National Security (2003)

Regie: Dennis Dugan | 88 minuten | actie, komedie | Acteurs: Martin Lawrence, Steve Zahn, Colm Feore, Bill Duke, Eric Roberts, Timothy Busfield, Robinne Lee, Matt McCoy, Brett Cullen, Cleo King, Gerry Del Sol, Ken Lerner, Mari Morrow, Stephen Tobolowsky, Joe Flaherty, Keith Cooke, Mike Brady, Troy Gilbert

Komiek Martin Lawrence komt het beste tot zijn recht als sidekick van een grotere ster. Wanneer hij tegengas kan bieden aan of een komische toevoeging kan zijn voor mensen als Eddie Murphy (‘Boomerang’) of Will Smith (‘Bad Boys’) is hij prima te pruimen. Wanneer hij grotendeels de film zelf moet dragen is hij echter minder succesvol. ‘Big Momma’s House’ en ‘Blue Streak’, bijvoorbeeld, zijn nu niet bepaald komische hoogstandjes te noemen. ‘National Security’ is een film waarin hij, hoewel hij toch de meest prominente ster is, gelukkig in een soort buddy-structuur geplaatst wordt met “indie”-lieveling Steve Zahn naast zich om “vanaf” te kunnen spelen. Dit weerhoudt de film ervan te erg ten prooi te vallen aan de toch wat eenzijdige komische tics en stokpaardjes van Lawrence, die vroeg of laat toch op de zenuwen gaan werken. Zahns aanwezigheid is echter niet genoeg is om het slappe script en Lawrence’s eentonige vertolking te compenseren. Toch is de film door zijn overdreven slow motion-gebruik en cliché-momenten en personages vaak nog onbedoeld grappig, dus in die zin kan ‘National Security’ nog best enig vermaak bieden.

Meer dan luchtig vermaak had regisseur Dennis Dugan ook niet voor ogen toen hij ‘National Security’ maakte, zo laat hij weten op het audiocommentaar van de blu-ray. Gewoon een actiefilm waarbij ook veel te lachen valt. Dit is ook de omschrijving waarmee hij cameraman Oliver Wood overhaalde terwijl deze met opnames bezig was voor ‘The Bourne Identity’ en net die andere pure actiefilm ‘U571’ had afgerond. Woods medewerking aan ‘National Security’ betekent in ieder geval dat de film een professioneel uiterlijk heeft. Het is geen film die je stijl achterover doet slaan met zijn vorm, en regelmatig zien actiescènes er buitengewoon kitscherig uit door het gebruik van cheesy slow-motion, maar sommige shots zijn wel degelijk indrukwekkend: een paar doen zelfs lichtelijk denken aan Kubricks visuele kunststukje ‘2001: A Space Odyssey’.

Jammer alleen dat Lawrence en het script van ‘National Security’ wat minder indrukwekkend zijn. Als actieheld is Lawrence wel lekker over de top – vooral zijn introductiescènes waarin hij ‘Naked Gun’-achtige radslagen maakt op de politie-academie en de manier waarop hij een instructeur in een autoachtervolging de schrik van zijn leven bezorgt met zijn stunts en kapriolen zijn geinig – maar als komiek laat zijn vertolking sterk te wensen over. In ‘Boomerang’ was het nog leuk om zijn personage overal racisme in te zien – zelfs in het poolspel, waarin het immers het doel is om met de witte bal de zwarte bal compleet van de tafel weg te vagen – maar anno 2003 en vele soortgelijke rollen (van Lawrence en andere komedianten) later is het stomvervelend om alle grappen continu om dit thema heen te bouwen. Daarnaast is hij het juist zelf die in de film de grootste racist blijkt te zijn.

Steve Zahn, die altijd direct sympathie opwekt door zijn goedige uitstraling, geeft de film gelukkig wat hart (en naïviteit), maar van een echt leuke, prikkelende wisselwerking tussen het tweetal is eigenlijk nauwelijks sprake. Als kijker heb je eigenlijk vooral met hem te doen. Maar gelukkig valt er hier en daar nog wel wat te lachen. Vaak onbedoeld, door de zoveelste door de lucht of over de kop vliegende politie-auto, of de zoveelste foute schurkenrol van b-ster Eric Roberts, heel soms bedoeld, zoals in een grappige lift die het tweetal krijgt van een mondige, maar moederlijke vrouw die niet van plan is om haar auto zomaar te laten confisqueren, en soms zowel onbedoeld als bedoeld, zoals in enkele ridicule scènes met een hommel in de hoofdrol. ‘National Security’ is hierdoor soms best nog geinig om als kijker te ondergaan, maar helaas meestal niet door de komische kwaliteiten van Lawrence of de filmische inzichten van de makers. De film is op zijn best middelmatig te noemen.

Bart Rietvink