The Legend of Zorro (2005)

Regie: Martin Campbell | 125 minuten | actie, drama, romantiek, avontuur | Acteurs: Antonio Banderas, Catherine Zeta-Jones, Rufus Sewell, Nick Chinlund, Adrian Alonso, Gustavo Sánchez Parra, Alberto Reyes, Julio Oscar Mechoso, Giovanna Zacarias, Michael Emerson, Carlos Cobos

‘The Mask of Zorro’ (1998) was een heerlijke, nagenoeg perfecte avonturenfilm met een uitgelezen cast en optimaal gedoseerde ingrediënten. Nu, zeven jaar later, is er dan eindelijk het vervolg, ditmaal zonder vader(figuur) Anthony Hopkins, maar mét zoontje Joaquin (Adrian Alonso) en dezelfde regisseur (Campbell) en hoofdrolspelers (Banderas en Zeta-Jones). De vraag is nu natuurlijk of de magie van de eerste Zorro-film herhaald kan worden en in hoeverre de film het kijken waard is.

Deze vragen hangen met elkaar samen. Immers, door te kijken naar wat er in “Mask” zo goed werkte, wordt duidelijk wat er soms ontbreekt in “Legend”. Om maar te beginnen bij één van de belangrijkste verschillen: Anthony Hopkins. Het ontbreken van zowel deze acteur als zijn personage, Don Diego de la Vega (oftewel de eerdere Zorro), is op verschillende vlakken voelbaar. Om te beginnen is het altijd een gemis als een acteur van zijn kaliber de productie verlaat. Hij gaf “Mask” net dat beetje extra klasse, wat de film als geheel omhoog trok en meer “cachet” gaf. Maar zijn personage was ook essentieel voor de film. Ten eerste had hij zijn eigen verhaallijn, die zich richtte op zijn eigen wederopstanding; als ex-Zorro, maar vooral ook als een strijdbare Don Diego, die kostte wat het kost zijn dochter Elena wilde ontmoeten en de waarheid (over zijn ouderschap) wilde vertellen. Dit verhaalelement zorgde voor het emotionele anker in de film. Een anker dat nagenoeg ontbreekt in “Legend”. Er is weinig waarbij we consistent emotioneel betrokken zijn. Bepaalde scènes met Joaquin en Elena doen ons met hen meeleven, maar het grootste gedeelte van de film beschouwen we de personages in de film van een afstand.

Hopkins’ personage zorgde in “Mask” ook voor de altijd (potentieel) boeiende meester-leerling dynamiek: hij was degene die het masker (en de bijbehorende traditie) moest overdragen op een geschikte kandidaat, in dit geval Alejandro. In “Legend” is een soortgelijk aspect terug te vinden in de relatie tussen Alejandro en zijn zoontje Joaquin. Hier vinden we zowel de drama van het mysterie van de identiteit van Zorro terug (Joaquin weet niet dat papa Zorro is), als een versie van de meester-leerling dynamiek, maar veel wordt hier niet meegedaan. Leuk is het om te zien hoe de kleine Joaquin de moed en (zwaard)vechtkwaliteiten heeft van zijn vader; in een scène in Joaquins klaslokaal zien we hoe hij, wanneer hij na wat kattekwaad uitgehaald te hebben achterna wordt gezeten door leraren, op een Zorro-achtige wijze zijn achtervolgers te slim af. Hij springt over armen heen, en zwaait aan de lamp zoals we dat eerder zagen in “Mask”. De scène waarin hij zijn vader helpt ontsnappen uit de gevangenis is op eenzelfde manier speels en amusant. Een dramatisch effectieve scène vindt plaats wanneer Zorro Joaquin heeft gered en ze een conversatie in het Spaans hebben over Joaquins gedrag en de mogelijke bedoelingen van zijn vader (die voor Joaquin twee verschillende personen zijn). De jonge Adrian Alonso spreekt normaal gesproken überhaupt geen Engels, dus dat het acteren voor hem in deze scène makkelijker gaat, is te begrijpen, maar ook Banderas lijkt meteen een stuk natuurlijker over te komen als hij in zijn moedertaal spreekt (het zou wellicht interessant zijn om hem wat meer in Spaanse films bezig te zien). Toch blijft deze vader-zoon relatie uiteindelijk teveel een voetnoot om de film van voldoende betrokkenheid te voorzien.

