Dhoom (2004)

Regie: Sanjay Gadhvi | 129 minuten | actie, thriller | Acteurs: Abhishek Bachchan, Uday Chopra, John Abraham, Esha Deol, Rimi Sen, Amir Farid, Sanjay M. Singh, Ajay Padhe, Ayesha Raza, Manoj Joshi, Rohit Chopra, Palash Dutta, Sanjay Keni, Mehul Bhojak    

Men neme wat verhaalelementen en stijlvormen van ‘The Fast and the Furious’, de motoren van ‘Torque’, personage-dynamieken uit ’48 Hours’ en ‘Heat’, een roof a la ‘Ocean’s Eleven’,  en over-de-top kabelstunts zoals in ‘The Matrix Reloaded’. Mix het door elkaar. Gooi er vervolgens een Bollywoodsausje van muziek en pulpy acteerwerk overheen, en je hebt ‘Dhoom’, de nieuwe knaller van Sanjay Gadhvi.

Niet origineel? Tja, het is maar hoe je het bekijkt. De manier waarop de elementen uit verschillende films bij elkaar komen tot een nieuw product, maken de film tot op zekere hoogte wel uniek. Ook zal een Bollywoodkenner je vertellen dat de “cops and robbers”-elementen uit ‘Dhoom’ vooral een hommage zijn aan een klassiek Bollywoodgenre, wat hier vervolgens gecombineerd is met de stijl en adrenaline van de (moderne) Hollywood actiefilm.

Wat de “inspiraties” van de film dan ook mogen zijn, het gaat erom dat de film op zichzelf goed werkt en genoeg flair heeft om de kijker te vermaken, zonder dat deze (teveel) afgeleid wordt door gedachtes aan de gerefereerde film(s). Gelukkig is dit voor een redelijk lange tijd het geval.

Het begin is nog wel erg ‘Torque’- en ‘Furious’-achtig: Onder begeleiding van de titelsong zien we scheurende motoren, in beeld gebracht met snelle cuts, split screen, en veel close ups van helmen en gasgevende handen. De motorbende berooft een geldwagen op de snelweg, wat behoorlijk doet denken aan de opening van ‘The Fast and the Furious’. Maar ach, het kijkt lekker weg, en zodra we naar de scène overgaan met twee van onze helden, de agent Jai (Abhishek Bachchan) en zijn vrouw Sweety (Rimi Sen) is er geen twijfel over mogelijk dat we in een Bollywoodfilm zijn aanbelandt.

Nadat we Jai, via de tegenwoordig zo populaire montage van korte jump cuts, wakker zien worden, en uit bed zien komen in zijn appartement, richt zijn (en onze) blik zich op de in de woonkamer aanwezige Sweety. We worden getrakteerd op het soort shot waarvoor de theorieën van Laura Mulvey, over de mannelijke, voyeuristische blik in cinema, uitgevonden lijken te zijn. Het heeft wel wat weg van een soft-erotische film: we zien Sweety die op een keukentrapje het plafond staat te verven, gekleed in een kort spijkerbroekje en een weinig verhullend topje. In een traditioneel voyeuristisch shot wordt haar lichaam langzaam van onder naar boven in beeld genomen. Natuurlijk buigt ze op een gegeven moment voorover, zodat haar décolleté goed in beeld komt. Even later wordt er een sensuele dans ingezet op de klanken van een Indiase versie van Tarkans “Sikidim”. Dansend komt het tweetal in de tuin terecht, waar Sweety uiteraard nat gespoten wordt door een tuinslang, waardoor ze zich moet verkleden. Nu zien we haar in een plagerige babydoll verschijnen. Lekker cheesy allemaal, maar evengoed lekker. Elke gezonde jongen met hormonen in zijn lichaam weet het zeker: dit is een vijfsterren film!

Maar niet alleen de mannen komen aan hun trekken; voor de vrouwen is er ook genoeg eye-candy aanwezig in de film, vooral in de vorm van acteur John Abraham. Het is vaak ronduit komisch hoe hij in beeld verschijnt. Een stoere blik, een ontbloot, gebruind bovenlijf, en licht stoppelbaardje. De rest van zijn motorgang is overigens uit dezelfde stoppelbaardenmal gegoten, wat hilarisch is om te zien in hun introductiescène, waarbij ze één voor één hun helm afzetten.

Het verhaal is flinterdun: agent probeert motorbende op te rollen met behulp van een losbandige straatracer. De amusementswaarde moet dan ook vooral komen uit de vorm waarin het verhaal gegoten is en de optredens van de personages. Vooral Ali (Uday Chopra) is wat dit betreft een schot in de roos. Hij is naarstig op zoek naar een leuke vrouw en wordt verliefd op elk leuk exemplaar dat zijn pad kruist. Erg grappig is het om te zien hoe hij iedere keer toekomstvisioenen krijgt, waarin de betreffende vrouw bij hem achter op de motor zit, in verschillende outfits (waaronder een trouwjurk), om deze beelden vervolgens letterlijk in rook op te zien gaan wanneer blijkt dat de vrouw niet beschikbaar is. Zijn optimisme en vasthoudendheid zijn ook erg aanstekelijk. Wanneer hij de verleidelijke Sheena (Esha Deol) midden op de weg tegenkomt, die zogenaamd autopech heeft, barst hij in een komisch zang en dansnummer uit, en laat hij haar voor de rest van de film niet meer met rust. Hij is ervan overtuigd dat ze voor elkaar bestemd zijn, wat voor moeilijke “omstandigheden” er ook optreden. Af en toe worden zijn gedragingen wel een beetje vermoeiend, maar Chopra weet de film toch vrij lang van voldoende humor en energie te voorzien.

Ook Abhishek Bachchan levert competent werk af, en vormt een goede wisselwerking met Uday Chopra, waarbij beide acteurs elkaar goed de ruimte geven. De dames hebben niet veel te doen in de film. Ze hoeven eigenlijk alleen maar mooi of pittig te zijn en af en toe op te dagen voor een muzikaal intermezzo.

Het is jammer dat de film in zijn tweede helft wat verzwakt. Op een wel heel gemakkelijke manier wordt een casino beroofd, terwijl een scène waarin Bachchan doet of hij dronken is, niet goed uit de verf komt. Daar komt bij dat de hieropvolgende climax van de film een vrij schaamteloze kopie is van ‘Matrix: Reloaded’, en gewoonweg te erg over-de-top is. Als het laatste half uur van ‘Dhoom’ wat beter verzorgd zou zijn, sommige personages iets meer (figuurlijke) “body” hadden gekregen, en bepaalde scènes of acteermomenten wat aangescherpt zouden zijn geweest, had ‘Dhoom’ een ideale, hersenloze actiefilm kunnen zijn. Nu is het toch een geval van net niet. Hoe dan ook, de film lijkt bij het publiek zeer succesvol te zijn. De sequel is immers al in de maak (iets dat zelden gebeurt in Bollywood).

Bart Rietvink