The Princess Bride (1987)

Regie: Rob Reiner | 98 minuten | komedie, avontuur, familie, romantiek, fantasie | Acteurs: Cary Elwes, Robin Wright, Mandy Patinkin, Chris Sarandon, Christopher Guest, Wallace Shawn, Andre the Giant, Fred Savage, Peter Falk, Peter Cook, Mel Smith, Billy Crystal, Carol Kane

“Inconceivable!”, het stopwoordje van één van de personages in de film, vormt ook een prima reactie op de reputatie van deze film: “Ongelofelijk!”. De film is zo’n beetje een cultklassieker geworden vanwege de grote groep fans, en bij de critici is de film al niet veel minder geliefd. Op rottentomatoes.com krijgt de film van de recensenten een unaniem positieve beoordeling, met een gemiddelde van 8,4. Woorden als “charmant”, “hilarisch”, en zelfs “briljant” passeren nog al eens de revue.

Nu is de film redelijk charmant en bij tijd en wijlen ook hilarisch, maar “briljant” gaat toch iets te ver. Deze film, die tegelijk een sprookje is en een parodie hierop, en hiermee een grote inspiratiebron was voor verschillende recente films, wordt vaak geroemd als de perfecte familiefilm. Als dit al zo is, kun je je afvragen of de individuele familieleden hier dan ook allemaal optimaal bij gebaat zijn. Bestaat er wel een film die voor iedereen geschikt is en toch op elk gebied kan excelleren? Toegegeven, “The Princess Bride” doet weinig echt verkeerd, maar tegelijkertijd blinkt de film op geen enkel gebied echt uit.

De romantiek is effectief op een oppervlakkige, sprookjesachtige manier, maar is over het algemeen toch vrij nietszeggend. Het begin van de romance, wanneer “Buttercup” erachter komt dat Westley met zijn woorden “as you wish” eigenlijk wil zeggen “I love you”, is schattig, maar hierna boeit hun relatie al eigenlijk niet meer. De woorden “ware liefde” zijn al uitgesproken en meer dimensies in hun gevoelens voor elkaar zijn er niet. Daar komt bij dat hoofdrolspeler Cary Elwes niet echt een uitstraling heeft die de diepte van zijn gevoelens overtuigend overbrengt. Dit in tegenstelling tot zijn tegenspeelster Robin Wright, die ons zowaar in haar gevoelens doet geloven.

Nee, het romantische aspect van de film is niet echt succesvol. Dit komt ook gedeeltelijk door de te zoete, sprookjesachtige uitwerking, en tevens door juist de knipoog naar deze overdreven zoetheid. Het verhaal bereikt ons namelijk via het voorlezen van het verhaal door een opa aan zijn kleinkind. En deze typische “Werther’s Echte”- opa, een leuke rol van Peter Falk, wordt door het kind op de (te) zoete momenten onderbroken met opmerkingen als “Hold it! Where is the sports? Is this a kissing book??”. De film ontkracht met dit zelfbewustzijn elke potentiële kritiek op deze zoetheid, maar het zorgt er ook voor dat de kijker niet de mogelijkheid wordt gegeven om de romantiek gewoon als zodanig te accepteren en hierin mee te gaan.

De onderbrekingen van de jongen zijn geslaagd in de wijze waarop we ons met hem identificeren. Het is nu net alsof wij degenen zijn aan wie Falk het verhaal voorleest. Grappig hierbij is een moment waarbij Falk twee keer hetzelfde vertelt (waardoor wij het ook twee keer zien), waarna het jongetje hem corrigeert. Echter, het zorgt er ook voor dat het de kijker op een afstand houdt, niet alleen wat betreft de romantiek maar het hele verhaal. We blijven duidelijk toeschouwers die dit amusante sprookje gadeslaan. De potentiële band tussen de toeschouwer en de personages of het verhaal wordt zo praktisch teniet gedaan. Deze band wordt ook nog eens weinig kans gegeven door verschillende artificiële omgevingen en wezens in de film. Het heeft wel een grappig effect om Westley te zien worstelen met een rubberen reuzenknaagdier (een klein mannetje in een pak), maar echt spannend of overtuigend is het niet. De Spaanse zwaardvechter Inigo Montoya, een goede rol van Mandy Patinkin, is vrijwel het enige personage waar we een band mee op (kunnen) bouwen en wiens verhaal een bevredigende dramatische ontwikkeling (en afronding) bevat.

Dan moeten we ons dus maar concentreren op de humor, het sterkste punt van de film. Vanuit dit perspectief werken de meeste knipogen goed. Het jongetje verwoordt meestal precies wat wij denken. Juist op het moment dat het stelletje te klef wordt, grijpt hij in. De verschillende sprookjesreferenties zijn ook amusant, of het nu de verschillende vijanden en opdrachten betreft die Westley tegenkomt (een zwaardvechter, een reus, een slimmerik), de regel dat de held altijd blijft leven, of het zorromasker dat continu wordt overgedragen op een ander. Specifieke momenten, dialogen, of one-liners zijn soms bijzonder geestig en ad rem. Ook de archetypische sprookjesmuziek is lekker vet aangezet: heroïsch, romantisch, dramatisch: alles komt aan bod. Het meest hilarische stukje is toch wel het bezoek aan “Miracle Max” (gespeeld door een praktisch onherkenbare Billy Crystal), die een wonderpil moet verschaffen aan onze helden.

Vaak is er echter niet genoeg (sterke) humor aanwezig. Zo is de aanloop naar het zwaardgevecht tussen Westley en Montoya erg grappig, maar is het zwaardgevecht zelf te mat wat humor betreft, en is het ook niet bepaald spannend. Er zitten teveel van dit soort “neutrale” momenten in, die niet slecht zijn, maar ook weinig meerwaarde hebben.

De schurken verdienen nog wel even een vermelding. Chris Sarandon is prima in zijn element als de kwade prins Humperdinck, net als de heerlijk sinistere Christopher Guest, die de rol speelt van de zes-vingerige graaf Rugen.

Uiteindelijk is de film het meest succesvol als een collectie van grappige personages en one-liners. Het geheel is helaas niet méér dan de som der delen. De film is meestal op z’n minst vermakelijk, maar hinkt toch te veel op twee gedachten om volledig te kunnen overtuigen.

Bart Rietvink