Under the Rainbow (2002)

Regie: Dean Blumberg | 18 minuten | korte film, documentaire

De korte film ‘Under the Rainbow’ begint met de boodschap dat honderdvijfenzestig beveiligingscamera’s een gebied van dertig kilometer in de gaten houden. De camera’s registreren elke dag zo’n honderdduizend verhalen van inwoners van Johannesburg. Dit is één verhaal. Als kijker word je direct geprikkeld door deze informatie en ben je nieuwsgierig naar het verloop van de film, die vanuit een origineel gezichtspunt wordt gemaakt. Een film, die op deze wijze is gemaakt, vraagt om een goede montage. Dit moet de regisseur ook gedacht hebben. Dean Blumberg laat dan ook de originaliteit al snel in de steek wanneer hij ook beelden invoegt, die niet door beveiligscamera’s zijn gemaakt. Blijkbaar wordt niet alles goed door de beveiligingscamera’s geregistreerd.

Wat dan nog rest is het verhaal: de overlevingsdrang van twee jongens in de straten van Johannesburg. De jongens zijn vrienden en hebben uiteenlopende karakters. De een is een dromer, die ooit een beroemd danser wil zijn. Hij beweert zelfs te kunnen dansen zonder dat hij muziek hoort. Wat volgt is een dans, die helaas door de filmmaker wel van muziek wordt voorzien. De andere heeft geen dromen meer en leeft van dag tot dag. Hij geeft aan dat de stad (de mensheid) nooit zal veranderen. Alleen de bevolking zal steeds verder toenemen in aantal.

Wanneer één van de jongens een brute moord begaat, krijgt de film plotsklaps een andere wending. De in eerste instantie opgewekte sympathie verandert resoluut in antipathie. De zogenaamde vriendschap maakt plaats voor de keiharde werkelijkheid waarin het ieder voor zich is. Er is geen ruimte voor mededogen. De filmmaker laat op realistische wijze zien dat steden als Johannesburg geteisterd worden door misdaden die sans rancune op brute wijze worden begaan. Er is sprake van een vicieuze cirkel waarbij geweld geen oplossing is voor dit probleem.

Lodi Meijer