Taxidermia (2006)

Regie: György Pálfi | 91 minuten | drama | Acteurs: Csaba Czene, Gergely Trócsányi, Piroska Molnár, Adél Stanczel, Marc Bischoff, Gábor Máté, Zoltán Koppány, Géza D. Hegedüs, Erwin Leder    

Bizar: dat is het enige woord dat je te binnen schiet als je de film hebt gezien. ‘Taxidermia’ is een drieluik waarin drie generaties van een Hongaarse familie aan bod komen: de oversekste grootvader, de snelvretende vader en de dierenopzettende kleinzoon (taxidermist). Kortom een familie met aparte hobby’s.  De film heeft al verschillende prijzen gewonnen op filmfestivals in Roemenië, Brussel en Rome vanwege zijn originaliteit en mooie beelden.

‘Taxidermia’ is een aaneenschakeling van absurde situaties en schokkende beelden. Het is de tweede film van regisseur Pálfi, die in 2002 grote successen boekte met ‘Hukkle’ (hik in het Hongaars) in onder andere Amerika en Rusland. Met ‘Taxidermia’ lijkt hij opnieuw te gaan scoren, al was het alleen al omdat het publiek na de film compleet geshockeerd de bioscoop uitloopt.

Het drieluik begint tijdens de Tweede Wereldoorlog op een boerderij in Hongarije. We volgen een eenzame soldaat die constant meisjes begluurt en daar vervolgens op klaarkomt. Op zoek naar warmte, houdt hij elke avond een kaars dicht tegen zich aan. Op een avond, als hij zijn kaars aansteekt, ziet hij de dikke vrouw van de luitenant naakt op een geslacht varken liggen. Ze vraagt hem haar te nemen. Als hij hijgend klaarkomt, is de vrouw ineens verdwenen. Was ze er wel of heeft hij het gedroomd? Feit is dat zij daarna een zoontje baart met een varkensstaartje.

Deze zoon groeit op tot een grote ster in snel-eten. Samen met andere vetzakken uit andere Oostbloklanden strijdt hij in het communistische Hongarije om het kampioenschap. Grote pannen soep en bakken paardenworst slaan ze achterover om dat daarna gezamenlijk hangend in speciaal daarvoor bestemde touwen weer uit te kotsen.

Het hele topsportjargon wordt toegepast op het wedstrijdeten, wat een zeer komisch effect heeft. Zo moeten ze trainen, dragen ze worstelpakken tijdens de wedstrijd en hebben ze blessures zoals kaakkramp. Eén van hen heeft zelfs een keelverwijding laten doen. De veelvraten zijn ervan overtuigd dat als ze hard genoeg trainen, snel-eten ooit een Olympische sport wordt.  Samen met de vrouwelijke kampioene conserveneten krijgt hij een zoontje. Vader is eerst blij met het kleine mannetje, maar dat verandert als zijn zoon later geen sneleter wordt. Het blijft een iel ventje dat dierenopzetter van beroep is. We zien hem op middelbare leeftijd als hij zijn – inmiddels moddervette – vader verzorgt.

Vader kan niets meer behalve eten en richt zijn eetfascinatie nu op zijn katten. Deze moeten elke dag bakken margarine eten. Vader en zoon schamen zich voor elkaar. Na een flinke ruzie met zijn zoon, verlaat de laatste zijn huis. Wat er vervolgens gebeurt met de taxidermist zelf en zijn vader, gaat verder dan je zelf ooit kunt bedenken.

Visueel is het een behoorlijk vleselijke film: ingewanden komen voorbij, een varken wordt geslacht vlak voor het oog van de camera en de liefde wordt bedreven met een close-up van de penetratie. Er wordt gevreten, gekotst, geneukt, klaargekomen en vlees geslacht vlak voor onze neus. Pálfi draait zijn camera niet weg als deze elementen in beeld komen. Integendeel: hij zoomt in, zodat we geen detail hoeven te missen.

De film eindigt met de beschouwende woorden dat ieder mens zijn of haar eigen interesses heeft. Zo houdt de een van ruimte en de ander van tijd. Hoe Pálfi dat precies ziet, kun je maar het beste zelf gaan zien! Vier sterren, omdat de film zo verbazingwekkend is, zo fascinerend, zo apart en origineel, zo weerzinwekkend is en niet te vergeten zo onbeschrijflijk bizar. Maar één waarschuwing: niet voor de gevoelige maag!

Henny de Boer

Waardering: 4

Bioscooprelease: 12 oktober 2006