Encounters at the End of the World (2007)

Regie: Werner Herzog | 101 minuten | documentaire

De nieuwelingen in Antarctica moeten, vanwege de extreme weersomstandigheden, eerst naar een speciale survival school voor ze het “veld” in mogen. Ze moeten een iglo leren bouwen, en in een amusante scène wordt een “white-out” gesimuleerd – een situatie met enorme koude, wind, en nauwelijks zicht – door de mannen met emmers op hun hoofd en slechts met behulp van een touw gezamenlijk de weg te laten vinden naar een afgedwaald teamlid. Het zijn omstandigheden waarin filmmaker Werner Herzog zich thuis lijkt te voelen, gezien de onherbergzame locaties waarin hij zijn speelfilms en documentaires vaak laat afspelen. De uitnodiging die hij kreeg van de National Science Foundation om een documentaire op Antarctica te maken, nam hij dan ook met beide handen aan, al liet hij zijn opdrachtgever wel weten dat het geen film over pinguïns zou worden.

Ironisch is het dan, dat één van de meest fascinerende scènes in de film om een pinguïn draait. De twist is wel dat het hier geen schattig moment betreft, die de kijker met een warm gevoel vervult. Nee, we zien hier een verwarde, of, zoals Herzog het wil, krankzinnige pinguïn, die niet naar de voedergronden wil lopen aan de rand van het ijs, noch weer terug wenst te gaan naar de kolonie, maar besluit, om onverklaarbare reden, richting de bergen te lopen, waar hij een zekere dood tegemoet gaat. En ook al zouden de mensen hem oppikken en weer terugzetten bij zijn soortgenoten, dan zou hij toch weer regelrecht terug naar de bergen gaan. Herzog was nadrukkelijk op zoek naar zo’n gek geworden beest, omdat hij zich zo kan voorstellen dat er af en toe eentje genoeg krijgt van de kolonie.

Het is een onderwerp dat Herzog in vrijwel al zijn films onderzoekt, bij zijn menselijke protagonisten wel te verstaan. Veel van zijn hoofdpersonen zijn excentriekelingen, avonturiers, en grenzen aan krankzinnigheid of zijn die grens overschreden. Ergens lijkt Herzog deze types te bewonderen en een zekere verwantschap met ze te voelen. Het niet in de pas lopen en ontdekken van nieuwe gebieden, zowel op deze aarde als in je eigen geest of verbeelding, is iets wat Herzog ook lijkt na te streven.

Op Antarctica zit Herzog vooral “opgescheept” met zielverwanten omdat hij, net als de andere aanwezigen daar, een “professionele dromer” is, zoals een vorkheftruckbestuurder/filosoof het daar aanwezige type mensen omschrijft. De wetenschappers en avonturiers op Antarctica zijn namelijk “full time reizigers en part time werkers. De plek is een natuurlijke selectie voor mensen die de intentie hebben om van de marges van de landkaart af te springen. Ze ontmoeten elkaar in Antarctica, het einde van de wereld, waar alle lijnen van de landkaart samenkomen”, zo legt hij uit.

Avonturier Herzog wil dan ook zo snel mogelijk “het veld” in, omdat het hem de kriebels geeft dat er in de nederzetting “gruwelen” als een aerobics studio, een yoga klas, en zelfs een pin automaat aanwezig zijn. En wanneer hij eenmaal op pad is, hoopt hij dat het met het ansichtkaartenweer ook snel is afgelopen. Want hij “walgt van de zon op het celluloid en op zijn huid”. Gelukkig dat Herzog, of in ieder geval zijn camera, zich al snel in heel wat minder comfortabele omstandigheden bevindt. Niet in de laatste plaats betreft dit het leven onder water, of, beter, gezegd, onder het ijs. Hier heb je door de ijzige kou niets aan je kompas en moet je als duiker zelf de weg naar de opening zien terug te vinden. Anders zit je onverbiddelijk gevangen onder de dikke laag ijs. Het aandoen van de kleding voor de duik geschiedt in stilte en de ceremonie doet Herzog denken aan monniken die zich voorbereiden op een kerkdienst. Ook de duik zelf wordt door velen omschreven als zijnde vergelijkbaar met het binnentreden van een kathedraal. En inderdaad, het gezwem in die blauwe, mysterieuze wereld heeft iets sereens, iets buitenaards bijna. Dit komt terug in de door Herzog gekozen muziek bij de film, die bestaat uit kerkkoren en een enkele, priemende viool.

Ook de geluiden van de zeehonden worden overigens omschreven als buitenaards en onorganisch. Mooi is het verhaal van de wetenschappers die onderzoek doen op het ijs en zich ’s avonds in bed ineens realiseren dat ze zich niet op vaste grond bevinden. Het ijs kraakt, en leeft, en zeehonden zwemmen en vechten onder je voeten. Het moet een erg bijzondere ervaring zijn.

De beelden onder het ijs en vanuit de grotten zijn wonderschoon en betoverend, maar het gaat Herzog niet alleen om beeldenpracht. De onderwerpen die hij aansnijdt boeien ook. Zoals de consensus in de wetenschappelijke wereld dat het eind van het algehele mensenleven eraan zit te komen, dat de erg vijandige, monsterlijke wereld onder het ijs – erger dan in science fiction verhalen – misschien wel de reden van was dat de mens ooit het land is “opgekropen” in zijn evolutie, of dat er intelligentie zou kunnen bestaan in een ééncellig organisme. Nog kleiner, en grenzend aan religieuze ervaringen, is het doen van onderzoek naar energiestromen van zogenaamde nutrinodeeltjes die niet zichtbaar zijn en geen effect hebben op de materie om ons heen maar toch ooit de oorsprong zijn geweest van het hele universum en al aanwezig waren voor de “big bang”.

Met dit soort intrigerende onderwerpen houden de wetenschappers, filosofen, en avonturiers op Antarctica zich allemaal bezig, naast natuurlijk het onderzoek naar het “gedrag” van ijs(bergen) en het bestuderen van (groter) dierenleven. Fascinerende mensen, en een fascinerende locatie, die Herzog op fascinerende wijze heeft vastgelegd.”

Bart Rietvink