Son of Babylon – Syn Babilonu (2009)

Regie: Mohamed Al Daradji | 90 minuten | drama | Acteurs: Shazada Hussein, Yasser Talib, Bashir Al-Majid

‘Son of Babylon’ is een bijzondere road movie. De film doet heel authentiek aan en kijkt daardoor weg als een documentaire. Er is dan ook op locatie in Irak gefilmd en de debuterende acteurs komen écht en spontaan over. Deze keuze voor acteurs die als het ware van de straat zijn geplukt, en het onderwerp van arme burgers die hun moeilijke leven en toekomst vorm proberen te geven, geven de film een neorealistische sfeer. De film voegt ook daadwerkelijk wat toe aan de producties die al zijn verschenen met de (nasleep) van de oorlog in Irak als onderwerp. Dit keer staan eens niet de geallieerde troepen of geweldplegingen centraal maar de Irakese bevolking zelf. Dat wil zeggen, hun vertegenwoordigers Ahmed (Yassir Taleeb) en zijn louter Kurdisch sprekende oma (Shehzad Hussen). Samen gaan ze op de “simpele” maar emotionele zoektocht naar hun vader en zoon. En het levert pakkend drama op.

Weinig vechtende partijen dit keer in Irak – hoewel Ahmed soms wel moet oppassen voor beschietingen – maar veel dolende mensen en uitgestrekte vlaktes. Zelfs zonder te weten wat de personages drijft, heb je als kijker al het gevoel dat de toekomst zwaar en onzeker zal zijn. Saddam is weg, maar als alle stofwolken zijn weggetrokken begint het echte werk pas. En niet alleen de recente oorlog heeft zijn sporen achtergelaten. De (eerste) Golfoorlog zorgt namelijk in dit geval voor persoonlijke trauma’s onder de bevolking. Vele Irakese mannen die meevochten in de oorlog worden al jaren vermist. Sommigen zijn in massagraven teruggevonden, maar van de meesten is niets bekend. Ahmed en zijn grootmoeder hebben de hoop dat “hun” Ibrahim nog ergens in een gevangenis zit, maar deze hoop neemt gedurende de film steeds verder af.

‘Son of Babylon’ heeft verschillende sterke punten. De fotografie, het rustige tempo – waardoor de kijker de tijd heeft om de reis samen met de personages te beleven – en de simpele, maar epische zoektocht die voor emotioneel doel zorgt waar de kijker de voltooiing van wil zien. Maar de grootste kracht is het ongedwongen acteerwerk van de hoofdrolspelers en de schijnbare vrijheid die aan hen gegeven wordt door regisseur Al-Daraji. De manier waarop Ahmed met zijn oma omgaat, soms pesterig, soms dwars, en dan weer met duidelijke liefde en aanhankelijkheid, is zó uit het leven gegrepen dat het net is alsof er een inkijkje gegeven wordt in hun werkelijke geschiedenis. Prachtig is het gedeelte – en het is hier dat de band met de kijker voorgoed gesmeed wordt – waarin Ahmed in zijn eentje in de bus naar Nasiriyah (op weg naar de gevangenis waar zijn vader zou moeten zitten) terecht komt, terwijl zijn oma per ongeluk alleen achterblijft. Hier is voor het eerst hun ontegenzeggelijke liefde te aanschouwen, maar ook de loyaliteit tussen de burgers, wanneer een jongetje dat Ahmed net had ontmoet, de bus achterna rent om oma en kleinzoon te kunnen herenigen. Vooral de momenten tussen het tweetal in de bus, direct na het incident – wanneer Ahmed eerst boos doet, maar alweer snel grapjes maakt tussen het tweetal later in de bus – komen erg waarachtig over.

De film neemt geen politieke stelling in. Dat wil zeggen, er wordt zowel met Saddam als Amerikanen de draak gestoken – een leuke uitdrukking als er geplast moet worden luidt: “Ik moet even Saddam bellen.” – maar er wordt nauwelijks een politiek argument gemaakt. De film stelt vast en treurt mee met de bevolking waarvan een groot gedeelte van één generatie vermist is. De communicatieproblemen tussen Kurden en Arabieren komen naar voren, maar ook de broederschap. Wanneer Musa, er voormalige soldaat van Saddam – hiertoe gedwongen – in contact komt met Ahmed en zijn oma, moet deze laatste niets van hem weten. Hij heeft immers vrouwen en kinderen moeten vermoorden en dat is voor de vrouw onvergeeflijk. Toch blijft Musa hen helpen, hopende dat vergeving hem ten deel zal vallen.

‘Son of Babylon’ is mooi, oprecht, en biedt een uniek inkijkje in de levens van een tot nu toe onbelichte groep mensen – de burgers van Irak na Saddam – maar hij is ook weinig verrassend en rechtlijnig. Nu zou het wat gekunsteld zijn wanneer er allerlei plotwendingen in de missie van dit tweetal geperst zouden worden, en het gaat natuurlijk om de emotionele reis van dit tweetal en het groeiende besef dat er in het verleden niets meer te halen is en de weg voor hen (en vooral de kleine Ahmed) ligt. Maar tegelijkertijd is het voor de kijker ook een soort wachten op het onvermijdelijke terwijl er de hoop is op iets dynamisch of iets euforisch. Toch heeft de film dit verloop en einde nodig. Het zou bijna respectloos zijn om meer te eisen. ‘Son of Babylon’ is misschien niet altijd opzienbarend maar wel vaak hartverscheurend en aandoenlijk, en met een verhaal dat onze aandacht verdient.

Bart Rietvink