Metallica: Some Kind of Monster (2004)

Regie: Joe Berlinger, Bruce Sinofsky | 120 minuten | documentaire, muziek | Met: Kirk Hammett, James Hetfield, Dave Mustaine, Jason Newsted, Bob Rock, Phil Towle, Robert Trujillo, Lars Ulrich

Baden in champagne, iedere dag een andere groupie en geld verdienen als water: dat is rock ’n roll. Metalband Metallica kan erover meepraten. Wat je misschien niet zo snel zou verwachten van een miljoenenverdienende rockgroep is dat er ook heel wat nadelen kleven aan een vluchtig leven in de muziekscene. Botsende ego’s en opborrelende haatgevoelens bijvoorbeeld.

De documentaire ‘Metallica: Some Kind of Monster’ laat je de meest hectische periode in het leven van een rockband zien. Metallica ligt half uit elkaar en opgekropte frustraties rijten de bandleden uit elkaar. Als bassist Jason Newsted de groep verlaat wegens onoverkoombare meningsverschillen belandt de club in een diepe crisis. Overblijvers James Hetfield, Kirk Hammett en Lars Ulrich besluiten ten einde raad hulp van buitenaf op te roepen. Enter: bandpsycholoog Phil Towle. Als de sessie net begonnen is kapt Hetfield tijdelijk met de band en gaat naar een ontwenningskliniek om van zijn drankverslaving af te komen. De aangeslagen Hammett en Ulrich zijn radeloos, want hun nieuwe cd St. Anger moet ook nog afgemaakt worden en de vertraging was toch al niet gering. Is dit het einde van de band die al bijna een kwart eeuw bestaat?

Docufilmers Joe Berlinger en Bruce Sinofsky volgden Metallica ruim een jaar en van de 1200 uur aan materiaal die dat opleverde, hebben de mannen een twee uur durende productie gemaakt. Het resultaat mag er wezen, ‘Metallica: Some Kind of Monster’ is afwisselend grappig en indrukwekkend, maar bovenal erg interessant. Ook al heb je niets met Metallica of metal, dan nog is deze docu erg boeiend. Je bent getuige van het productieproces van een album en je ziet hoeveel bloed, zweet en tranen dat kost. Vooral de gebrekkige communicatie en de botsende ego’s van grote artiesten is bijzonder vermakelijk om te zien.

Berlinger en Sinofsky weten op subtiele wijze door te dringen tot de kern van Metallica. De band is begonnen als hobbyproject, maar ondertussen uitgegroeid tot een miljoenenbedrijf. Van het plezier van muziek maken en samen jammen is nog maar weinig overgebleven. Sterker nog: de documentaire laat zien hoe Metallica-kopstukken James Hetfield (gitarist en zanger) en Lars Ulrich (drummer en oprichter) in de loop der jaren van elkaar vervreemd zijn geraakt. Oud zeer komt naar boven en opgekropte woede en frustraties worden in hoog tempo op elkaar afgevuurd. Het duo maakt elkaar uit voor rotte vis en gitarist Kirk Hammett zit er tussenin. De arme Hammett probeert de boel te lijmen, maar echt lukken wil dat niet.

Alsof de interne problemen nog niet genoeg zijn, gaat de film nog dieper terug in de tijd om nog oudere koeien uit de sloot te halen. Zo duikt oud-Metallica lid Dave Mustaine ook nog even op om zijn gal te spuwen over de slechte manier waarop hij behandeld werd door Ulrich en companen. Ook ex-bassist Jason Newsted is niet blij met de band waartoe hij 15 jaar behoorde. Kortom: Metallica wordt compleet ontleed en dat levert schrijnend grappige scènes op. Het is bizar om collega’s die al twintig jaar of langer met elkaar samenwerken te zien bekvechten om niets. Ook worden er deuren hard dichtgeslagen en lopen mensen zonder reden boos weg. Ego’s zijn te groot geworden, helemaal raar als je nagaat dat Hetfield en Ulrich vader zijn geworden en dan toch juist verstandiger zouden moeten zijn. Mooi niet dus.

Bijzonder geestig zijn ook de beelden van een piepjonge Hetfield en Ulrich die al zuipend en rockend stadions op hun kop zetten. Van de rock ’n roll-goden die ze waren is nog weinig over. Het duo is veranderd in een stel gezapige huisvaders die liever naar de balletles van hun dochtertjes gaan kijken dan op te treden voor een afgeladen bierhal vol fans.

‘Metallica: Some Kind of Monster’ biedt een uniek kijkje in de keuken van een succesvolle band. Het siert Metallica dat ze toestemming hebben gegeven om zo’n intieme film uit te laten brengen waarin de band zo kwetsbaar overkomt. De club komt in de docu vaak kleinzerig, kinderlijk en hopeloos over. Juist die openheid in een genre waarin macho’s en alcohol en drugs de boventoon voeren, maakt deze film zo aandoenlijk.

Frank v.d. Ven