Nowhere to Run (1993)

Regie: Robert Harmon | 94 minuten | actie, drama, romantiek | Acteurs: Jean-Claude Van Damme, Rosanna Arquette, Kieran Culkin, Ted Levine, Tiffany Taubman, Edward Blatchford, Anthony Starke, Joss Ackland, Allan Graf, Leonard Termo, Christy Botkin, Stephen Bridgewater, John Kerry, James Greene

‘Nowhere to Run’ is het beste te omschrijven als een extra lange aflevering van The A-Team: al honderd keer gedaan, en nog steeds niet goed. Het script van Joe Eszterhas en Richard Marquand (‘Basic Instinct’) is zelfs voor liefhebbers van dit genre een uiterst slappe vertoning.

Van Damme speelt crimineel Sam Gillen. Op weg naar de gevangenis wordt hij bevrijd door zijn maat Billy (Anthony Starke), die tijdens de ontsnapping het loodje legt. Gelukkig heeft Billy aan alles gedacht, en een maatpak, kampeersetje en een paar duizend dollar voor Sam achtergelaten. Zo komt het dat Sam plompverloren zijn tentje op het erf van alleenstaande moeder Clydie (Rosanna Arquette) opzet.

Sam redt Clydie op een avond van een drietal handlangers van de duivelse projectontwikkelaar Franklin Hale (Joss Ackland), die achter het land van Clydie aanzit. Sam ontpopt zich na een korte kennismaking als de wrekende engel, en slaat al het gehuurde geboefte van zich af tot en met de super-handlanger Mr. Dunston (Ted Levine). Het lachwekkende verhaal zou een mooi opstapje kunnen zijn naar een op zijn minst acceptabele misser, maar verrassing! Dat is het niet.

Zeker naar Van Damme begrippen is er namelijk iets goeds mis gegaan: de actie ontbreekt en de dialoog overheerst. “Dialoog?” hoor je de verbeten Van Damme-fan vragen. Een opvallende keuze inderdaad. De relatie tussen Sam en Clydie wordt ‘zorgvuldig’ opgebouwd, en het zoontje die duidelijk een vaderfiguur mist krijgt ook een flinke portie aandacht. De snoodaards zijn op hun beurt voortdurend aan het converseren in plaats van benen breken. Van Damme moet daarom flink met de kaken van elkaar, wat de beste man, niet onverwacht, zeer slecht af gaat.

Een plot dat zo ontzettend nietszeggend en inwisselbaar is kan alleen maar opgeleukt worden door een paar fikse vechtscènes en daar moet ‘Nowhere To Run’ toch hevig in teleurstellen. Zelfs als Van Damme de mouwen opstroopt lijkt het lomp, en mist het de koele furie die we zo mooi zagen in ‘Blood Sport’. Arquette doet het niet slecht, maar is gedegradeerd tot mooi-zijn-en-mondje-dicht en kan daarmee de film niet redden. Duidelijk overslaan dus.

Caspar Kraaijpoel