Shooting Dogs (2005)

Regie: Michael Caton-Jones | 115 minuten | drama | Acteurs: John Hurt, Hugh Dancy, Dominique Horwitz, Claire-Hope Ashitey, David Gyasi, Susan Nalwoga, Steve Toussaint, Nicola Walker

‘Shooting Dogs’. Op het eerste gezicht zou je het niet zeggen, maar het is één van de meest politiek geladen filmtitels van de laatste jaren. Want honden doodschieten is het enige dat de Europese soldaten wordt toegelaten in de hel van Rwanda, waar de burgeroorlog is uitgebroken en Hutu-bendes de Tutsi’s massaal afslachten. Eén ding is in ieder geval zeker: regisseur Michael Caton-Jones heeft kloten. Want met een film die op locatie is geschoten en waarbij cast en crew deels bestaan uit lokale mensen, zet hij een bijzonder aangrijpend en ontroerend verhaal neer. Op een fantastische wijze brengt hij een boodschap over genocide; zonder nuances en recht voor z’n raap. Heerlijk.

De locatie die Caton-Jones dient om zijn film te maken is de ‘Ecole Technique’, een schoolcampus waar lokale kinderen les krijgen van de Britse leraar Joe Connor (Hugh Dancy) onder de algemene begeleiding van de eveneens Britse priester Christopher (John Hurt). Twee rollen die verschrikkelijk goed gecast zijn. Want Hugh Dancy laat met zijn prachtige performance in deze film zien hoeveel meer hij waard is dan de betrekkelijk kleine rollen die hij speelt in onder andere ‘King Arthur’ en ‘Basic Instinct 2’. Het mooie aan zijn rol in deze film is dat hij de dilemma’s van een Europeaan in Afrika even realistisch kan weergeven als de naïviteit van een vrij jonge en onervaren leraar. John Hurt hoeft zich natuurlijk niet meer op deze manier te bewijzen, maar zijn vaderlijke en vertrouwelijke eigenschappen maken toch veel los. Zowel bij de kinderen op zijn school als bij Joe.

Wanneer de wanhoop toeslaat en duizenden Tutsi’s hun toevlucht zoeken in de school, waar Belgische VN-troepen de veiligheid moeten bewaken, krijgt ‘Shooting Dogs’ genoeg vaart om de nodige spanning te doen ontstaan. Bloedige confrontaties tussen Hutu’s en Tutsi’s worden niet vermeden en de Britse cameraploeg die Joe naar de school haalt wordt stevig aan de tand gevoeld door een lokale Hutu-bende. Oog voor detail heeft Caton-Jones in deze scènes absoluut. Want naast een land in rep en roer toont hij ook persoonlijke worstelingen van zijn hoofdpersonages. Joe kan uit ongeloof en nieuwsgierigheid zijn ogen niet afhouden van een brute moord, en wordt even later geconfronteerd met een goede vriend van de school die zich bij de bendes blijkt te hebben aangesloten. Hetzelfde overkomt Christopher. De apotheker die altijd zo vriendelijk was als Christopher medicijnen nodig had, is veranderd in een koelbloedige moordenaar.

Steeds meer Hutu’s verzamelen zich gewapend met machetes rondom de school, wetend dat zich daar duizenden Tutsi’s verschuilen. Het kleine zaaltje waar Christopher zijn diensten uitvoert is de enige plek die nog een gevoel van rust kan brengen. Met behulp van bijzondere cameratechnieken wordt dit verschil op indrukwekkende wijze duidelijk. Druk bewegende, chaotische beelden van de dansende Hutu’s buiten de hekken, lange en zweverige shots van kerkdiensten die het enige lichtpuntje zijn binnen de school. Want nu de Franse hulptroepen zijn vertrokken met alleen de Europese vluchtelingen, zien de meeste mensen in dat alle hoop verloren is. Ook de Belgen staan op het punt te vertrekken en het is een kwestie van tijd geworden voordat iedereen zal sterven.

Joe belandt in een tweestrijd: vluchten om zijn eigen hachje te redden of uit solidariteit met zijn leerlingen en in het bijzonder de jonge Marie, met wie hij een sterke band heeft opgebouwd, op het schoolterrein blijven en om op zijn dood te wachten. Christopher hoeft geen keuze te maken. Zijn hart ligt in de school, en hij zou nergens anders willen zijn dan daar. Doordat Joe uiteindelijk besluit om wel te vluchten, zien we van beide keuzes de gevolgen. Bovendien zien we dat Caton-Jones écht overal aan gedacht heeft. Want die dreigende fluitjes die de Hutu’s gebruiken, die door merg en been gaan, die moeten toch verschrikkelijk en zeer traumatisch zijn geweest voor de weinige overlevenden? Inderdaad. Een simpel fluitje tijdens een rugbywedstrijd in Engeland, dat Marie, die het drama wist te ontlopen en naar Engeland emigreerde, hoort op de universiteit waar zij Joe opzoekt, volstaat om op een zeer tactvolle manier de ingrijpende gevolgen van deze burgeroorlog te doen beseffen.

Na de vele afschuwelijke beelden die hard aankomen, zijn fijnzinnigheid en subtiliteit misschien wel de juiste woorden om de laatste scènes in ‘Shooting Dogs’ te beschrijven. Een film als deze kan niet zonder het expliciet tonen van brute moorden en massale afslachting, omdat het weglaten ervan zou afdoen aan het lef van de makers. Maar bovenal lijken de makers de kijker ermee wakker te willen schudden. Kijk, dit is ons overkomen. Een subtiele aftiteling met verhalen van crew-members die het hebben overleefd, onder emotionele en spirituele achtergrondmuziek maakt dat stijlvol af. Een commercieel succes zal ‘Shooting Dogs’ niet worden, maar Caton-Jones mag zijn succes op een veel hoger niveau zoeken. Heel veel respect voor het maken van een dergelijke film over een dergelijk onderwerp. Dat is hier zeker op zijn plaats. En eigenlijk zijn zelfs alle vijf sterren daar niet genoeg voor.

In de dikke van Dale staat genocide omschreven als een ‘stelselmatige uitroeiing van een ras of volk’. Wie na het zien van ‘Shooting Dogs’ de ontroering te boven kan komen, mag zelf beoordelen of het verwijt van de filmmakers aan het adres van de VN terecht is. In dit geval zeggen beelden meer dan woorden

Julien van Alphen