There Will Be Blood (2007)

Regie: Paul Thomas Anderson | 158 minuten | drama | Acteurs: Daniel Day-Lewis, Paul Dano, Kevin J. O’Connor, Ciaran Hinds, Dillon Freasier, Sydney McCallister, David Willis, David Warshofsky, Colton Woodward, Colleen Foy, Russell Harvard

Zet de Oscar voor Daniel Day-Lewis maar vast klaar. Dat lijkt de consensus te zijn onder critici na het zien van Paul Thomas Andersons laatste epos ‘There Will Be Blood’. En inderdaad, Day-Lewis geeft weer eens zo’n typische grandioze vertolking ten beste die we inmiddels van hem gewend zijn. Hij is de reden dat je als kijker je ogen niet van het scherm afgekeerd krijgt. Want, ook wanneer er niets gebeurt zorgt de intense en vaak spottende blik van Day-Lewis ervoor dat er altijd wel iets interessants is om naar te kijken.

Gelukkig maar dat Day-Lewis zo’n intrigerende aanwezigheid vormt in de film, want de behandeling van de inhoud laat wat te wensen over, in het bijzonder wanneer deze inhoud in perspectief wordt gezien met de epische speelduur van de film. Het personage van Daniel Plainview is interessant, net als zijn relatie en interacties met de personen om hem heen, maar als kijker krijg je de indruk dat de grote thema’s van het verhaal, zoals hebzucht, haat, liefde, geloof, jaloezie, beter tot uiting hadden kunnen komen indien individuele personages en hun relaties meer ontwikkeld zouden zijn dan nu het geval is. Het is nu vooral Plainview zelf, die door Day-Lewis’ vertolking praktisch iedere scène domineert en de kijker gebiologeerd houdt, die in zijn gedrag – verbaal, maar vooral ook non-verbaal – uitvoerig wordt behandeld. Nu is zijn personage weliswaar waar de hele film om draait, maar zijn relatie met zijn omgeving is datgene wat hem vorm geeft, dus dit element verdient zeker ruime aandacht.

Ook is het de vraag of het type benadering van Day-Lewis altijd de juiste keuze is. Zijn priemende ogen en berekenende gedrag zijn zonder twijfel boeiend om naar te kijken, maar het doet allemaal wel erg denken aan zijn personage uit ‘Gangs of New York’, de tamelijk over-de-top opererende Bill the Butcher. Niet alleen is een dergelijke vertolking inmiddels niet verrassend meer, een psychologisch iets subtielere aanpak was wellicht beter geweest om dit personage tot leven te laten komen. Vooral de laatste belangrijke scène van de film, wanneer Plainview volledig doordraait, is Day-Lewis in volle Bill the Butcher-modus. Het is de scène die de kijker waarschijnlijk het meest zal bijblijven, hoewel dit wellicht niet Andersons bedoeling is. Of zou moeten zijn. De drijfveren en verschillende lagen van het personage die gedurende de film af en toe aan de oppervlakte komen, zijn fascinerend, maar nu zal Plainview toch vooral herinnerd worden als een dolgedraaide maniak.

Er komt wel een aantal briljante acteermomenten in de film voor, waarvan één direct voorafgaat aan de zojuist besproken scène met de over-de-top gedragingen van Plainview. Het is een vernederende scène waarin Day-Lewis zijn gram haalt bij Paul Dano’s personage Eli Sunday, die het in zekere zin tegen Plainview opnam in diens jacht naar olie en rijkdom, en hem eerder in de film ertoe verplichtte om zich – als atheïst – te laten dopen in Sunday’s kerk, en zo het bloed van Christus te accepteren. Die scène is hilarisch door de droge manier waarop Plainview de ceremonie ondergaat en de tekst herhaalt die hem wordt opgedragen door Sunday. De latere genoegdoening van Plainview in de spiegelscène bij hem thuis is vooral pijnlijk om te zien, maar toch ook humoristisch vanwege de identificatie die de kijker hier voelt met deze antiheld.

Deze identificatie is gedurende de rest van de film helaas niet altijd even sterk aanwezig, ondanks en, gekoppeld aan de geringe ontwikkeling van het verhaal en sociale relaties, zorgt dit voor een teveel uitblijven van een wezenlijke binding van de toeschouwer met de film. En dan gaat de lengte van de film een probleem vormen.

Technisch is de film wonderschoon, met prachtige beelden van landschappen en boorhandelingen, en een atypische, ‘2001: A Space Odyssey’-achtige muzikale score van Radiohead-lid Jonny Greenwood. Naast de acteeroscar voor Day-Lewis zijn nominaties voor verschillende audiovisuele disciplines niet ondenkbaar. Vooral de eerste circa twintig minuten zijn een welhaast abstracte ervaring voor de kijker. Er wordt niet in gesproken en we zien alleen Plainview die, staand in een gat, aan het boren is, en later in de open vlakte bezig is, en met verschillende collega’s samenwerkt wanneer hij olie gevonden blijkt te hebben. Ook wordt de belangrijkste persoon in het leven van Plainview, naast zichzelf dan, geïntroduceerd, te weten zijn (pleeg)zoon. Het is een meditatieve ervaring, en de gedachte dient zich ongetwijfeld aan bij de kijker of Anderson de moed heeft om dit werkelijk de hele film vol te houden. Of dit wenselijk zou zijn geweest, is maar de vraag, maar het was een gewaagde keuze geweest.

Want, het blijkt inderdaad een film met dialoog te zijn. Net als de al eerder genoemde meesterlijke film van Stanley Kubrick, ‘2001: A Space Odyssey’, komen er later conventionele interacties tussen personages in de film voor, en is het introducerende puur audiovisuele begin slechts een teaser. Maar in tegenstelling tot die film, verliest ‘There Will Be Blood’ veel van zijn abstracte karakter. ‘2001’ blijft consistent in zijn vervreemdende toon, en complexe, ambigue verhaallijn of bedoeling. De vorm en inhoud van die film zijn misschien niet voor iedereen even aantrekkelijk maar passen perfect bij elkaar. ‘There Will Be Blood’, echter, lijkt daadwerkelijk personages te willen doorgronden of voor het voetlicht te willen brengen, maar houdt de toeschouwer te veel op een afstand om dit te bewerkstelligen. Formeel gezien is de film een klein juweeltje maar de speelduur is teveel uitgerekt om het karige verhaal lange tijd boeiend te houden. Teveel scènes voegen inhoudelijk weinig toe, waardoor het waarschijnlijk is dat de aandacht van de kijker herhaaldelijk verslapt gedurende de ruim tweeëneenhalf uur die de film duurt. Gelukkig maar dat er op audiovisueel gebied zoveel te genieten valt, en dat het acteerwerk van Daniel Day Lewis zo intens is dat de langgerektheid van de film, en het wat achterblijven van psychologische en sociologische ontwikkelingen nog behoorlijk gecompenseerd wordt.

Bart Rietvink