Toda una vida (2004)

Regie: Jacqueline van Vught | 75 minuten | documentaire | Acteurs: Paco Lopez, Christiaan Lopez, Hanu Lopez, Jerry Lopez, Jim Lopez, Enriqueta Lopez

De stoffige stadjes met gepleisterde huizen, scheefgezakte uithangborden en vergeelde aanplakbiljetten doen denken aan een koffiereclame. Maar hier is geen sprake van couleur locale; het echte leven in Guatemala is zo vriendelijk niet. Tegen de achtergrond van massamoord en weggevaagde indianen moet de circusfamilie telkens vergunningen zien te bemachtigen voor het opzetten van hun circus. Bewakers bij de burgemeester, het geweer losjes onder de arm, lachen pesterig: “laat ‘m z’n leeuwen maar verkopen.”

Met gevoel voor humor geeft Van Vught een indruk van het moeizame artiestenbestaan. Daarmee sluit ze aan bij een traditie van zwarte humor in Zuid-Amerika, waar mensen met harde grapjes het leven dragelijk maken. Zo bezoekt één van de broers het pensioenfonds voor artiesten, omdat zijn rugklachten hem belemmeren in zijn trapezewerk. Met zijn zoektocht naar financiële steun lijkt hij bot te vangen. De rondleiding langs de voorzieningen voor artiesten eindigt bij een supersonische grafkist met rookmachine. De baas van het fonds zegt trots dat hij het allerbeste wil voor zijn leden. Vol mededogen toont Van Vught dat de machtsverhouding binnen de circusfamilie zelf nog beklemmender is dan de politieke situatie buiten de tent en de wagens. Precies dezelfde mildheid maakt dat de kijker een buitenstaander blijft. De familieleden lijken zich bewust te zijn van een toeschouwer, waardoor zij hun frustraties en woede inhouden voor de camera en confrontaties zich buiten de camera afspelen.

Zoals kunstenaars ten tijde van de Romantiek met beelden uit de natuur uitdrukking gaven aan de menselijke emotie, zo werkt Van Vught met filmische natuuropnamen naar een uitbarsting toe. Het beeld van een buizerd die cirkelt in de hemelsblauwe lucht, laat ze als een symbool voor het naderend onheil terugkeren. Het vulkanische gebergte in de verte illustreert de verhitte gemoederen die onderhuids borrelen.

De a-chronologische montage maakt duidelijk dat de problemen binnen de familie zich blijven herhalen. Een nadeel van het knip- en plakwerk is dat de behoefte aan verhaallijn en uitleg onbevredigd blijft. Daardoor raak je als kijker gauw van de wijs. Wie deed nou wat, wanneer en waarom? Ronduit onaangenaam is de onduidelijkheid omtrent de tent: zijn ze die aan het opbouwen of juist aan het afbreken? Is het ochtend of avond? De fragmentarische weergave van de eigenlijke circusshow stelt de circusliefhebber teleur. Hij moet het met de op maat doen. Door slechts aanzetjes van de show te laten zien, maakt Van Vught wel duidelijk dat het werk in de piste maar een heel klein deel is van het leven van de circusartiest in een verder zwaar bestaan.

Muziek speelt een belangrijke rol in ‘Toda una vida’. Onderweg zingen de familieleden mee met emotionerende protestliederen. Dit suggereert een band ondanks de ruzies, maar het saamhorige meezingen is zo gekunsteld, dat je je afvraagt of het in scène is gezet. Ook het einde had subtieler gekund, de allerlaatste zin wordt wel heel erg abrupt afgebroken.

De rommelige vertelwijze maakt Van Vught ruimschoots goed met indrukwekkende opnames van vooral de tijgers die een metafoor vormen voor het circus. Terwijl de dompteur liefkozend zijn dieren aait en daarbij de slagtanden razendsnel moet ontwijken, zegt hij dat hij het meest houdt van zijn beesten, ‘ze zijn mijn broers’. Uit beelden van de tijgeract weten we dat hij de roofdieren met een zweep er goed onder houdt, waardoor je met een glimlach vraagtekens zet bij zijn idee van een broederlijke relatie. Tegelijkertijd zit ook de dompteur net als zijn broers in een kooi. Ze zijn trotse roofdieren in gevangenschap. De onderlinge rivaliteit is verschrikkelijk, maar hoe zeer de familiebanden ook knellen: weg kunnen ze geen van allen. Buiten het circus zouden ze van honger omkomen.

Anouk Hubatka