De betrokkenheid had op spanningsniveau ook hoger kunnen zijn als er wat meer opbouw was geweest met betrekking tot de latere strijd. De trainingsscènes in “Mask” waren, naast komisch, ook opwindend omdat ze toewerkten naar het moment dat de nieuwe Zorro zijn masker zou kunnen opzetten, en de gekerfde ”Z” weer overal gezien zou worden. Wat ons meteen op een volgend gemis brengt. Campbell en Banderas vonden het interessant om van Zorro een menselijk figuur te maken. Hij is in feite een gewone man die voor de gewone man opkomt. In de film heeft hij, in de lijn van films als ‘The Incredibles’, ‘Spiderman 2’, en ‘Mr. & Mrs. Smith’, net als “iedereen” huwelijksproblemen en moet hij proberen zijn gezinsleven in goede banen te leiden. Dit is interessant, maar tegelijkertijd demystificeert het de figuur van Zorro. Dit wordt nog eens verergerd doordat Zorro (of zijn naam) zijn vijanden in de film ook weinig angst meer lijkt in te boezemen. Zoals de personage in een film zegt: “You belong in a museum”. Dit alles maakt dat de toeschouwer ook weinig opwinding meer ervaart als Zorro zijn masker opzet.

Maar wanneer hij zijn masker opzet is er wel degelijk veel actie in “Legend”. Soms een beetje teveel. Vooral de eindsequentie, waarbij Zorro met paard en al op het dak van een rijdende trein springt, gaat maar door en door in een soort kruising tussen de treinachtervolging in ‘Back to the Future III’ en de snelwegscène in ‘The Matrix: Reloaded’. Ook vindt er, ook al zijn de scènes vaak kundig gechoreografeerd, net iets te weinig rechtgeaard degengekletter plaats. Degengevechten horen nadrukkelijk bij de figuur van Zorro, en vormden in de eerste film nu juist zo’n grote bron van opwinding. We horen nu wel de uit deel 1 bekende muziek, maar niet de traditionele actie die we hiermee associëren. In plaats van zwaardgevechten zien we een polo-confrontatie of vuistgevecht. Ook best vermakelijk, maar toch net iets minder stimulerend. Ook halen sommige absurditeiten – zoals het paard dat (via cgi) zijn ogen spert, een pijp rookt of een flesje bier drinkt – en nipte reddingsacties de kijker net iets te vaak uit de film.

Maar dit zijn in feite kleine bezwaren. De grootste problemen vormen het gebrek aan dramatische drijfkracht en emotionele betrokkenheid. De reden dat er nu gevochten wordt is enerzijds om Zorro’s huwelijk te redden en anderzijds om de dood van een stel anonieme Californiërs te voorkomen. In “Mask” was het allemaal wat persoonlijker. Alejandro vocht vanwege zijn dode broer enerzijds, en de arme, uitgebuite mijnarbeiders anderzijds.

Wie nu denkt dat er niets te genieten valt tijdens het kijken naar ‘The Legend of Zorro’ heeft het mis. Om te beginnen is er wederom een goede cast samengesteld. Banderas en Zeta-Jones bereiken misschien niet dezelfde chemie als in deel 1, ze zorgen samen toch voor leuke interacties en bevredigende actiemomenten. De kleine Joaquin is misschien net iets te bijdehand, maar omzeilt hiermee wel het “schattige kindjes syndroom” dat vele films parten speelt. En hij wordt aardig neergezet door de betrekkelijk onervaren Alonso. Het schurkenduo is ook tot de verbeelding sprekend. Rufus Sewell, bekend als de bad guy uit ‘A Knight’s Tale’ en de good guy uit de onbekende, maar interessante sf-film ‘Dark City’, is hier een lekker slinkse Fransoos met vet aangezet accent, en Nick Chunlund is een typische meedogenloze premiejager met een angstaanjagend brandmerk op zijn wangen en een houten kunstgebit. Als intimiderende bijbelciteerder moet hij het afleggen tegen Samuel Jacksons “Bad Mutherfucker” uit ‘Pulp Fiction’ maar hij doet goed z’n best.

Wat ook in het voordeel van de film werkt is de medewerking van (grotendeels) dezelfde crew. Dit zorgt voor een goede continuïteit. De kostuums, het camerawerk, de compositie van de shots… het is soms net of we niet weg zijn geweest. Ook zijn er verschillende verwijzingen naar deel 1 in de scènes zelf. Wanneer Elena voor het eerst officieel geïntroduceerd wordt als de vriendin van de bad guy, zal iedereen die bekend is met “Mask” moeten denken aan de soortgelijke scène, maar dan met Hopkins als waarnemer, in plaats van Banderas. Er wordt, net als in ‘Star Wars: Epsiode III’, slim gespeeld met de bekendheid van de toeschouwer met deze personages, waardoor veel situaties een extra lading krijgen.

Echter, ondanks de inspanningen van de, met de materie bekende, filmmakers is ‘The Legend of Zorro’ helaas niet het topavontuur geworden dat het had kunnen zijn. Het is niets meer of minder dan een redelijk vermakelijk tussendoortje. Of dit genoeg is voor de kijker zal de recette moeten uitwijzen.

Bart Rietvink