Crash (2004)

Regie: Paul Haggis | 123 minuten | drama, misdaad | Acteurs: Don Cheadle, Matt Dillon, Sandra Bullock, Brendan Fraser, Ryan Phillippe, Jennifer Esposito, Thandie Newton, Karina Arroyave, Dato Bakhtadze, Art Chudabala, Sean Cory, Tony Danza, Keith David, Loretta Devine, Ime Etuk    

‘Crash’ heeft verschillende elementen die in het voordeel van de film werken: een eclectische cast van sterk spelende acteurs; een moedige benadering van de (jammer genoeg) nog altijd relevante thematiek; en een script, mede geschreven door regisseur Paul Haggis (die eerder de succesfilm ‘Million Dollar Baby’ neerpende), dat veel drama en conflictsituaties bevat. Kortom, zet de Oscars maar vast klaar.

Nu, zo makkelijk werkt het natuurlijk niet. Dat wil zeggen, die Oscars zouden best in het verschiet kunnen liggen, maar dat wil niet zeggen dat er niets op de film aan te merken is. De hiervoor genoemde sterke punten van de film tillen de film zeker boven de middenmoot uit, maar tegelijkertijd lijkt de film wat overambitieus te zijn in zijn uitvoering, waardoor de centrale boodschap eerder zwakker dan krachtiger wordt.

De film volgt verschillende setjes van personages, van allerlei soorten rassen en standen. Deze mensen krijgen allemaal vroeg of laat in de film (meestal vroeg) met racisme te maken of maken zichzelf hier schuldig aan. Vooral dit laatste aspect lijkt de essentie van de film te bevatten. In feite wil Haggis zeggen dat iedereen wel tot op zekere hoogte racistisch is of door bepaalde “omstandigheden” tot uitingen gedreven kan worden die als zodanig kunnen worden opgevat. Racisme kan verschillende manifestaties en oorzaken hebben, die in de film onderzocht worden. De door Matt Dillon gespeelde agent lijkt één van de grootste racisten in de film te zijn. Echter, zijn haat of afgunst heeft wel degelijk een oorsprong zoals we laat in de film merken. De door Ludacris gespeelde (zwarte) misdadiger geeft voortdurend af op blanken, maar ook aziaten en zelfs zijn eigen “kleurgenoten” zijn niet veilig voor zijn afkeurende uitlatingen. Maar het gaat hier niet om pure haat; eerder om een manier tot zelfbehoud. Vooral aan het einde van de film, wanneer hij een stel Aziatische vluchtelingen heeft geholpen terwijl en waarna hij ze voor spleetoog uitmaakt, blijkt zijn racistische leuzen meer gewoonte zijn dan ideologie. Het glimlachje terwijl hij in zijn auto stapt na zijn goede daad verraadt dat hij zich hier zelf ook van bewust is.

De film kun je het beste opvatten als een parabel, of liever gezegd een verhaal waarbij alles in dienst staat van de te communiceren centrale gedachte, en waarbij het dus niet uitmaakt of sommige plotontwikkelingen of opeenstapelingen van gedragingen onrealistisch overkomen. Als je dit niet doet, kun je als kijker namelijk een probleem hebben met de suggestie dat (praktisch) iedereen een (potentiële) racist is en dat mensen van verschillende rassen de hele dag niets anders doen dan elkaar in de haren vliegen. Toch is het lastig om je puur op de gedachte achter de verschillende vignetten te blijven richten en niet afgeleid te worden door de retoriek die gebruikt wordt. Want, de boodschap zélf mag dan wel zijn dat racisme vele facetten en nuances heeft, de manier waarop deze boodschap wordt overgebracht is bepaald niet subtiel. Vaak wordt al kort nadat we een stel (nieuwe) personages in beeld zien duidelijk waar het op uit zal gaan draaien en welke conflictsituatie zal gaan ontstaan. Of de situatie doet zich meteen voor. We zien een botsing en meteen een latina die, op een racistische manier, tegen een aziatische vrouw aan het schelden is en vice versa. Of een Perzische man die voor Arabier wordt aangezien wanneer hij met zijn dochter overlegt terwijl hij een pistool aan het kopen is, en door de verkoper wordt toegesnauwd: “Yo Osama, plan the ji-had in your own time”. Het wordt op een gegeven moment gewoon wat vermoeiend. Het probleem is ook deels dat er zoveel personages zijn om vorm te geven. Je brengt als kijker niet genoeg tijd met ze door om ze goed te leren kennen buiten hun racistische neigingen of omstandigheden om. Elk personage wordt gedefinieerd door de rol die racisme speelt in zijn of haar leven, waardoor de betrokkenheid soms te wensen overlaat.

Dat gezegd hebbende, zijn de onafhankelijke scènes vaak nog behoorlijk krachtig en indrukwekkend. Het moment dat agent Matt Dillon de zwarte Thandie Newton en haar man aanhoudt (omdat zij op hem fellatio pleegde) en Newton betast, terwijl haar man niets doet om zijn eigen reputatie (als respectabele tv-regisseur) te behouden en de situatie niet te laten escaleren, is pijnlijk om te zien en woede opwekkend. De scène waarin Ryan Phillippe diezelfde man in een latere licht ontvlambare situatie tot bedaren probeert te manen, is bijzonder spannend. En één van de weinige tedere momenten vindt plaats in de slaapkamer van de dochter van de goedaardige mexicaanse slotenmaker, wanneer hij zijn dochter een onzichtbare mantel geeft die haar moet beschermen tegen kwaad in het algemeen, en rondvliegende kogels in het bijzonder. De momenten tussen vader en dochter hier zijn pure magie.

Het is jammer dat de film in zijn geheel wat mist om volledig te kunnen overtuigen. Misschien hadden er wat personages uitgekund en had er wat meer reikwijdte in de verhalen en personages kunnen zitten. Wellicht dat de film beter geschikt zou zijn als miniserie, waarbij er minder sprake is van een opeenstapeling van gelijksoortige situaties, en elk verhaal op zijn eigen manier tot zijn recht kan komen. Hoe dan ook, de film is zeker het bekijken waard. Het acteerwerk is klasse, individuele scènes zijn vaak bijzonder goed getroffen, en de boodschap is relevant en waardevol. Oscars of niet, ‘Crash’ weet de kijker te raken en aan het denken te zetten. Niemand die daar iets op tegen kan hebben.

Bart Rietvink