La vie de bohème (1992)

Regie: Aki Kaurismäki | 100 minuten | drama, komedie | Acteurs: Matti Pellonpää, Evelyne Didi, André Wilms, Kari Väänänen, Christine Murillo, Jean-Pierre Léaud, Laika, Carlos Salgado, Alexis Nitzer, Sylvie Van den Elsen, Gilles Charmant, Dominique Marcas, Samuel Fuller, Jean-Paul Wenzel, Louis Malle, André Penvern, Maximilien Regiani, Daniel Dublet, Philippe Dormoy, Louis Delamotte, Kenneth Colley, Michel Jacquet, Antonio Olivares, Helene Brousse, Sanna Fransman, Monique Goury, Jacques Cheuiche, Simon Murray, Mark Lavis, Irmeli Debarle, Jacques Leobold, Jean-Bernard Mateu, Jean-Luc Abel

Parijs, de stad van de schone kunsten. Wie als bohemien geboren wordt, zal zich in geen enkele andere stad zo thuis voelen als in de Franse hoofdstad. Parijs heeft al sinds de negentiende eeuw een enorme aantrekkingskracht op kunstenaars in alle soorten en maten. Al in 1851 schreef de Franse schrijver Henri Murger zijn romankroniek ‘Scènes de la vie de bohème’, over straatarme vrijzinnigen in Parijs. Aki Kaurismäki kreeg de roman 125 jaar later onder ogen en raakte erdoor geïnspireerd. In die tijd – we hebben het over 1976 – bracht hij nog de post rond in Helsinki. Niets wees erop dat hij de bekendste cineast van zijn land zou worden. De droom om Murgers boek ooit nog eens te verfilmen bleef hem prikkelen, ook toen hij inmiddels carrière had gemaakt in de internationale filmwereld. Begin jaren negentig kwam zijn droom, met de release van de film ‘La vie de bohème’ (1992), dan toch uit. Kaurismäki overwoog het verhaal te verplaatsen naar Helsinki, maar kwam toch tot de conclusie dat Murger gelijk had toen hij zei dat ‘alleen in Parijs men het leven kan leiden van een bohemien’.

In ‘La vie de bohème’ maken we kennis met drie verlopen, zwaar drinkende kunstenaars die proberen de eindjes aan elkaar te knopen. Rodolfo (Matti Pellonpää) is een Albanese schilder die illegaal in Frankrijk verblijft. In een bar raakt hij bevriend met auteur Marcel (André Wilms), die ervan droomt om een succesvol toneelstuk op de planken te kunnen brengen. Hij is onlangs uit zijn huis gezet, omdat hij de huur niet meer kon betalen, maar omdat zijn spullen er nog staan keert hij met Rodolfo terug. De nieuwe huurder blijkt de Ierse avant-garde componist Schaunard (Kari Väänänen) te zijn. Het drietal raakt al snel dik bevriend, vooral omdat ze op dezelfde manier naar de wereld kijken. Hun vriendschap wordt op de proef gesteld als er vrouwen in het spel komen. Marcel papt aan met Musette (Christine Murillo) en Rodolfo valt voor de charmes van barmeid Mimi (Evelyne Didi). De heren hebben eindelijk een doel in hun leven en pakken hun kunst ineens weer serieus op. Voor hen is het niet altijd eenvoudig om zich aan te passen aan de opportunistische levensstijl van hun mannen, zeker niet wanneer Rodolfo het land uitgezet wordt. Maar een bohemien keert uiteraard weer terug naar de plek waar hij zich het meest thuis voelt, Parijs.

Kaurismäki balanceert in ‘La vie de bohème’, opgenomen in de Parijse buitenwijk Malakoff, constant op het randje van het opzettelijk vet aangezette, en het integere drama. Daar tussendoor weeft hij bijzonder droogkomische scènes, die de film luchtig maken. Een standaard verhaal over liefde en vriendschap – want dat is ‘La vie de bohème’ in feite, zal het in handen van Kaurismäki nooit worden. Neem alleen al de wollige zinnen die de drie kunstenaars tegen elkaar zeggen. Hun gesprekken gaan uiteraard over de tragiek van de hardwerkende, oprechte en welwillende kunstenaar die nauwelijks erkenning krijgt en de teloorgang van de maatschappij, waarin kunst niet meer de waardering krijgt die het verdient. Hun vak mag belangrijk voor hen zijn, de liefde en vriendschappen zijn nog veel belangrijker. De afstandelijkheid die Kaurismäki ten opzichte van zijn weinig expressieve acteurs creëert, valt tegen het einde zowaar weg wanneer een drama de groep nog dichter bij elkaar brengt. Dan weet ‘La vie de bohème’ zelfs even te ontroeren. Dat maakt de film de spreekwoordelijke vreemde eend in het oeuvre van Kaurismäki (meer nog dan het feit dat de acteurs uitsluitend Frans spreken). De regisseur koestert zijn personages even veel als zij elkaar koesteren. Een warmte die we niet kennen uit zijn overige werk.

Hoewel veel herkenbare elementen de revue passeren – meest in het oog springt uiteraard de aanwezigheid van Matti Pellonpää, de favoriete acteur van de Finse meester – is ‘La vie de bohème’ een atypische Kaurismäki. De koele Fin lijkt zowaar ontdooid te zijn door de Franse zon, want hij toont meer liefde voor zijn personages dan in welke andere film dan ook. Zeker tegen het einde van ‘La vie de bohème’ spat de genegenheid van het scherm. Kaurismäki zoals je hem nog niet eerder zag!

Patricia Smagge