Videocracy (2009)

Regie: Erik Gandini | 82 minuten | documentaire | Acteurs: Silvio Berlusconi, Flavio Briatore, Rick Canelli, Fabrizio Corona, Marella Giovannelli, Lele Mora, Simona Ventura

Politiek geëngageerde documentairemakers als Michael Moore deinzen er niet voor terug om hun eigen standpunten als waarheid te presenteren; Moore maakt daarbij al evenzeer gebruik van propagandatechnieken als de personen en instituties die hij in zijn werk bekritiseert. In ‘Videocracy’ bedient de Italiaans-Zweedse Erik Gandini zich van eenzelfde methode om de mediamacht van de Italiaanse premier annex televisiemagnaat Silvio Berlusconi in een bepaald daglicht te stellen.

Aldous Huxley’s ‘Brave New World’ komt met het in ‘Videocracy’ geschetste beeld dichtbij: volgens Gandini is televisie à la Berlusconi – oppervlakkige shows met zorgvuldig geselecteerde mooie meiden die geen woord spreken (‘veline’) – de reinste opium voor het volk. ‘La televisione del presidente’ belooft volgens Gandini dat iedere Italiaan het leven van Berlusconi kan leiden en suggereert dat iedere Italiaan dat ook wil, wat de macht van de premier op sluwe wijze zou versterken.

De in ‘Videocracy’ geportretteerde Italianen – zoals wannabe-celeb Ricky, paperazzo Fabrizio Corona en sterrenmaker Lele Mora – doen je inderdaad geloven dat Italië een land van archetypische Berlusconi-marionetten is geworden. Ricky is een bankwerker die nog bij zijn moeder woont en denkt dat zijn clowneske Ricky Martin-imitatie hem het geluk op tv gaat bezorgen; Corona is een boef die geld ontvangt van de rijken om foto’s van hun escapades achter te houden, en Mora traint onbekende Italianen in het beroemd zijn vanuit een geheel wit ingerichte villa op Sardinië, terwijl zijn mobiele telefoon rinkelt met strijdliederen van Mussolini.

Critici van Berlusconi – zelf slechts zijdelings in beeld gebracht – krijgen hun bedenkingen panklaar geserveerd in ‘Videocracy’, een verder knap gemaakte documentaire over persoonsverheerlijking. Bijzonder aardig is dat machtigen als Corona en Mora zich zo makkelijk voor het karretje van Gandini laten spannen; ijdelheid lijkt hen blind te maken voor het beeld dat van hen geschapen wordt; sympathiek is dan weer de onnozele ambitie van Ricky – een ‘gewone’ Italiaan die ook maar zijn best lijkt te doen met de normen en waarden die hem in handen zijn gegeven. De eenzijdigheid, de ronkende muziek en dito beeldvoering ten spijt, maakt dat ‘Videocracy’ de moeite waard.

Jan-Kees Verschuure