Barfly (1987)

Regie: Barbet Schroeder | 100 minuten | drama, komedie, romantiek | Acteurs: Mickey Rourke, Faye Dunaway, Alice Krige, Jack Nance, J.C. Quinn, Frank Stallone, Sandy Martin, Roberta Bassin, Gloria LeRoy, Joe Unger, Harry Cohn, Pruitt Taylor Vince, Joe Rice, Julie Sunny Pearson, Donald L. Norden

Het goede Nederlandse woord voor het Engelse, vooral in Amerika gebruikte woord barfly is kroegtijger. De kroegtijger in kwestie luistert in ‘Barfly’ naar de naam Henry Chinaski. Het personage is losjes gebaseerd op Charles Bukowski, de geniale schrijver en poëet die het materiaal schreef waar het verhaal op is gebaseerd. Ondanks zijn literaire vaardigheden bracht Bukowski net als zijn alter ego veel van zijn tijd door in sjofele kroegen. Oplettende lezers zullen de naam Henry Chinaski ook linken aan het vele jaren na ‘Barfly’ verschenen ‘Factotum’ (waar hij Hank Chinaski heet). In deze prent liet Matt Dillon zijn improvisatievermogen met veel elan los op dit markante karakter. Maar ondanks de basale overeenkomsten is ‘Barfly’ qua toon en karakter toch een film die wezenlijk verschilt van ‘Factotum’. Net zo humoristisch, maar tevens rauwer, indringender en aangrijpender.

‘Barfly’ is in eerste instantie een puike karakterstudie. Henry Chinaski is namelijk niet zomaar een sombere, aan lager wal geraakte zuiplap, maar een innemende antiheld die er heel bewust voor kiest om de conventies die de ‘normale’ maatschappij reguleren met onverholen minachting aan zijn smeuïge laars te lappen. Voor hem geen reguliere baan, dagelijkse sleur of overvolle weekagenda’s. Of zoals Chinaski het zelf omschrijft: “Iedereen wil vandaag de dag maar iets of iemand worden en iets groots bereiken in het leven. Ik word daarentegen al moe als ik aan al de dingen denk die ik in mijn leven juist niét wil doen.” Hij is tevreden met een vaste plek aan de toog van zijn schabberige stamkroegje en zijn woonplek, een vervallen appartement dat nog net niet gekoloniseerd is door een horde kakkerlakken. Dat blijkt wel uit zijn reactie als de rijke uitgeefster Tully hem een uitweg wil bieden uit zijn leven als berooide straatschooier. Hij wijst het aanbod resoluut van de hand en pakt in een mum van tijd zijn oude leventje weer op. Maatschappelijke conformiteit is in de ogen van Chinaski een façade, een systeem dat mensen in een onnatuurlijk keurslijf drukt en van elk greintje authenticiteit berooft. “Ik pretendeer niet dat ik iemand ben, daar gaat het om” is bijvoorbeeld zijn antwoord als Chinaski wordt gevraagd of hij zich niet bekommert om het beeld dat anderen wellicht van hem hebben naar aanleiding van zijn dronkemansgedrag. In dit licht kun je ook zijn wekelijks terugkerende knokpartijen met de hanige barkeeper Eddie (fraaie rol van Frank Stallone, het broertje van Sly) zien. De twee mannen kunnen elkaar niet alleen op persoonlijk vlak nauwelijks ruiken of zien, ze vormen ook de archetypen van twee volstrekt tegenovergestelde visies op de menselijke natuur. Haantjesgedrag tegenover verborgen diepgang, machismo versus ongespeelde bescheidenheid en schone schijn tegenover een uiterst nihilistische vorm van non-conformisme.

Op het scenario van ‘Barfly’ valt weinig aan te merken. Maar de werkelijke ster van dit dronkemansepos is toch Mickey Rourke, een toch al begenadigd acteur die in ‘Barfly’ een van de beste prestaties uit zijn wat onderschatte carrière aflevert. Hij speelt Henry Chinaski niet, hij wordt hem. Het vreemde loopje, de dronkenmanspraat, de drinkgelagen, de quasinonchalante charme waarmee Chinaski afwisselend irriteert en ontroert, Rourke schudt de karakteristieke poses uit de mouw en lijkt letterlijk te versmelten met Henry Chinaski. De bedwelmende alcoholdampen stromen je als het ware vanaf het beeldscherm tegemoet. Rourke wordt uitstekend bijgestaan door Faye Dunaway, die met verve in de huid kruipt van Wanda, het drinkmaatje van Henry. Wanda is een verbitterde vrouw die eigenlijk alleen nog troost vindt in de fles, een giftige talisman die de zorgen van alledag in ieder geval een stukje draaglijker maakt. Maar achter het masker van alcoholisme gaat een trotse, intelligente en statige vrouw schuil, een ‘gevallen godin’ zoals Henry het in een van zijn creatieve opwellingen welsprekend omschrijft. De Golden Horn vormt het perfecte decor voor ‘Barfly’. Een afgeleefde kroeg, waarin talloze karakters, die hun leven al dan niet vrijwillig aan de zelfkant van de maatschappij slijten, hun heil zoeken.

‘Barfly’ is een zwartgallige, soms ontroerende en humoristische vertelling over geluk, rebelsheid en het leven in de donkere krochten van het moderne stadsleven. De film richt zich minder pregnant en ernstig op de verwoestende invloed van alcohol op het veelbelovende leven van talentvolle mensen dan bijvoorbeeld ‘Leaving Las Vegas’. In plaats daarvan schotelen Bukowski en Schroeder de kijker een polyinterpretabel verhaal voor waarin keuzevrijheid centraal staat. Wat ondanks zijn zelfdestructieve gedrag is Chinaski een veel opzichten een aimabele kerel en ondervindt niemand veel hinder van zijn bizarre levenswandel. En wie zijn wij om hem en gelijkgestemden te veroordelen in een democratisch land? ‘Barfly’ is een mooie, ambachtelijk vervaardigde en dwarse film waar je zeker geen kater aan zult overhouden.

Frank Heinen