Rundskop (2011)

Regie: Michaël R. Roskam | 124 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Matthias Schoenaerts, Jeroen Perceval, Jeanne Dandoy, Barbara Sarafian, Tibo Vandenborre, Frank Lammers, Sam Louwyck, Robin Valvekens, Baudoin Wolwertz, David Murgia, Erico Salamone, Philippe Grand’Henry, Kris Cuppens, Sofie Sente, Kristof Renson

Er klopt iets niet aan Jacky Vanmarsenille (Matthias Schoenaerts). Het vlees van z’n schouders en nek bolt onnatuurlijk op, als een airbag omsluit het zijn permanent geïmplodeerde blik. Van heel dichtbij is-ie zo net een gekooide stier, een vreeswekkend beest. ‘Rundskop’ is ook voor hem een toepasselijke titel. Maar komt deze Vlaamse vleesboer vanop een afstandje aanklossen, dan doet hij plots denken aan een trieste, manke ezel. Jackies paradoxale fysiek verraadt zijn innerlijk. Tegelijk tekent het de gelaagdheid van de hele film.

‘Rundskop’ portretteert Vlaanderen zoals we fantaseren en (tegelijk) vrezen dat het is: als een boerenland waar kleuren zich aan willen onttrekken, waar de gordijnen altijd dicht zijn, waar zompige mannen samen naar de hoeren gaan als ze wat te vieren hebben, waar ‘klappen’ praten betekent, waar Walen en Vlamingen elkaar niet willen verstaan, en waar argeloze kalfjes zich in tien weken tijd ‘opwerken’ tot slachtrijpe vleesvaarzen. “”Kan zelfs in acht weken,”” verklaart Sam Raymond (Frank Lammers) in zangerig Limburgs. Als je je koeien tenminste het melkachtige goedje inspuit dat hij vanuit zijn achterbak aanbiedt. Steroïdenhandelaar Raymond is slechts een van de schimmige figuren die rondbanjeren in ‘Rundskop’. Boeren en vleeshandelaren denken er niet in aantallen, maar in kilo’s. Ze geven hun beesten geen hooi, maar diethylstilbestrol of mestanolone. Ze doen geen handjeklap op de veemarkt, maar op een verlaten renbaan, aan een tafel vol onderling wantrouwen. En ze brengen BMW’s met kogelgaten terug naar de garage, net nadat er iemand overhoop is geschoten.

‘Rundskop’ heeft zich laten inspireren door feiten: in 1995 werd de Vlaamse veearts Karel van Noppen vermoord, omdat hij weigerde zijn blik van de ‘hormonenmaffia’ af te wenden. Het biedt op zich al ruim voldoende materiaal voor een schimmige thriller met onderkoelde groothandelaars (Sam Louwyck), verraderlijke vrienden (Jeroen Perceval), onschuldige jeugdliefdes (Jeanne Dandoy), en zichzelf overschreeuwende rechercheurs (Barbara Sarafian). Maar net als je je daar als kijker op hebt voorbereid, stuurt het verhaal je op volle snelheid een onthutsende flashback in, naar de vooravond van Jackies pubertijd. Toen Jacky Vanmarsenille, de spuiten zettende bullebak, de gefrustreerde schaduwbokser, nog een engelengezichtje had, en een fiets. Toen hij met zijn vriendje Diederik zwaaide naar hoertjes achter hun raam en stiekem het meisje opzocht waarop hij verliefd was. Toen hij verschrikkelijk te grazen werd genomen door een zwakzinnige Waal.

Je blik op een ademende spiermassa zal na ‘Rundskop’ wellicht nooit meer dezelfde zijn. Ook de film zelf transformeert voor je ogen van een degelijke misdaadfilm in een psychologisch drama over een man opgesloten in zijn gebrek. Het is knap dat ‘Rundskop’ daarbij niet over de kop slaat, maar de wending blijft abrupt – alsof de scenarist zich als een verstrooide professor heeft laten afleiden door een nieuw idee en dat – hup – het origineel in heeft gefietst. Het is een van de weinige oneffenheden in wat verder een ‘perfecte storm’ is. Overdonderend is het spel van Matthias Schoenaerts (en niet van hem alleen), meeslepend de muziek van Raf Keunen, verbazingwekkend het idee dat ‘Rundskop’ voor regisseur Michael R. Roskam pas het speelfilmdebuut is.

Martijn Laman