Glenn Helder: C’est la Vie (2008)

Regie: Jessica Villerius, Ferenc Lorch | 35 minuten | documentaire

Herinnert iedereen zich nog die getalenteerde jonge voetballer Glenn Helder, ooit een ster bij Arsenal en Oranje? Voor voetbalkenners of -liefhebbers zal deze film allerlei herinneringen omhoog halen aan de voetballer Helder, die in de documentaire laat zien hoe goed hij ook al weer was. Als hij bij zijn moeder thuis oude videobanden van zijn eigen optredens bekijkt, moet hij zelf toegeven nog steeds kippenvel te krijgen. Het zien van de prachtige acties zal ook weinig kijkers onberoerd laten. Maar ook voor voetballeken is dit een interessant ‘human interest’-verhaal, dat laat zien wat te veel geld en roem in korte tijd met iemand kunnen doen. Doordat Helder bewonderenswaardig openlijk praat over zijn verleden en je het verhaal op deze manier alleen van zijn kant hoort kun je bijna niet anders dan sympathie voelen voor de Glenn Helder van nu. Hij is niet ongepast bescheiden, maar ook geen moment arrogant. Helder vertelt precies hoe de vork in de steel zit, zij het op een soms wat simpele manier.

Tussen de regels door is het daarom aan de kijker om het verhaal van Glenn, waarin hilarische eufemismen, opschepperij maar ook zelfrelativering en pijnlijke grapjes voortdurend de revue passeren, enigszins genuanceerd te bekijken. Door middel van de verhalen van Helder zelf, begeleid door archiefmateriaal, volgen we de opbouw van zijn carrière, van Sparta via Vitesse naar Arsenal, waar het mis begon te gaan. Waar hij bij de Nederlandse clubs het nog moest stellen met een bescheiden maandsalaris, ging hij bij Arsenal ineens 40.000 gulden per maand verdienen. Toen hij geblesseerd raakte, kreeg hij gewoon doorbetaald, waardoor hij teveel geld had om uit te geven en zeeën van tijd: een gevaarlijke combinatie, zo blijkt maar weer eens. Dus Glenn begon te gokken, won geld, verloor geld, verloor nog meer geld, begon zelfs geld te lenen en verloor ook dat. Zo veel blijkbaar, dat hij nu nog steeds aan het afbetalen is. Als ex-profvoetballer ontvangt hij een zogenaamde sportuitkering, maar daarvan gaat het grootste deel rechtstreeks naar de schuldaflossing. Tel daarbij de voortdurende frustratie op van de situatie met zijn ex-vriendin en zoontje, en je begrijpt enigszins waarom Helder zo met zichzelf overhoop ligt. Het verhaal van Helder wordt niet geheel chronologisch verteld, dus de losse delen moeten in het hoofd van de kijker één geheel vormen. Waarom hij precies heeft vastgezeten bijvoorbeeld, is dat om de ‘paar kleine klapjes’ die hij naar eigen zeggen aan de nieuwe vriend van zijn ex heeft gegeven? Of was er misschien toch iets meer aan de hand? Soms lijkt het of Helder in de gaten heeft dat zijn manier van vertellen sympathie opwekt en zelfs humoristisch overkomt, waardoor de ernst van de situatie niet helemaal tot hem door lijkt te dringen (zoals de eerder genoemde ‘paar kleine klapjes’ over de klappen die het slachtoffer op de IC deden belanden, of ‘de bloemenziekte’ als het gaat om zijn geconstateerde narcistische stoornis).

Soms ongeloof, soms sympathie en soms ronduit medelijden doet Helder met deze film oproepen. De makers hebben bewust gekozen voor deze aanpak, waarbij duidelijk is dat vooral zijn kant belicht wordt, en dat mocht ook wel een keer. Laat Glenn zijn verhaal doen, daar is hij en ook de kijker boven alles bij geholpen.

Ruby Sanders