Buddha’s Lost Children (2006)

Regie: Mark Verkerk | 97 minuten | documentaire | Met: Abt Phra Khru Bah

De monnik Phra Khru Bah was tot zestien jaar geleden een begenadigd Thai boxer. Toen hij daar mee stopte heeft hij twee weken afgezonderd in zichzelf gekeerd in de bergen gemediteerd en wist toen dat hij moest gaan doen wat hij nu doet. Een wonderbaarlijke wending in iemands leven, met wonderbaarlijke gevolgen. De kinderen onder zijn hoede, veelal wezen of kanslozen uit een nabij dorp, leren te overleven. Eigenlijk leren ze alles dat een mens zou moeten willen leren in het leven. Je moet je emoties de baas zijn, je moet het verleden achter je laten, maak wat van het heden, en zorg voor elkaar en voor dieren.

Indrukwekkend is de zorg voor het zieke paard dat de reis naar de grensstreek vertraagd. Het paard is duidelijk zeer ziek en zou in onze wereld geen kans hebben. Dag en nacht wordt voor beest gezorgd tot het weer opstaat en zich goed voelt. De reis wordt voortgezet. Eenmaal in de grensstreek is er een ontmoeting met mensen die het minder getroffen hebben in het leven. Ze hebben geen referentiekader van wat goed en slecht is, geen houvast, geen baken in hun bestaan. Al snel loopt het samenzijn uit op een vechtpartij waar Phra Khru Bah zijn hand niet voor omdraait. Ongelofelijk hoe de jongeren zich letterlijk neerleggen bij de monnik en zich volledig overgeven. Het is duidelijk dat monnik Phra Khru Bah een enorme persoonlijkheid is en veel authentieke kracht uitstraalt. Hij is streng doch rechtvaardig, eerlijk en hard.

De documentaire roept ook vragen op die onbeantwoord blijven. Komt hij eerder in de film aan voedsel door het bezoeken van nabijgelegen (arme) bergdorpjes in ruil voor zijn zegen, later gaat hij in soortgelijke dorpjes juist dekens en voedsel uitdelen. Waar het verschil in zit wordt niet duidelijk. Het blijft eveneens ongewis wie en hoe de hele marketing zich ontwikkeld heeft rond de bijna verafgoding van monnik Phra Khru Bah, waar mensen vanuit zelfs Bangkok voor naar de bergen trekken.

Desalniettemin is het prachtig om gedurende een jaar de ontwikkeling van bijvoorbeeld Yee mee te maken. Hij was eerst een jongen die niet praatte en niets kon. Eenmaal opgenomen in de groep, wordt zijn naam Pan Saen en gaat hij steeds meer praten en leren. In het klooster krijgt iedereen ruim voldoende zorg, eten en onderwijs en zo de kans zijn sterke kanten te ontwikkelen om uiteindelijk zelfstandig het leven te leiden dat hij moet leiden. Heel bijzonder om te zien.

Miranda van der Hoek