een vooruitstrevend schrijver wiens collageachtig proza verwantschap vertoonde met dat van James Joyce. ‘Berlin Alexanderplatz’, een roman uit 1929 over de stadsmens Franz Biberkopf, is met voorsprong zijn beroemdste werk. Rainer Werner Fassbinder (1945 – 1982) is een naam die iedere filmliefhebber wel zal kennen. De met een zelfvernietigende levensstijl behepte regisseur maakte zowel melodrama’s en maatschappijkritische films als puur experimenteel werk. Zijn verfilming van Döblin’s roman valt daar zo’n beetje tussenin.

‘Berlin Alexanderplatz’ verhaalt over de lotgevallen van Franz Biberkopf, een gewezen pooier die probeert zijn leven te beteren nadat hij vier jaar in de gevangenis heeft gezeten. Franz merkt al snel dat een fatsoenlijk leven in het Berlijn van de jaren 20 geen sinecure is. Nadat hij weer in zijn oude milieu is beland, waar pooiers, hoeren, misdadigers en politieke activisten de dienst uitmaken, gaat het langzaam bergafwaarts met hem.

Dit verhaal moet vooral gezien worden als een schets van het individu in de grote stad. De stad als decor waartegen ontmoetingen, botsingen, misdaden en kortstondige liefdes zich afspelen. Uiteindelijk weet Franz zijn plaats te vinden in dat micro-universum, maar betaalt daar wel een hoge prijs voor.

‘Berlin Alexanderplatz’ kent een aantal opvallende elementen, waarvan het hoogstaande acteerwerk het minst verrassend is. Günter Lamprecht zet een geweldige Franz Biberkopf neer, een goedmoedig en ietwat kinderlijk type dat zijn impulsen niet altijd onder controle heeft. Fassbinder-getrouwe Hannah Schygulla speelt al even sterk de flegmatieke luxehoer Eva, steun en toeverlaat van Franz. Meest indrukwekkende acteerprestatie komt echter van Gottfried John, die als de stotterende vrouwenverslinder Reinhold een tegelijk doodeng en meelijwekkend personage neerzet.

Verrassender dan het acteerwerk is het kleurgebruik. Het Berlijn van die periode kennen we voornamelijk als armoedig en grauw, maar in ‘Berlin Alexanderplatz’ ziet het er allemaal even warm en gezellig uit. Hoewel het verhaal zich grotendeels afspeelt in huurkazernes, armoedige cafés, metrostations en op straat, zien zelfs deze weinig aanlokkelijke locaties er steeds verleidelijk uit. Fassbinder gebruikte voornamelijk warme bruinachtige tinten, waar nagenoeg al het grauwe en grijze uit is verdwenen.

Ander opvallend element is de score. De muziek in ‘Berlin Alexanderplatz’ speelt een belangrijke rol, maar altijd onder de oppervlakte. Die score – semi-klassieke piano- en orkestklanken – lijkt steeds haar eigen weg te gaan; zij versterkt niet wat wij zien maar zij doet ook geen dienst als pure achtergrondmuziek. Soms duikt er uit al die klanken een toepasselijke melodie op, zoals de speeldoosjesuitvoering van het Duitse volkslied op het moment dat Franz ruzie heeft met zijn oude socialistische kameraden. Omdat de muziek steeds op een laag volume speelt, hindert zij nooit maar voegt veel sfeer en (soms) vervreemding toe.

Het meest opvallende element hebben we dan nog niet genoemd: de voiceover. Net zoals de muziek steeds zijn eigen gang lijkt te gaan, heeft ook de voiceover zijn eigen agenda. Nooit geeft hij letterlijk commentaar op wat er gebeurt, maar wat hij zegt is altijd even intrigerend en meestal ook toepasselijk. Als we in een flashback zien hoe Franz zijn vriendin vermoordt, lepelt de gortdroge voiceover het politierapport op, inclusief een uitgebreid exposé van de toegebrachte verwondingen. Een andere keer declameert hij naïeve (maar o zo dreigende) poëzie, en weer een andere keer leest hij een krantenbericht voor waarvan het lastig is te achterhalen wat het precies met de getoonde situatie heeft te maken. Die voiceover beschikt over een geweldige timing, zodat zijn effect (soms esthetisch, soms vervreemdend) altijd optimaal is.

Hoewel dit alles een onvergetelijke kijkervaring oplevert, is ‘Berlin Alexanderplatz’ vaak te afstandelijk om van een meeslepend drama te spreken. Bovendien zijn sommige scènes te theatraal en is het belangrijke personage Mieze iets te dik aangezet. Belangrijkste minpunt is de epiloog van bijna twee uur. Tijdens die epiloog nemen we een kijkje in het onderbewuste van Franz Biberkopf, wat resulteert in een ellenlange comaslaap-sequentie vol religieuze en andersoortige symboliek. Volgelingen van Freud en Jung zullen het vast heel interessant vinden, maar een gemiddelde kijker zal het al snel gaan vervelen. Ook qua toon botst die epiloog teveel met het voorafgaande.

Dat neemt niet weg dat ‘Berlin Alexanderplatz’ een hoogst origineel kunstwerk is dat iedere filmliefhebber gezien moet hebben. Een fascinerende zwerftocht, niet alleen door het Berlijn van de jaren twintig, maar ook door de hoofden van de heren Döblin en Fassbinder. Met dank aan een warm koloriet, een eigenzinnige score en een geweldige voiceover.

Henny Wouters