The Godfather (1972)

Regie: Francis Ford Coppola | 175 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Marlon Brando, Al Pacino, James Caan, Richard S. Castellano, Robert Duvall, Diane Keaton, Al Lettieri, Talia Shire, Gianni Russo, John Cazale, Sterling Hayden, John Marley, Richard Conte, Abe Vigode, Rudy Bond

Wat valt er nog te vertellen over ‘The Godfather’, een historisch document waarbij alle andere maffiafilms verbleken. Francis Ford Coppola en schrijver Mario Puzo kiezen voor de dramatische aanpak van het familie-epos, met alle sentimenten en verwikkelingen die daarbij horen, maar doen dat zo gedetailleerd en subtiel dat het zijn geloofwaardigheid nooit verliest. ‘The Godfather’ is de sociologisch verantwoorde stamouder van de tv-serie ‘Dallas’.

De grote kracht van de film is de onmiddellijke sympathie die je voelt voor de hoofdpersonen, zonder dat zij daarvoor afgeschilderd moeten worden als goede helden. De Corleone’s houden zich verre van zinloos geweld; zij handelen slechts vanuit één belang: dat van de familie; ‘wij’ tegen de wereld. De achteloosheid waarmee Vito Corleone opdracht geeft tot een moord en zelfs de verwording van ‘koorknaap’ Michael tot kille moordenaar heeft een moreel kader: dat van het voortbestaan van de familie. Het is slachten of afgeslacht worden.

De aard van de Siciliaanse gemeenschap wordt door de makers op ingenieuze wijze geportretteerd. Zo zijn daar de buitenstaanders Kay (Michael’s Amerikaanse vriendin, gespeeld door Diane Keaton) en Tom Hagen. Zij houden de familie een spiegel voor, weten het soms beter, maar kunnen nooit opboksen tegen de heilige familiebanden. De episode rond Michael’s verblijf op Sicilië en zijn huwelijk aldaar voert ons terug naar de wortels. In een herderlijke sfeer wordt de pure onschuld – in de vorm van de mooie Appolonia – het hof gemaakt met een ‘aanbod dat haar vader niet kan afslaan’. De man weet vervolgens genoeg en de flessen wijn komen op tafel. Dat is overleven op Sicilië.

Typische paradoxen als deze zijn er meer. De langdurige proloog – het huwelijk van dochter Connie (Talia Shire), dat door de gasten wordt aangegrepen om zaakjes met de ‘don’ te regelen – is een mooi voorbeeld. Beelden van in het zonlicht feestende bruidsgasten worden afgewisseld met die van de verduisterde kamer waarin Vito Corleone spreekuur houdt. Dit is Marlon Brando op zijn best. Eerst geduldig, dan weer opvliegend zet hij een in zijn nadagen verkerende heerser neer. De doop van het kind van Connie aan het eind van de film is weer zo’n ‘sacrale’ gebeurtenis. Tijdens de voltrekking van het sacrament worden buiten de kerk de belangrijkste vijanden van de familie uit de weg geruimd. Deze actie is meteen ook de ‘doop’ van Michael als nieuwe godfather, een rol die hij in deel twee met verve zal vervullen. ‘The Godfather’ is een hoogmis, de hoogmis van het witte doek.

Jan-Kees Verschuure