Zwarte ogen (2008)

Regie: Jan Bosdriesz | 97 minuten | documentaire

In de loop der tijd verzamelde cineast Jan Bosdriesz veel voorwerpen, zoals een “stuk steen dat probeert een beeldje te zijn”, een blokschaaf, een rieten dildo die hij van een Japanse cameraploeg kreeg omdat hij niet mee wilde naar het bordeel. Als hij er niet meer is zullen deze voorwerpen zijn betekenis verliezen. Zolang als hij zich kan herinneren is Bosdriesz gefascineerd door het verleden. Hij heeft twee stapeltjes 78 toeren platen van zijn vader Evert Spaans geërfd. “Ze dateren uit de tijd dat muziek in huis nog een wonder was,” zegt de voice-over van Bosdriesz. De komst van de langspeler kan het gezin (de geanimeerd vertellende Anske Vuyk-Bosdriesz en Marieke Wiedemeijer-Bosdriesz en Bosdriesz zelf) zich nog goed herinneren. Het apparaat werd voor Bosdriesz’ vader in 1947 gekocht, 75 gulden kostte het en het werd met losse stuivers betaald. Vol liefde spreekt Bosdriesz over zijn vader, ademloos luisterde hij naar zijn verhalen en wilde hij net als hij ‘zwerver’ worden. Veel van die platen zijn van Pjotr Leschenko, een Russische zanger die in de jaren dertig en veertig enorm populair maar al even zo omstreden was. Bosdriesz besluit zijn zoektocht naar wie Leschenko was te documenteren en komt er tijdens dit proces achter dat zijn eigen familiegeschiedenis ook heel boeiend is. Zijn idealistische stiefvader, van wie hij alleen de naam draagt, was tegen geweld, hij was lid van een Christelijk pacifistische beweging. In de oorlog verspreidde hij een brochure waarin een dominee medepacifisten opriep principieel geweldloos te blijven en joden te helpen. Naïef dacht hij dat de Duitsers dit niet aanstootgevend zouden vinden, maar omdat zijn adres op die brochure stond werd hij toch opgepakt. Hij kwam in een concentratiekamp terecht. Bosdriesz komt tijdens zijn speurtocht onverwacht in dit Sandbostel terecht, waar zijn stiefvader de laatste weken van zijn leven heeft doorgebracht. “Zijn verdwijning kleurde mijn jeugd, terwijl er nauwelijks over hem gesproken werd,” aldus Bosdriesz.

Over Leschenko zegt hij het volgende: “Een zanger van onschuldige sentimentele liedjes vermorzeld als een vijand van de Roemeense staat. Waarom eigenlijk?” Een terechte vraag. Het begin van Bosdriesz’ zoektocht verloopt voorspoedig, hij ontmoet vrij snel een vrouw die met Leschenko’s zoon Igor getrouwd was (en later van hem scheidde). Zij laat hem foto’s zien van de zanger die ze weliswaar nooit gekend heeft, en voor wie ze toegeeft nu pas bewondering te voelen. De scheiding betreurt haar, heel eerlijk bekent ze arrogant te zijn geweest en dat communicatie in het huwelijk niet het sterkste punt was. Het is slechts een van die persoonlijke verhalen, die je voorgeschoteld krijgt, maar die je wel weten te raken. Ook aandoenlijk is de vrouw die vertelt dat ze haar zeventiende verjaardag graag in een bar wilde vieren. Dit bleek Leschenko’s bar te zijn. Toen ze de dag erna verheerlijkt verzuchtte tegen een kennis die in die bar werkte, dat er zoveel aardige jongemannen met haar gedanst hadden, kwam ze er achter dat haar vader deze studenten betaald had om zijn dochter een fijne avond te bezorgen. Ook gaat Bosdriesz op bezoek bij Alla Baianova. Hoewel deze 93-jarige vrouw er broos uitziet, heeft ze drie weken voor het interview nog een succesvol optreden volbracht. Getooid met kanten handschoentjes en een zwarte zonnebril (die ze later gelukkig afzet) en aangespoord door haar hulp Natasja, haalt ze herinneringen op aan de tijd dat ze in Boekarest in één van Leschenko’s restaurants heeft gezongen en dat ze samen met hem en zijn eerste vrouw en een heel leger artiesten door Europa trok.

Bosdriesz slaagt er in de kijker geprikkeld te houden; afwisselend graaft hij dieper in Leschenko’s geschiedenis en die van zijn eigen familie. De geweldige collectie brieven en notitieboekjes die zijn halfzussen bewaard hebben helpen hieraan mee. Ook laat hij mensen aan het woord die slechts heel zijdelings iets met een van de twee centrale figuren te maken hebben. Johann Hudaff is zo’n iemand, en zijn aangrijpende verhaal over dat hij als zestienjarige Duitse jongen mee moest helpen een massagraf te graven bezorgt de kijker kippenvel en diepe ontroering.

Uiteraard horen we veel van Leschenko’s muziek, muziek die de beelden betekenis en een achtergrond geven. De beelden geschoten in het hedendaagse Moskou, Riga, Boekarest, Chisinau, Isaevo, Odessa en Sandbostel voegen de benodigde couleur locale toe. Hoewel de documentaire aan de lange kant is, blijft het onderwerp boeiend. ‘Zwarte ogen’ is meteen een pleidooi voor het bewaren van persoonlijke dingen, aan de hand waarvan hele mensengeschiedenissen verteld kunnen worden. Aanrader!

Monica Meijer