Plop en de kabouterschat (1999)

Regie: Bart van Leemputten | 73 minuten (bioscoopversie 2008), 94 minuten (bioscoopversie 1999) | familie | Acteurs: Walter de Donder, Aimé Anthoni, Chris Cauwenberghs, Agnes de Nul, Katrien de Vos, Fred van Kuyk, Luk Alloo, Clara Cleymans, Karin Jacobs

Het allereerste Kabouter Plop avontuur dat in 1999 op het witte doek te zien was heeft tien jaar later een ware make-over gekregen. Er is in de film geknipt (er sneuvelden zo’n twintig minuten) en de film is gedigitaliseerd. Het verhaal is echter hetzelfde gebleven.

Bij een lenteschoonmaak komt Klus vast te zitten in de schoorsteen en wanneer hij naar beneden klettert, valt er een schatkaart op zijn hoofd. Deze schatkaart blijkt gemaakt te zijn door de vader van zijn overgrootvader, kabouter Mop. Er wordt geen minuut over nagedacht: al gauw gaan de vier onafscheidelijke kaboutervriendjes Plop, Klus, Lui en Kwebbel op pad om de schat te gaan zoeken. Tja, zelfs kabouters kunnen overvallen worden door hebzucht, leren we in deze film. Er wordt nog even gekibbeld over wie de zware zak met Plopkoekjes moet dragen, maar dan zijn ze op weg. Niet voor lang, want Klus blijkt de zware zak met Plopkoekjes verloren te zijn en Kwebbel en Plop gaan met hem mee om deze te zoeken. Lui is moe en valt in slaap. Hij wordt wakker gemaakt door twee kabouters, Pief en Paf, zus en broer. Paf blijkt altijd honger te hebben, maar heeft geen zin in de eeuwige kabouterpap die Pief hem koppig aan blijft bieden. Lui wordt verliefd op Pief (de uitspraak “Pief ik vind je zo lief” blijft gelukkig uit) maar toch scheiden hun wegen zich.

Er volgt een bij vlagen spannend avontuur, waarin Lui de schatkaart ook kwijtraakt en de vier kabouters over een gevaarlijke hangbrug boven een eng pruttelend zwart moeras moeten zien te komen. De val die Klus maakt in het moeras doet zelfs denken aan Gandalfs val van de brug van Khazad-dûm (‘The Lord of the Rings’). De grap die de op dat moment echt vervelende kabouter uithaalt met zijn vriendjes duurt voor de kleintjes te lang om de humor ervan in te zien. Als regisseur Van Leembrugge toch aan het knippen was, had hij hier beter ook wat meer de schaar kunnen hanteren.

‘Plop en de kabouterschat’ kent wel meer spannende momenten, zoals wanneer de “mensenautoweg” overgestoken moet worden. Dat uiteindelijk alles goed afloopt weten natuurlijk alleen de ouders die verplicht met hun kroost meekijken, maar ondanks deze wetenschap is ‘Plop en de kabouterschat’ voor iedereen die ouder is dan zes, zeven jaar, geen enorme opgave. De simpele dialogen en de af en toe wel erg domme handelingen van de kabouters (en het herhalen hiervan) spreekt de kleine Plopfans aan en dat is immers waar het om gaat. Dat ‘Plop en de kabouterschat’ bijna tien jaar na de eerste release bij de nieuwe generatie nog steeds kinderhartjes sneller doet kloppen (zelfs letterlijk, bij de meeslepende scènes) is bewijs voldoende voor het bestaansrecht van deze kindervriendjes.

Monica Meijer