Death of a President (2006)

Regie: Gabriel Range | 90 minuten | drama, thriller, misdaad, documentaire | Acteurs: Hend Ayoub, Brian Boland, Becky Ann Baker, Robert Mangiardi, Jay Patterson, Jay Whittaker, Michael Reilly Burke, James Urbaniak, Neko Parham, Seena Jon, Christian Stolte, Chavez Ravine, Patricia Buckley, Patrick Clear, Malik Bader, Tony Dale

De Britse film- en televisiemaker Gabriel Range bracht in 2003 ‘The Day Britain Stopped’ – een docudrama over een vervoerschaos in Engeland – en stelde zich daarbij als doel alle gebeurtenissen en interviews zo realistisch mogelijk te doen overkomen, in zijn eigen woorden fake documentary. Niettemin geeft hij ook aan zeer geïnteresseerd te zijn in manieren om de werkelijkheid te kunnen manipuleren. Dat treft: dit is een filmrecensie.

In ‘Death of a President’ combineert Range beide aspecten van zijn werk aan de hand van archiefbeelden, maakt hij gebruik van echte nieuwslezers en toont hij veel en veel interviewfragmenten met direct betrokkenen. Hij laat de huidige Amerikaanse president in de loop van 2007 omkomen bij een moordaanslag en toont ons de mogelijke gevolgen voor de betrokkenen; de nasleep van de fictieve gebeurtenis vertoont grote overeenkomst met die van de aanslagen van 9/11: groepen mensen worden zonder deugdelijk bewijs gearresteerd en een Arabisch land beschuldigd van betrokkenheid; de leiders van de Verenigde Staten tonen zich zeker van hun zaak en zetten koppig door op de ingeslagen weg.

Je hoeft ‘Death of a President’ niet te gaan zien om je er een voorstelling van te kunnen maken; het maakt de film zelfs een beetje voorspelbaar. Range overtuigt echter vooral met zijn toonzetting. Wat opvalt is dat hij George W. Bush in de momenten die aan de aanslag voorafgaan van zijn beste kant laat zien: grappig, scherp en geïnteresseerd; de entourage van de president mag zich ook nog eens op liefdevolle wijze geschokt tonen over diens dood; Bush krijgt van Range dus gelegenheid om als nobel staatsman de geschiedenis in te gaan. Zijn opvolger Dick Cheney komt daarentegen uit de verf als duistere grijze muis; iemand die schichtig in auto’s verdwijnt na formeel een briefje te hebben voorgelezen. Het gevolg van deze insteek – die natuurlijk aansluit bij de bestaande beeldvorming over Bush en Cheney maar wél door Range wordt aangezet – is dat Cheney in de film representatief wordt voor het bruuske Amerika van na de moordaanslag en daarmee indirect ook komt te staan voor het hierboven beschreven Amerika-beeld van na elf september.

Denk overigens niet dat Bush in ‘Death of a President’ als slachtoffer van Cheney wordt afgeschilderd, zover gaat Range niet. Positieve aandacht krijgen vooral de mensen die lijden onder de hardvochtigheid van de Amerikaanse regering: verdachte Jamal Abu Zikri wordt veroordeeld omdat hij in de buurt van de plaats delict werkte en ooit in Pakistan per abuis bij een extremistische groepering was aangesloten en zijn vrouw, die in de film veel ruimte krijgt om haar zegje te doen, toont zich beheerst en waardig; daarnaast pleegt een Irak-veteraan zelfmoord na de aanslag en wordt door zijn zoon aangegeven als waarschijnlijke dader. Trieste verhalen zijn het en zij vormen een schril contrast met de analyses van ambtenaren in de vele andere interviewfragmenten. ‘Death of a President’ is dan ook vooral een pleidooi voor menselijke waardigheid tegenover kil gezag. Een beetje saai misschien, maar wel degelijk en doorwrocht; een voorwaarde voor een film die echt gebeurd zou kunnen worden.

Jan-Kees Verschuure