The Last Picture Show (1971)

Regie: Peter Bogdanovich | 121 minuten | drama | Acteurs: Timothy Bottoms, Jeff Bridges, Cybill Shepherd, Ben Johnson, Cloris Leachman, Ellen Burnstyn, Eileen Brennan, Randy Quaid, Clu Gulager, Sam Bottoms

Peter Bogdanovich was een beginnende regisseur toen hij het plan opvatte om het boek getiteld ‘The Last Picture Show’ te verfilmen. Bogdanovich bewerkte dit boek van Larry McMurtry over het leven in het kleine Texaanse plaatsje waar laatstgenoemde zelf opgroeide met diens medewerking tot scenario. Het werd een film die hij nooit meer heeft kunnen overtreffen of zelfs maar benaderen.

Toen werd gezocht naar een geschikte locatie om de film op te nemen koos men voor het dorp waar het boek feitelijk op gebaseerd was, namelijk Archer City. In het dorp waarin ‘The Last Picture Show’ werd opgenomen leefden de personen op wie de karakters in het boek gebaseerd waren, hun levens waren de inspiratiebron voor het verhaal en uiteindelijk ook voor de film geweest. Een andere goede reden voor de keuze van Archer City was de aanwezigheid van de in het verhaal beschreven locaties en gebouwen, waaronder het bioscoopzaaltje.
Na een gesprek met de befaamde Orson Welles besloot Bogdanovich dat hij deze film in zwart-wit wilde opnemen. Dit deed hij om meer scherpte in de beelden te krijgen en om het verhaal waarachtig over te brengen. Hij zegt daarover: “Kleur verzacht het verhaal, daarom besloot ik de film in zwart-wit op te nemen”. Het zwart-wit geeft ‘The Last Picture Show’ een sfeer van nostalgie maar maakt het tevens realistisch, het is beslist geen zoet sentiment.

In ‘The Last Picture Show’ wordt door ook middel van muziek een authentieke sfeer aan het verhaal gegeven. Dit komt doordat er uitsluitend muziek te horen is uit de periode waarin het verhaal zich afspeelt, maar ook doordat die muziek niet uit de lucht komt vallen, maar uit autoradio’s en jukeboxen klinkt. Juist doordat muziek voor het overige achterwege is gelaten en er soms stille momenten in de film zitten beleef je het verhaal minder als een fictie. Gecombineerd met het realistische spel bevordert dit in belangrijke mate de ongekunstelde sfeer die door de hele film verweven zit. Ook dit draagt bij aan het totaalbeeld van de film dat het verhaal daarbinnen overstijgt.

