Dawn of the Dead (1978)

Regie: George A. Romero | 137 minuten | actie, horror | Acteurs: Ken Foree, Scott Reiniger, David Emge, Gaylen Ross, David Crawford, David Early, Tom Savini, George A. Romero, Christine Forrest

Na de ultieme klassieker uit 1968, ‘Night of the Living Dead’, waarin de duistere en dreigende sfeer voorop stond gaat het in deze film om de combinatie tussen actie en horror. Dit wordt al duidelijk in een van de eerste scènes waarin er een vuurgevecht plaatsvindt tussen agenten en leden van een misdadigersbende zonder dat er aanvankelijk een enkele zombie te bekennen is. De zombies komen hierna wel gedurende de hele film veelvuldig op de proppen, maar de functie van de talloze zombies is hier vooral om de snelheid van de hoofdpersonen noodgedwongen op te schroeven en om vele bloederige gebeurtenissen in beeld te brengen. De dreiging die er op zich van hen uitgaat wordt door de kijker als aanmerkelijk minder ervaren dan in het eerste deel van Romero’s zombie-trilogie. Ook de mallbewoners denken verder dan alleen aan de bedreiging van de zombies. Wanneer ze eenmaal verschanst in de mall zitten gaat hun voornaamste zorg er verder naar uit om eventuele toekomstige plunderaars buiten te houden. Wanneer uiteindelijk het slotgevecht plaatsvindt vervullen de zombies zelfs nog slechts een bijrol en ligt het accent op de strijd tussen de mallbewoners en de bende motorrijders.

Het verhaal speelt zich af rond vier personen. De ontwikkeling die ze doormaken heeft niet zozeer betrekking op een verandering in hun karakter als wel op hun gemoedstoestand naar aanleiding van de gebeurtenissen waaraan ze blootgesteld worden. Peter en Roger zijn de agenten dankzij wiens militaire training het mogelijk wordt om de mall te veroveren op de zombies en hen buiten te sluiten. Peter is hierbij de kalme en evenwichtige leider. Roger is de ‘hot shot’ die de dood vindt als gevolg van zijn roekeloos optreden tegen de zombies. Stephen is de piloot die de vlucht met de helikopter naar de mall mogelijk maakt. Alle drie worden ze verblind door de mall en de mogelijkheid tot een langdurig veilig verblijf erin. De enige die direct het gevaar van de mall inziet is Stephen’s vriendin, de zwangere Fran (‘you don’ t see that’s it’s a prison too. Let’s just take what we need and keep going’). Haar bezwaren worden echter opzij geveegd door te wijzen op de gevaren die er onderweg zouden dreigen.

Wanneer de mallbewoners zich eenmaal goed en wel hebben verschanst wordt kort daarna de laatste link met de buitenwereld verbroken doordat de televisie- en radio-uitzendingen worden stopgezet. De enige conclusie die er gemaakt kan worden is dat de buitenwereld de strijd tegen de zombies definitief heeft verloren en dat verder trekken met de helikopter naar een andere bestemming daardoor nu definitief van de baan is. Hiermee zijn Frans woorden bewaarheid geworden: de mall is naast een schuilplaats nu letterlijk ook een gevangenis geworden. En niet zomaar een gevangenis: het biedt een overvloed aan de meest uiteenlopende luxe-artikelen waartoe de bewoners vrij en onbeperkt toegang hebben. Maar het doelloos gedwaal tussen alle voorheen zo begeerlijke luxe lijkt enkel de zinloosheid ervan te onderstrepen en het noodgedwongen verblijf in de mall leidt slechts tot verveling, versuffing, geestelijke afstomping, onderlinge vervreemding en tenslotte apathie. Te midden van alle materiële luxe lijkt hiermee de uitspraak ’geld maakt niet gelukkig’ onderstreept te worden……

De locatie is wederom een afgelegen plek waar de bewoners zich verschansen tegen de bedreiging door de zombies zonder dat er hulp van buitenaf te verwachten is. Het verschil met de schuilplaats in andere zombiefilms is dat de zombies hier niet op eigen kracht door de deuren en muren van de mall kunnen breken. Dit biedt de bewoners enige tijd relatieve rust en bevrijding van de dreiging van de zombies. Ook is de mall door de immense voorraad levensmiddelen een perfecte plaats om het lang uit te kunnen houden. Wanneer de zombies uiteindelijk toch naar binnen komen is het slechts doordat ze van de gelegenheid gebruik maken als de bende motorrijders in de mall inbreekt.

De zombies zelf lijken niet over enige intelligentie te beschikken. Hun handelingen lijken ingegeven te worden door hun instinct, hetgeen ook door een wetenschapper in een televisie-uitzending wordt bevestigd (‘these creatures are nothing but pure motorized instincts’). Het gevaar en de dreiging van de zombies wordt dan ook veroorzaakt door hun grote aantal en niet door hun vermogen in te schatten hoe in bepaalde situaties te moeten handelen. Dat zoveel honderden zombies naar de mall blijven toestromen lijkt te worden veroorzaakt door herinneringen aan hun vroeger leven (‘…this was an important place in their lives…’,‘…they remember that they want to be in here…‘). Op de oorzaak van het ontstaan van de zombies wordt niet ingegaan, wellicht doordat dit al verklaard is in ‘Night of the living dead’. Het enige wat er hier verder over wordt gezegd is afkomstig van Peter, die een uitspraak van een voodoo-priester citeert: ‘when there is no more room in hell, the dead will walk the earth…’

Deze film is een waardig opvolger van ‘Night of the living dead’. De combinatie van horror en actie is uitstekend geslaagd en biedt daarmee ook de niet-liefhebber van het genre het nodige entertainment. Voor de liefhebber levert daarnaast de strijd van de mallbewoners met de motorrijders en de diverse gevechten van deze twee groepen met de talloze zombies een overvloed aan scenes met bloederige speciale effecten op. Voor de liefhebber van het zombie-genre is dit daarom een film die hoog bovenaan de favorietenlijst behoort te staan.

Frans Buitendijk