Boven de bergen (1992)

Regie: Digna Sinke | 107 minuten | drama | Acteurs: Catherine ten Bruggencate, Eric Corton, Johan Leysen, Renée Fokker, Roos Blauwboer, Esgo Heil, Sacco van der Made, Kees Hulst, Maartje Molenaar, Stan Diepenmaat, Rian Schepens, Anne van Dijk, Marietje Noordkamp, Gerard Dunhof, Hennie Kok, Marita Wevers

1992, dat is bijna nog jaren tachtig. Je merkt het wel, aan de kleding, aan de haardracht. En aan de acteerstijl. In een mix van oude rotten en minder bekende toneelkoppen valt de theatertoon bij sommigen nog erg op, iets wat tegenwoordig steeds meer aan het verdwijnen is in de Nederlandse cinema, gelukkig maar. Het wordt steeds meer naturel en minder groot, zodat het, inderdaad, beter in het afgemeten schermpje van de camera past, die heel dichtbij is.

Die camera wordt vaardig bediend door Goert Giltay, die erin slaagt Nederland op zijn mooist te tonen, zonder dat het er te dik bovenop ligt. Ook een verdienste van de regie, uiteraard, en het zal her en der heel wat geduld moeten hebben gevraagd. Hoe dat zit? Wel, er zit vanaf het moment dat de wandeling begint vrijwel geen auto meer in en bijna geen andere mensen, andere wandelaars, andere fietsers, et cetera, tenzij bewust gekozen. Dan moet je dus of heel vroeg hebben gefilmd, of alleen maar van heel dichtbij, of op heel afgelegen locaties, of in het buitenland, immers: Nederland puilt uit van de huizen en mensen en een echt ‘verlaten’ plekje is vrijwel niet te vinden. Hoe ze het ook gedaan hebben, het is ze gelukt Nederland open en leeg te laten lijken.

Het zal een combinatie van verschillende factoren zijn geweest en af en toe zal er een shot over hebben gemoeten, hoe dan ook wordt hier dus een beeld van Nederland geschetst dat we nog niet zo goed (meer) kennen. Met mooie natuur en ruimte, met bos en schone lucht, zonder joelende menigtes, knallende muziek, zonder e-mail en zonder mobiele telefoon, lekker rustig. Dat laatste is echt opvallend, wanneer afspraken soms in de soep lopen doordat men elkaar, zoals nu, niet even kan bellen. Een nadeel? Nee hoor, men wacht ‘gewoon’ een dagje op elkaar. Onthaasten heet dat.

Hoofdrolspeelster Catherine ten Bruggencate is sterk, doordat ze de ruimte krijgt weinig te zeggen (dat past bij haar rol) en vooral veel voor zich uit te kijken, wat haar, gek genoeg, diepte geeft. Ook de mannen om haar heen lijken zich daardoor extra voor haar te interesseren en zo wordt er een prettige soort seksuele spanning opgebouwd, die niet echt geconsumeerd wordt. Zodra ze wat meer te zeggen krijgt wordt iets van die spanning weggenomen, maar ja, dat hoort dan weer bij de ontwikkeling van de plot.

Er zijn overigens wel acteurs in de film die zich niet altijd even goed raad weten met de dialogen, wat wellicht ook met hun eigen acteerniveau, of de casting dan wel de voorbereiding te maken. Maar ook zeker met die teksten, die hier en daar wat minder zijn. Het probleem is (en dat lijkt wel iets typisch Nederlands), dat er soms zaken worden benoemd die je in ‘het echte leven’ niet zo gauw op die manier zou benoemen, bepaalde gedachtes. Doe je dat wel, dan wordt het geheel per definitie een intellectuele film. De enige die hier echt goed mee overweg kan is Johan Leysen. Hij zet zijn rol het duidelijkst neer en weet een natuurlijk aanvoelende spanning op te roepen.

En dan komt men eindelijk aan in Limburg en dat is zo mooi in beeld gebracht dat je als er als kijker niet meer onderuit kan: Nederland is prachtig! Dan vergeet je even het rommelige begin en de mindere dialoogmomenten en vraag je je even niet meer af waarom de film nu eigenlijk (vrijwel) helemaal in zwart wit geschoten moest worden, want alleen het inzicht in de schoonheid van Neerlands platte land, maakt de film de moeite van het kijken waard.

Arjen Dijkstra