Elementaire deeltjes – Elementarteilchen (2006)

Regie: Oskar Roehler | 113 minuten | drama | Acteurs: Moritz Bleibtreu, Christian Ulmen, Martina Gedeck, Franka Potente, Nina Hoss, Uwe Ochsenknecht, Corinna Harfouch, Ulrike Kriener, Jasmin Tabatabai, Michael Gwisdek, Herbert Knaup, Tom Schilling, Nina Kronjäger, Hermann Beyer, Simon Boer, Tigan Ceesay, Thomas Drechsel, Rüdiger Klink, Eva-Maria Kurz, Tyra Misoux, Annett Renneberg, Birgit Stein, Jennifer Ulrich

Uitdrukkingsloos staat Michael naast het opengegraven graf van zijn grootmoeder, terwijl de hovenier haar botten in een vuilniszak smijt om die te herbegraven. Even later bezoekt hij zijn vlakbij wonende jeugdliefde, die hem nooit vergeten is: “ik was toch in de buurt.”

Het werk van Michel Houellebecq, waarin gevoelloosheid hoogtij viert en intermenselijk geluk onmogelijk lijkt, wordt in de literaire wereld zowel geprezen als verguisd, maar heeft nog geen groot publiek kunnen vinden. Oskar Roehler waagt een moedige poging Houellebecq’s laattwintigste-eeuwse mens, die zich na het failliet van de sixties teruggetrokken heeft in egoïsme maar wanhopig naar zingeving zoekt, een wereldwijd podium te geven; zij het in het Duits, maar met topacteurs die zich internationaal bewezen hebben, zoals Moritz Bleibtreu (‘Das Experiment’; ‘Munich’) en Franka Potente (‘Lola Rennt’; ‘The Bourne Indentity’). De dramatisering van de gelijknamige filosofische roman van Houellebecq slaagt, zonder afbreuk te doen aan de onheilspellende strekking ervan. Vrijwel alles werkt in de transformatie naar het scherm, van de verhuizing van de setting naar Berlijn tot de zwarte humor. De grootste prestatie van Roehler is dat hij Bruno en Michael, die op het gebied van medemenselijkheid ronduit autistisch te noemen zijn, sympathiek maakt. Sterker nog: Bruno en Michael zijn moderne everymen; de één seksueel onverzadigbaar; de ander fysiek bang voor vrouwen, maar beiden niet in staat zich emotioneel te binden. Sleutel in het ‘sympathiseringsproces’ van de twee anti-helden van Houellebecq is Roehler’s analyse van de jeugd van beide heren in gloedvolle flashbacks: de twee jongens zijn goedwillend, maar emotioneel gezien compleet aan hun lot overgelaten en daardoor niet in staat tot echt menselijk contact.

Niet dat het zielig wordt: tegelijkertijd ontmaskert hij de volwassen Bruno, in een sterke scène met een psycholoog, als iemand die zijn jeugd gebruikt om zijn huidige falen te maskeren; de afgestomptheid van de Michael in het heden is zo mogelijk nog verontrustender. Hier komt meer ellende van, denk je dan, maar Roehler bestookt ons met evenveel humor als miserie en vooral menselijkheid. Het optimistisch ogende slot is net zo goed sarcastisch te noemen – een uitstekende zet. De nadruk die Roehler in de tweede helft van de film legt op liefdesrelaties werkt ook al goed; bijna te goed, maar hij laat Houellebecq’s donderwolken het mooie weer af en toe flink verstoren. De belangrijkste acteurs drukken de tweeslachtigheid van hun karakters prima uit. Bleibtreu maakt van Bruno een overemotionele macho, een schijnbare overheerser die compleet aan de grond kan zitten, een echt mens die goed wil doen, maar faalt; Ulmen is fascinerend als gesloten boek Michael: de kijker leert hem nauwelijks kennen. Ook de jonge Bruno (Thomas Drechsel) en Michael (Tom Schilling) overtuigen en Gedeck en Potente zijn adequaat in hun relatieve bijrollen. ‘Elementarteilchen’ is na ‘Das Experiment’, ‘Goodbye Lenin’ en ‘Der Untergang’ het bewijs dat het goed gaat met de Duitse film; erg goed zelfs.

Jan-Kees Verschuure