Brutti sporchi e cattivi (1976)

Regie: Ettore Scola | 111 minuten | drama, komedie, familie | Acteurs: Nino Manfredi, Maria Luisa Santella, Francesco Anniballi, Maria Bosco, Giselda Castrini, Alfredo D’Ippolito, Giancarlo Fanelli, Marina Fasoli, Ettore Garofolo, Marco Marsili, Franco Merli, Linda Moretti, Luciano Pagliuca, Giuseppe Paravati, Silvana Priori

‘Brutti sporchi e cattivi’ wordt op verschillende fora op internet vergeleken met de Nederlandse film ‘Flodder’, maar afgezien van de asociale familie die centraal staat, is Scola’s film hier eigenlijk niet mee te vergelijken. Zo was de grote grap van de Flodders dat ze als zooitje ongeregeld in een keurige villawijk kwamen te wonen. In Scola’s film bevindt de familie in kwestie zich in hun natuurlijke omgeving, dat wil zeggen een sloppenwijk, en moet de humor vooral komen uit de compleet respectloze wijze waarop de gezinsleden met elkaar omgaan. Normen en waarden kennen ze niet, en de misstappen in het gezin variëren van onschuldig tot zeer ernstig. Van simpele scheldpartijen, tot mishandeling, verkrachting, incest, en poging tot moord. Dit alles wordt doorgaans op een lichtelijk (zwart)komische manier gepresenteerd, maar het is natuurlijk ook schrijnend en tragisch. Hoewel het de vraag is wat precies de bedoeling van Scola was toen hij de film maakte, is de georganiseerde chaos die de regisseur creëert meestal aangenaam in plaats van irritant, en voegt hij gelukkig enkele rustige, observerende of lichtelijk surrealistische scènes in, die ervoor zorgen dat het allemaal niet te eentonig wordt.

Het is ironisch dat filmisch gezien de meest interessante momenten niet direct het gezin of zijn leden als onderwerp hebben. Wanneer Scola zijn camera wat terugtrekt om de sloppenwijk in beeld te brengen waar het gezin woont, bijvoorbeeld, of hoe deze zich verhoudt tot de nabij liggende autoweg en de rest van de stad, wordt de context extra goed duidelijk. Natuurlijk is het benauwend om het familie met zijn dozijn leden met zijn allen in een klein hutje te zien wonen, maar hier lijkt toch enige overdrijving te zijn toegepast voor dramatisch en komisch effect. Het zijn juist de subtielere momenten die indruk maken. Zoals een lange, rustige scène waarin een stel spelende kinderen wordt getoond dat zich achter een soort hek van kippengaas en beddenbodems bevindt. Een zwart jongetje wordt een tijd getoond terwijl hij een steen van de buitenkant van het hek naar binnen probeert te krijgen, en even later zien we twee lachende kinderen die lol hebben met een oud theatermasker. Het komt authentiek en ongeënsceneerd over. Ook mooi is het beeld van een rij mensen die, allemaal met meubelen in hun handen, de “berg” oploopt richting het krot van de familie, dat vaderlief verkocht heeft terwijl zijn gezin er nog inwoont.

De boodschap van Scola is niet helemaal duidelijk. Wil hij gewoon laten zien wat zich er allemaal kan afspelen in krottenwijken? Dat deze arme mensen bovenop elkaars lip moeten leven, en vanzelf een (emotioneel) incestueuze relatie met elkaar ontwikkelen: een soort neerwaartse spiraal of een zich in stand houdende situatie waarin niemand meer geprikkeld of vrij gelaten wordt om zich hieraan te onttrekken? En misschien dat een radicale actie nodig is om een dergelijke situatie te doorbreken?

De radicale actie in ‘Brutti sporchi e cattivi’ zal hij hopelijk niet in gedachten hebben. Net als in ‘Throw Momma From the Train’, of, om dichter bij de Italiaanse sfeer te blijven, ‘I Love You to Death’, wordt hier gezamenlijk geprobeerd om een gezinshoofd dat het bloed onder de nagels van de betrokkenen haalt, om te brengen, en blijkt deze taaier dan verwacht. Het is wanneer men hiertoe besluit, in de tweede helft van de film, dat de dreigende eentonigheid wordt doorbroken en er zich iets van een plot aftekent. Voor het eerst is er solidariteit, hoewel met een wat luguber doel, en krijgt het verhaal een nieuwe dynamiek. Er wordt echter geen gemakkelijk einde geboden. Sterker nog, de laatste scènes in de film verwijzen terug naar de eerste, en het blijkt dat er niets veranderd is. Tot overmaat van ramp blijkt een onschuldig, naïef meisje uit het gezin, haar onschuld te hebben verloren, wanneer zij in het laatste shot in zwangere toestand en met droeve blik te zien is. Om Carice van Houten in ‘Zwartboek’ te citeren: “Houdt het dan nooit op?!”

Bart Rietvink