Norwegian Wood – Noruwei no mori (2010)

Regie: Anh Hung Tran | 100 minuten | drama, romantiek | Acteurs: Rinko Kikuchi, Ken’ichi Matsuyama, Kengo Kora, Kiko Mizuhara, Tetsuji Tamayama, Reika Kirishima, Eriko Hatsune

Gaan of toch maar overslaan? Als de verfilming van een wereldwijd vertaald en geliefd boek in de bioscoop verschijnt, is het soms moeilijk te beslissen om wel of niet naar de film te gaan; het positieve beeld dat je op basis van een roman vormt, kan soms hevig afbreuk worden gedaan door een mindere verfilming. Regisseur Anh Hung Tran ging de uitdaging aan en verfilmde ‘Norwegian Wood’ (1987), het meest gelezen boek ter wereld van Haruki Murakami. De film volgt de jonge, serieuze Watanabe, studerend in het Tokyo van de jaren 60. In tegenstelling tot zijn medestudenten, die diep verwikkeld zijn in studentenprotesten, zijn Watanabe’s gedachten vol van Naoko, de beste vriendin van zijn door zelfmoord omgekomen beste vriend Kizuki. Na eenmaal met Watanabe het bed te hebben gedeeld, vlucht de depressieve Naoko naar een sanatorium in de heuvels. Het weerhoudt Watanabe niet van zijn liefde voor Naoko. Dan komt echter ook de levendige en sympathieke Midori in zijn leven.

Gedurende de film gaat een wereld van herkenning open voor hen die bekend zijn met het boek, met niet alleen een bijna exacte adaptatie van de verhaallijn, maar ook een regelmatige één op één overname van dialogen uit de roman. Hier en daar zijn wat omissies van subverhaallijntjes toegepast, zo is onder meer de achtergrond van Naoko’s kamergenoot Reiko, en de beginsectie van het boek, waarin een 37-jarige Watanabe op inleidende wijze met weemoed terugkijkt op zijn tienerjaren, gesneuveld. Prachtig geschoten beelden van weelderige grasvelden, besneeuwde bergen, en een kleurrijke jaren 60-kleding- en interieurstijl, tonen dat Tran eveneens trouw is gebleven aan de sfeer die Murakami creëerde in zijn eerste roman. Aangevuld met lichtelijk depressieve, maar passende muziek, waaronder Norwegian Wood van de Beatles, roept het geheel een nostalgische en melancholieke atmosfeer op die recht doet aan de roman.

‘Norwegian Wood’ zal in Japan, waar naast de in 2007 voor een Oscar genomineerde Rinko Kikuchi (Naoko) voor haar rol in ‘Babel’, ook Kenichi Matsuyama (Watanabe) en Kiko Mizuhara (Midori) respectievelijk als acteur en model wereldberoemd zijn, zonder twijfel hoge ogen gooien. In Nederland is dergelijk succes echter niet zo vanzelfsprekend. De artistieke en licht vervreemdende toon van de film wordt versterkt door een opmerkelijke cameravoering en vele mooie, lange shots, die er jammer genoeg ook aan bijdragen dat het tempo flink uit de – met 133 minuten toch al wat te lange – film wordt gehaald. Extreme close-ups, waaronder bij het aanzienlijke aantal seksscènes, vullen het doek en geven je als kijker een intieme toegang tot de geschoten beelden. Tekenend is de dialoog tussen Nagasawa, Hatsumi en Watanabe tijdens een diner waarbij de emoties hoog oplopen, maar de camera strikt op Hatsumi’s gezicht en haar emoties gericht blijft. Het getuigt van de intensiteit die de film op vele momenten uitstraalt, veroorzaakt door letterlijk dicht op de huid van de personages te kruipen. Schoonheid komt voort uit de beelden, zelfs in momenten van pijn en lijden: het is immers een bewijs dat we leven. Prachtig voor sommigen, waarschijnlijk een beetje te artistiek voor het grote publiek.

‘Een gemiste kans’ is dan ook een te negatieve bewoording voor het eindresultaat van ‘Norwegian Wood’. Toch blijft er – als liefhebber van het boek – een lichte teleurstelling achter na het zien van de film. Te hoge verwachtingen? Te veel bevreemding door de opmerkelijke shots, cameravoering en soms wat afstandelijke Japanse acteerstijl? Of hebben we wellicht gewoon te maken met een onverfilmbaar verhaal? ‘Norwegian Wood’ is een waardige en mooie verfilming, die helaas het niveau van het boek niet evenaart en slechts bepaalde doelgroepen echt zal aanspreken.

Marlou Smit