La vie moderne (2008)

Regie: Raymond Depardon | 90 minuten | documentaire

In een prachtig geschoten documentaire wordt ons, enigszins aangedikt met mooie, gedragen muziek, de pijnlijke teloorgang van een eeuwenoude cultuur voorgeschoteld. Een wereld, die de meeste mensen niet kennen, die achter loopt, maar ook mooi is, door de indrukwekkende natuur. Het gezonde buitenleven, oh la la, maar dat levert alleen niets meer op. Hoe zeer Raymond Depardon het ook probeert, zijn documentaire is absoluut geen ‘direct cinema’, zoals sommigen het noemen. Want de camera registreert niet alleen, de camera, en natuurlijk vooral degene die hem bedient, manipuleert bij het leven.

Er worden schitterende plaatjes getoond van dit vergeten deel van Frankrijk, waar mensen soms nog een tweede huisje kopen voor in de zomer, maar waar de jeugd al lang vertrokken is. Ten onrechte, zal de maker, die zelf ooit in deze streek geboren werd, waarschijnlijk vinden. Want de beelden en de muziek smeken ons: zie dan toch hoe prachtig dit allemaal is! Bovendien worden situaties in de film bewust gecreëerd, zoals het gesprek van de twee mokkende broers, die dankzij de stug doorvragende interviewer (Depardon zelf), toch hun mond voorbij praten over wat ze vinden van de nieuwe vrouw van Alain en hoe de zaken er nu voor staan. Depardon legt ze net geen dingen in de mond, maar ventileert regelmatig een mening en stelt vrijwel alleen maar gesloten vragen (waarop dus alleen met “‘ja” of “nee” geantwoord kan worden). Dat laatste is soms ook weer niet zo heel gek, want sommige figuren – zoals die prachtige boerenzoon die helemaal geen eigen boer wilde worden – zeggen liever niet veel meer dan ja of nee.

Toch is het mooi om te zien hoe Depardon het vertrouwen heeft gewonnen van deze gesloten en stugge mensen. Het kan niet anders of hij houdt echt van dit land en is er echt mee begaan, zoals het een echte verstedelijkte intellectueel betaamt, dat die boeren cultuur ten einde loopt. Dat voelt men en daardoor vertrouwen ze hem. Maar dit gebeurde niet van de ene op de andere dag. Het kostte Depardon jaren om dit vertrouwen te winnen. Hij trok naar Villaret, een gehucht op de Zuid-Franse hooglanden, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, om daar de oude mannen en nog wat andere boeren en hun gezinnen te filmen en te interviewen en wijdde er al twee eerdere films aan (‘Profils paysans: l’approche’ uit 2000 en Profils paysans: le quotidien’ uit 2005). In de vorige film zien we hoe Alain via internet de vrouw zoekt met wie hij in ‘La vie moderne’ gelukkig getrouwd is, tot ergernis van zijn stokoude ooms.

Al met al pakt Depardons gekleurde aanpak goed uit, omdat passie voor deze fascinerende mensen en het indrukwekkende landschap niet alleen de harten van de betrokken personages in de documentaire opent, maar ook die van ons. Door de romantiek en de melancholie die uit de beelden en de muziek druipt, worden ook wij verliefd op die stervende cultuur en vooral op het schitterende landschap. Misschien volgend jaar toch ook maar een huisje kopen in de Cevennen…

Arjen Dijkstra