City of the Living Dead – Paura nella città dei morti viventi (1980)

Regie: Lucio Fulci | 92 minuten | horror | Acteurs: Catriona MacColl, Christopher George, Daniele Doria, Giovanni Lombardo Radice, Carlo De Mejo, Antonella Interlenghi, Fabrizio Jovine, Luca Venantini, Michele Soavi, Venantino Venantini, Enzo D’Ausilio, Adelaide Aste, Luciano Rossi, Robert Sampson, Janet Agren

Dus jij dacht dat ze in Italië alleen maar Westerns en romantische niemandalletjes maakten? Nou mooi niet dus! Het land van de ‘amore’ en pizza’s heeft ook een beruchte reputatie in het (cult)horrorgenre opgebouwd. En Lucio Fulci is één van de meest productieve, Italiaanse horrorcineasten aller tijden. In de jaren 80 leverde de Italiaan zijn beste werk af. ‘City of the Living Dead’ die nu besproken wordt, stamt uit Fulci’s glorietijd.

Naar goed gebruik stelt het verhaaltje achter deze horrorfilm niet zoveel voor. Een priester pleegt zelfmoord en die daad zorgt voor een zombie-invasie. Voor een logisch en meeslepend verhaal hoef je deze film niet te zien, maar daar maakt Fulci ook geen geheim van. Het gaat in zijn werk voornamelijk om ‘blood and gore’ en de liefhebber wordt dan ook op zijn (of haar) wenken bediend. ‘City of the Living Dead’ is zonder twijfel één van de ranzigste films die de cinema ooit heeft voortgebracht. Maar een cultstatus krijg je niet zomaar, dus de film heeft dankzij het compromisloze karakter nooit voet aan de grond weten te krijgen in de filmwereld. In Engeland is de film zelfs jarenlang verboden geweest.

Een film wordt niet zonder reden uit de zalen geweerd. En zoals gezegd komt dat door het ongelooflijk gore karakter van deze film. Denk aan een vrouw die haar ingewanden uitkotst, zombies die complete schedeldaken open rijten en een man wiens hoofd door een drilboor wordt gespietst. Al deze taferelen worden op zijn zachtst gezegd nogal ‘grafisch’ in beeld gebracht. Mensen met een erg sterke maag kunnen hun lol op aan deze productie. Dit is horror zoals die bedoeld is: bruut, keihard en zonder genade in beeld gebracht. Met de tienerhorror uit Hollywood heeft dit illustere werkje niets van doen, Fulci’s oeuvre is hardcore.

Echte horror-adepten zullen ongetwijfeld kunnen genieten van deze film. Het ‘blood and gore-gehalte’ ligt behoorlijk hoog. Helaas zit er ook nog een verhaallijntje verweven tussen de griezelscènes door.
En juist als verhalenverteller schiet Fulci nogal te kort. Het verloop van de film is namelijk tergend langzaam. Op zich hoeft een traag tempo niet zo bezwaarlijk te zijn, als het verhaal of de acteurs maar interessant genoeg zijn maar dat is dus niet het geval. ‘City of the Living Dead’ is zo traag als dikke stroop door een trechter.

Fulci is maar een matige regisseur die teveel op dezelfde trucjes leunt. Zo kent ‘City of the Living Dead’ steeds terugkerende close-up scènes waarbij de acteurs wanhopig hun best doen om zo boos of bang mogelijk in de camera te kijken. Als je nagaat dat de cast bestaat uit een clubje veredelde amateurs dan begrijp je wel dat Fulci’s camerastijltje je snel gaat irriteren. Wat de geloofwaardigheid van de film ook niet bepaald goed doet is de erbarmelijk slechte dub. Het geluidsspoor loopt niet synchroon met de stemmen van de acteurs en dat levert nogal idiote scenés op.

De cast doet hun best om nog iets van hun rollen te maken, maar het mag niet baten. De dialogen zijn ridicuul en nogal ongeloofwaardig en de acteurs missen het talent om de gebrekkige tekstregels te verbloemen. Het slome camerawerk versterkt de wanhopigheid van de acteurs. Dit is amateurtoneel op het laagste niveau. Hetzelfde kan gezegd worden over de soundtrack van de film. Wat de componist van deze productie uit zijn keyboard weet te persen, deed waarschijnlijk al ten tijde van de release van deze film gedateerd aan. De zenuwachtige en neurotische deuntjes doen zo komisch aan dat de sfeer eerder lachwekkend dan akelig wordt.

Het averechtse effect van de muziek, geldt ook voor de ‘overall feel’ van de film. Na tig keer een overal opduikende pastoor met een koord om zijn nek te zien, slaat spanning om in irritatie en daarna in meligheid. De priester wordt een gimmick die onbedoeld komisch aandoet. Ook de zeer merkwaardige en bizarre geluidseffecten werken op de lachspieren. Zo zul je in een bepaalde scène vanuit het niets een stel chimpansees horen krijsen. Vreemd genoeg is er geen aap te zien in deze film. Dat het nog gekker kan bewijst een gil van de pastoor, die wel veel weg heeft van de karakteristieke brul van Chewbacca uit ‘Star Wars’. Ook zeer bizar is de zeer slordige geluidsmontage, bij iedere nieuwe scène stopt de achtergrondmuziek wel zeer abrupt.
Pas tegen de finale van de film, wordt de muziek wat beter en sfeervoller. Het einde van Fulci’s product is zelfs vrij spannend en beklemmend te noemen dankzij de muziek. Helaas is dat maar van korte duur.

Als je bereid bent om veel grote schoonheidsfouten voor lief te nemen, dan wacht er een uiterst smerige en bij vlagen redelijk spannende horrorfilm op je. Dat deze griezelfilm onbedoeld komisch uitpakt, is waarschijnlijk niet Fulci’s bedoeling geweest. Al met al is ‘City of the Living Dead’ een aardige rolprent voor de échte ‘gore-freaks’ en voor de filmkijker met een sterke maag en een morbide gevoel voor humor. Een krappe voldoende dus voor deze hersendode film die ook nog eens over hersendoden gaat. Dat kan toch geen toeval zijn?

Frank v.d. Ven