The Lion King (2019)

Recensie The Lion King Cinemagazine Regie: Jon Favreau | 118 minuten | animatie, avontuur | Originele stemmencast: Chiwetel Ejiofor, John Oliver, James Earl Jones, Donald Glover, Beyoncé, John Kani, Alfre Woodard, JD McCrary, Shahadi Wright Joseph, Penny Johnson Jerald, Keegan-Michael Key, Eric André, Florence Kasumba, Seth Rogen, Billy Eichner, Amy Sedaris, Chance the Rapper, Phil LaMarr, J. Lee

Bij iedereen die opgroeide in de jaren negentig staan de eerste beelden van Disneys ‘The Lion King’ (1994) op het netvlies gegrift: de warmrode zonnegloed die over de savanne hangt, wilde dieren die massaal toestromen richting de leeuwenrots en de iconische Zulu-zang ‘Nants ingonyama bagithi Baba’. De oude, wijze mandril Rafiki doopt de leeuwenwelp, neemt hem mee naar de rand van de rots om hem – hun toekomstige koning – voor te stellen aan de dieren. Vervolgens zet good old Elton John zijn speciaal voor de film geschreven megahit ‘The Circle of Life’ in en volgt een episch en meeslepend avontuur over een jong leeuwtje dat zijn plaats moet zien te vinden in de kringloop van het leven. Een eenvoudig maar memorabel verhaal met zowel Bijbelse (lotsbestemming) als Shakespeariaanse (de broederstrijd tussen koning Mufasa en zijn jaloerse en verbitterde broer Scar) verwijzingen, waarin universele thema’s als volwassen worden, schuld en boetedoening, vergiffenis en wederopstanding op een voor iedereen herkenbare manier worden aangesneden. De indringende scènes, bijvoorbeeld die waarin Mufasa op tragische wijze de dood vindt, de memorabele muziek, de levenslessen; het droeg allemaal bij aan de impact van ‘The Lion King’. Geen wonder dat deze film op veel mensen – jong én oud – grote indruk maakte. Ook voor Walt Disney Animation Studios vormde ‘The Lion King’ een onbetwist hoogtepunt, en niet alleen vanwege de opbrengsten en de complete franchise inclusief lucratieve musicals die eruit voortvloeiden. Na de zware tijden in de jaren tachtig, vormde deze film samen met ‘The Little Mermaid’ (1989), ‘Beauty and the Beast’ (1991) en ‘Aladdin’ (1992) de wederopstanding van Disney. Na ‘The Lion King’ zou de teloorgang zich weer inzetten. Niet zo vreemd dat ze deze film bij Disney ook diep koesteren.

En zoals dat tegenwoordig gaat, moet zo’n geliefd animatieproject een eenentwintigste-eeuwse remake krijgen, een heruitvoering van de klassieker met behulp van de technologische mogelijkheden van deze tijd. Disney heeft zijn meest succesvolle animatiefilms op deze manier de afgelopen jaren opnieuw onder de aandacht gebracht en dat legt de studio geen windeieren. De vraag blijft natuurlijk wat de noodzaak is van een heruitgave van een film die al top is; is het puur commercieel belang? Daar heeft het veel van weg. Voor de live-action remake van ‘The Lion King’ (2019) ging Disney opnieuw in zee met regisseur Jon Favreau, die in 2016 ‘The Jungle Book’ met veel succes wist om te vormen naar een levensechte CGI-jungle. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. Favreau en scenarioschrijver Jeff Nathanson (bekend van onder meer ‘Catch Me If You Can’ uit 2002) kozen ervoor om het verhaal vrijwel één op één over te nemen en slechts marginale wijzigingen aan te brengen. De toon is, net als in ‘The Jungle Book’, iets grimmiger; zo zijn de hyena’s, die in het origineel nog voor een dosis comic relief zorgden, hier eigenlijk best angstaanjagend en is Scar niet meer de kwaaie dandy maar een verbitterde manipulator. Gelukkig zijn Timon en Pumbaa en de gevederde regelneef Zazu er nog wel om het af en toe een beetje luchtig te houden. De aanpassingen zijn subtiel; de humor is hier en daar naar deze tijd aangepast, de leeuwinnen (in het echte leven de baas in de groep) hebben iets meer in de melk te brokkelen en hier en daar krijgen we een nieuwe blik op de savanne en de dieren die daar leven (de mestkever!).