De film speelt zich af in 1951 en 1952 in het Texaanse stadje Anarene. De openingsscène toont het sobere, vervallen stadje dat lijkt op een spookstad, maar toch nog leeft. Uitgangspunt van de film is de vriendschap tussen Sonny Crawford (Timothy Bottoms) en Duane Jackson (Jeff Bridges) die samen football spelen in het team van hun highschool.
Duane, een roekeloze jongen met een grote mond en een klein hartje, heeft verkering met de plaatselijke schoonheid en hartenbreekster Jacy Farrow (Cybill Shepherd). Dit meisje lijkt er genoegen aan te beleven om jongens te zien lijden door telkens af haken als ze goed beet heeft. De jolige Duane wordt volkomen in verwarring gebracht door de ijskoude Jacy die hem aan het lijntje houdt met haar blik die onschuldig en doortrapt tegelijk is. Bogdanovich zag in de volstrekt onbekende Cybill Shepherd de ideale vertolkster voor deze rol. Hij kon haar charmes overigens ook zelf niet weerstaan want hij kreeg nog tijdens de opnames een verhouding met haar. Overigens blijkt gaandeweg de film steeds duidelijker dat Jacy’s houding voortkomt uit zelfbescherming. Ze is niet kwaadaardig, maar het wordt haar te gemakkelijk gemaakt om te krijgen wat ze wil. Uiteindelijk blijkt ook zij echter kwetsbaar te zijn.
Sonny is een veel rustiger en bedachtzamer type dan Duane. Hij is bevriend met de oudere levenswijze Sam “the Lion”, de eigenaar van de plaatselijke bioscoop, het poolzaaltje en het restaurant. Sam is één brok karakter en zegt heel veel zonder woorden. Ben Johnson’s vertolking van deze rol was goed voor een Oscar (beste mannelijke bijrol). Ook heeft Sonny een broederlijke band met Sam’s zwakzinnige zoon Billy (gespeeld door de broer van Timothy Bottoms, Sam Bottoms). Sonny krijgt min of meer onbedoeld een verhouding met Ruth Popper (Cloris Leachman), de vereenzaamde echtgenote van zijn footballcoach. Zij vindt de genegenheid bij hem die ze niet van haar man krijgt. Sonny vervult op zijn beurt zijn behoefte aan (seksuele) aandacht vervullen door haar te bezoeken. Ruth leeft op een wolk en hervindt het geluk totdat Jacy Farrow ook Sonny in haar macht weet te krijgen. Cloris Leachman verdiende net als Ben Johnson een Oscar (beste vrouwelijke bijrol) voor haar voortreffelijke spel. Vooral in de laatste scène van de film verbeeldt zij de getergde trots van Ruth pijnlijk treffend.

Na de plotselinge dood van Sam is ook het leven in Anarene niet meer hetzelfde, de bioscoop sluit haar deuren met een laatste voorstelling (vandaar de titel van de film). Overigens is de film die dan getoond wordt niet toevallig gekozen. Het is namelijk ‘Red River’ uit 1948, een film van Howard Hawks met John Wayne in de hoofdrol, waarin het heldhaftige plaatje van het oude glorieuze Texas te zien is. Dit contrasteert prachtig met het uitgebluste dode stadje waarin ‘The Last Picture Show’ zich afspeelt.

Deze film bevat verliefdheid, verbroken relaties, vriendschap, bedrog, ruzie en dood, kortom ruim voldoende dramatische elementen. Deze dingen worden onverbloemd verbeeld, zonder opsmuk of relativering waardoor het levensecht overkomt. Hier worden geen sprookjes verteld, de karakters in deze film zijn levensecht en goed en slecht. Eén van de sterkste punten van deze film is dat er veel ruimte voor verbeelding is overgebleven, niet alles wordt tot in detail verteld. Vaak moet de kijker zelf maar zien hoe hij een oogopslag of een korte zin moet interpreteren. Die vrijheid maakt in dit geval het verschil tussen een heel goede film en een meesterwerk. ‘The Last Picture Show’ behoort beslist tot de laatste categorie. Het gaat ook niet zozeer om het verloop van het verhaal, maar veeleer om de sfeer die wordt opgeroepen en het gevoel dat je er aan over houdt. ‘The Last Picture Show’ is een film die meer is dan de som van zijn delen en daarmee bijzonder geslaagd.

Heel interessant en gedurfd is dat Peter Bogdanovich ongeveer twintig jaar later een vervolg op ‘The Last Picture Show’ heeft verfilmd, getiteld ‘Texasville’. In deze film komt een groot deel van de cast weer ten tonele en kun je zien hoe het leven van de hoofdpersonen verder is verlopen. Met name de relatie tussen Duane en Jacy staat hierin centraal. ‘Texasville’ is een leuke film, maar van een volstrekt ander kaliber dan zijn voorganger. Het is een veel luchtiger film die in kleur is opgenomen en vooral zal aanslaan bij degenen die ‘The Last Picture Show’ kennen en waardeerden. Zelfs dan moet je je instellen op een ander soort film. Het idee is in ieder geval bijzonder en de uitvoering is tenminste geen aanfluiting.

Dave van der Sterren