Domestic Disturbance (2001)

Regie: Harold Becker | 89 minuten | drama, thriller | Acteurs: John Travolta, James Lashly, Rebecca Tilney, Debra Mooney, Vince Vaughn, Teri Polo, Leland L. Jones, Susan Floyd, Matt OLeary, Ruben Santiago-Hudson, William Parry , Steve Buscemi    

Met ‘Domestic Disturbance’ stelt Harold Becker, die eerder thrillers als ‘Malice’ en ‘Sea of Love’ maakte, behoorlijk teleur.

John Travolta speelt in deze film good guy Frank Morrison, een bescheiden en uiterst aimabele botenbouwer met een neus voor rottigheid: op het moment dat er nog geen enkel vuiltje aan de lucht is, wantrouwt hij bad guy Rick Barnes (Vince Vaugn) al. Travolta speelt zijn rol aardig. Datzelfde geldt voor Vaughn. Hun vriendschap van twee minuten slaat om in intense haat als Morrison ontdekt hoe bang zijn zoon Danny (Matt OLeary) voor stiefvader Barnes is. De reden? Barnes zou een moord hebben gepleegd. Danny heeft dit zelf gezien en getuigt hierover bij de politie, die vervolgens niets met deze informatie doet. En dat terwijl de jongen de plaats van het delict noemt en allerlei details opdreunt.

Deze getuigenis opent een oorlog met Barnes aan de ene kant en Frank en Danny aan de andere kant. Hun kat-en-muisspel is bij vlagen best spannend en levert best aardige scènes op. Tel deze aardige scènes op bij het aardige acteerspel en het is duidelijk: ‘Domestic Disturbance’ is een aardige film, niet heel goed, maar ook niet heel slecht. Het is een standaardfilm. Iets wat van Beckers eerdere thrillers, ‘Malice’ en ‘Sea of Love’, niet echt kan worden gezegd. Bij deze films zit je als kijker wél op het puntje van de stoel.

In ‘Domestic Disturbance’ ontbreken echt spannende wendingen en stapelt Becker vooral cliché op cliché. Zo ziet de foute vriend van Barnes, Ray Coleman (Steve Buscemi), er overdreven fout uit: brokkeltanden, slechte huid, vet haar, ranzige kleding. Subtiel kun je deze styling niet noemen. In de scènes waarin Barnes zijn prooien achtervolgt, duiken allerlei standaard-Hollywoodacties op: zijn slachtoffers vluchten naar een kamer en zetten een kast voor de deur om hem op afstand te houden, natúúrlijk vliegt Barnes via het raam naar binnen, vanzelfsprekend rennen zijn prooien daarna niet naar buiten, maar naar de bovenste verdieping van het huis zodat ze echt geen kant meer op kunnen et cetera, et cetera. Wat een slaapverwekkende momenten. En dat aan het eind van de film, terwijl Becker de spanning probeert op te voeren en toewerkt naar een climax.

Patricia Jacob