The Sting (1973)

Regie: George Roy Hill | 129 minuten | komedie, misdaad, drama | Acteurs: Robert Redford, Paul Newman, Robert Shaw, Charles Durning, Ray Walston, Eileen Brennan, Harold Gould, John Heffernan, Dana Elcar, Jack Kehoe, Dimitra Arliss, Robert Earl Jones, James Sloyan, Charles Dierkop, Lee Paul

Sommige samenwerkingsverbanden zijn goud waard. Wanneer Robert De Niro, Joe Pesci en Martin Scorsese samen een film maken, levert dat geheid een staaltje hoogstaande cinema √©n een kaskraker op. Kijk maar naar ‘Raging Bull’, ‘Goodfellas’ en ‘Casino’. Ook Robert Redford, Paul Newman en regisseur George Roy Hill hebben onderling een bijzondere en hechte band. Samen maakten ze in 1969 met ‘Butch Cassidy and the Sundance Kid’ een onvergetelijke indruk op de bioscoopganger. In 1973 deden ze dat nog eens dunnetjes over met ‘The Sting’, een van de leukste misdaadkomedies ooit gemaakt.

In het Amerika van 1936 heeft de onderklasse het niet makkelijk. De depressiejaren drukken een zwaar stempel op het leven van de gewone man, waardoor de vindingrijkheid om aan geld te komen fascinerende vormen aanneemt. Een van die slimmeriken is Johnny Hooker (Robert Redford) die echter op een dag de verkeerde man zijn geld aftroggeld, dat hij gelijk vergokt, waardoor zijn beste vriend en compagnon Luther Coleman (Robert Earl Jones, inderdaad de vader van James Earl Jones) wordt vermoord. Als Johnny verneemt dat de machtige Ier Doyle Lonnegan (Robert Shaw) hierachter zit, zoekt hij contact met beroepsoplichter en fenomeen Henry Gondorff (Paul Newman) om samen een ingenieus dubbelspel op te zetten om Lonnegan te pakken te nemen.

Het gerucht gaat dat hoofdrolspeler Robert Redford de film pas in 2004 voor het eerst zelf zag. Dan heeft hij al die tijd toch wat gemist, want ‘The Sting’ is een voortreffelijke en zeer onderhoudende film. Naast Redford en Newman spelen Charles Durning als politieagent Schnyder, Ray Walston als J.J. Singleton, Eileen Brennan als Billie en Harold Gould als Kid Twist uitstekende bijrollen. Wat vooral opvalt aan deze film is de indrukwekkende art-direction van Henry Bumstead. De film is als het ware in episodes verdeeld. De overgang tussen deze hoofdstukken wordt ondersteund door de befaamde piano-rags van Scott Joplin (1868-1917). En hoewel deze deuntjes uit het begin van de twintigste eeuw stammen, passen ze perfect bij dit verhaal dat zich in de jaren dertig afspeelt en zijn ze sindsdien onlosmakelijk verbonden met deze film.

‘The Sting’ won maar liefst zeven Oscars, waaronder die voor Beste Film en Beste Script van David S. Ward. Tien jaar later zou er nog een ‘The Sting II’ worden gemaakt, maar dan zonder Newman en Redford. Dat die film bij lange na niet zo goed werd ontvangen als het origineel, is niet zo verwonderlijk. De ontdeugende tronie van Redford en de gewiekste maniertjes van Newman geven deze film echt iets extra’s. Tel daar de unieke combinatie van art-direction en muziek, de geslaagde humor en het briljante scenario bij op en je krijgt een meesterwerk dat je beslist eens moet gaan zien.

Patricia Smagge