Juist die nieuwe blik die Favreau werpt op de wereld van Simba en consorten, is wat ‘The Lion King’ onderscheidt van zijn voorganger. Met behulp van CGI creëerde hij namelijk een levensechte savanne, die niet misstaan zou hebben in een natuurdocumentaire van de BBC (alleen het legendarische commentaar van Sir David Attenborough ontbreekt nog!). Elk haartje, grassprietje, zandkorreltje en veertje is extreem gedetailleerd uitgevoerd, en alles komt uit de computer. Die levensechte beelden fascineren, maar vervreemden tegelijkertijd. In elk geval zodra de dieren hun mond opendoen en gaan praten. Hoewel dit na verloop van tijd went, blijft het toch een beetje tegennatuurlijk. En niet elk personage weet ons even gemakkelijk te overtuigen. Voor de stemmencast werden veelal Afro-Amerikaanse acteurs aangetrokken. De enige van de oorspronkelijke cast die zijn rol – die van Mufasa – opnieuw heeft ingesproken is good old James Earl Jones. Fijn dat hij met zijn karakteristieke donkerbruine stemgeluid weer van de partij is! De rol van de oude en jonge Simba worden respectievelijk ingesproken door Donald Glover en JD McCrary, waarbij vooral die laatste indruk maakt. Chiwetel Ejiofor is een ware ontdekking als stemacteur; hij weet Scar precies de juiste toon mee te geven; soms verongelijkt, dan weer dreigend maar altijd intrigerend en misleidend. Hij blijkt zelfs aardig te kunnen zingen, horen we in het jammer genoeg ingekorte ‘Be Prepared’. Beyoncé Knowles-Carter draaft op in de rol van de volwassen Nala en mag samen met Glover ‘Can You Feel the Love Tonight’ zingen. Ook brengt ze een nieuw nummer ten gehore, getiteld ‘Spirit’. Door haar herkenbare stem ben je je er constant van bewust dat je naar Beyoncé aan het luisteren bent. Billy Eichner (Timon), Seth Rogen (Pumbaa) en John Oliver (Zazu) hebben dan weer helemaal geen zangstemmen, maar weten dat in hun enthousiaste performance aardig weg te moffelen. De Zuid-Afrikaanse acteur John Kani ten slotte komt in de mysterieuze rol van Rafiki het meest authentiek over.

De animatieversie van ‘The Lion King’ was eigenlijk al perfect, dus een echte noodzaak voor deze CGI-versie was er niet. Zeker niet voor een letterlijke kopie, want dat is wat Disney hier aflevert: een duplicaat van eigen werk. En hoe vakkundig het ook allemaal wordt uitgevoerd, en hoe schitterend mooi en levensecht de visuele pracht ook is, deze versie zal altijd inferieur zijn aan de animatiefilm. Waar Favreau ‘The Jungle Book’ meer eigen smoel durfde te geven, lijkt hij hier gevangen te zitten in het strikte harnas dat Disney hem oplegde. Moeten we deze versie dan maar massaal links laten liggen? Dat zeker niet! Want ondanks dat Disney ons oude wijn in nieuwe zakken verkoopt, staat het verhaal van ‘The Lion King’ nog altijd als een huis en geldt het voor velen als onvervalst jeugdsentiment. Voor al die mensen is het eigenlijk dus niet erg dat deze nieuwe versie een rechtstreekse kopie is van hun geliefde klassieker.

Patricia Smagge

Waardering: 3.5

Bioscooprelease: 17 juli 2019