Teak Leaves at the Temples (2008)

Regie: Garin Nugroho | 70 minuten | muziek, documentaire | Met: Ismanto, Tiar, Sutanto

In 2006 maakte de Indonesische regisseur Garin Nugroho het indrukwekkende ‘Opera Jawa’ waarin (een deel van) het hindoeïstische epos Ramayana in de vorm van een opera werd gegoten, met behulp van traditionele Indonesische muziek. Een bijzondere, unieke film, waar ‘Teak Leaves at the Temples’ tot op zeker hoogte bij aansluit. Ook in deze film wordt Indonesische muziek liefdevol voor het voetlicht gebracht en met nieuwe, andere vormen gecombineerd. In dit geval wordt er een samenspel gecreëerd met vrije jazzmuziek en dit resulteert in fascinerende, soms bijna psychedelische optredens.

De vorm van ‘Teak Leaves at the Temples’ is er meer één van een documentaire, daar waar ‘Opera Jawa’ een duidelijk omlijnd, fictief verhaal vertelde. Het “”vertellen”” wordt in ‘Teak Leaves’ vooral aan de muziek zelf over gelaten, zoals het ook hoort. Dus zien we het Westerse jazztrio op een groot veld staan met Indonesische muzikanten en publiek eromheen, continu op elkaar inspelend, of eenzelfde soort combinatie – ditmaal de jazzmuzikanten met het lokale Sono Seni ensemble in een eclectische en opwindende performance – in een concerthal setting. Ook interessant is om de muziek in het dagelijks leven van de Indonesiërs terug te zien. Net zoals men bijvoorbeeld in veel delen van Afrika saai en monotoon werk interessanter maakt door het op een ritmische manier uit te voeren – zoals bij het postzegels stempelen op en postkantoor – zo horen we in ‘Teak Leaves at the Temples’ bijvoorbeeld de muzikaliteit van een stel beitelaars of een groep vrouwen dat met grote stenen cilinders in een pot stampt.

Zolang de documentaire zich puur op de muzikale aspecten concentreert, is het uitermate boeiend. Echter, er wordt ook verbaal commentaar geleverd door verschillende personen en dit element van ‘Teak Leaves’ is wisselend succesvol. Wanneer de dirigenten of muzikanten van de traditionele Indonesische muziekgroepjes aan het woord komen, is het vaak de moeite waard, maar zo gauw de kunstenaar in zijn Supermanoutfit aan het woord komt, of een Westerse filosoof hoogdravende opmerkingen plaatst, verliest de docu vaak aan urgentie. Teveel uitleg kan afbreuk doen aan de vertellende kracht van de muziek, die nochtans open staat voor interpretatie. De vertellers proberen er een mooi verhaal van te maken, maar weten tegelijkertijd nauwelijks wat toe te voegen aan de muziek en wijzen eerder op de banaliteit van de eigen statements. Gelukkig is de muziek veelvuldig aanwezig. Muziek die geen extra toegevoegd verhaal nodig heeft, en in deze interessante mengvorm een erg intrigerend onderwerp vormt.

Bart Rietvink