One Man Band (2005)

Regie: Andrew Jimenez, Mark Andrews | 4 minuten | animatie, korte film

Voorafgaand aan de lange Pixarfilm ‘Cars’ was de originele en grappige korte animatiefilm ‘One Man Band’ te bewonderen. Een geweldig leuk filmpje, niet in de laatste plaats door de wijze waarop muziek een integraal deel uitmaakt van het verhaal, en tevens de sfeer verzorgt van de film, maar het nadeel van de vertoning voor ‘Cars’ is dat die film – de hoofdfilm, waar de meeste aandacht naar uit zou moeten gaan – onvermijdelijk tegenvalt. Dit heeft enerzijds met de middelmatig kwaliteit van de speelfilm te maken, en anderzijds met de frisse benadering en sterke uitvoering van de korte film.

‘One Man Band’ heeft een vrij eenvoudig idee, welke op een uitbundige, spetterende manier is uitgewerkt. Bovendien is de eenvoud van het idee precies wat nodig is voor de juiste toon van de film, en is een dergelijk idee niet altijd even snel of eenvoudig bedacht. Lange tijd was het namelijk de bedoeling van de makers van de film om de twee concurrerende eenmansbandjes uiteindelijk samen te laten komen, met het idee – en zoals Bert Haanstra al eerder liet zien in ‘Fanfare’ – dat pas wanneer deze twee strijdende muzikanten samenkomen, er echt mooie, en harmonische muziek ontstaat. Een mooie gedachte, en een concept waarop de makers dus keer op keer terug probeerden te komen. Maar hoezeer ze het ook probeerden, ze slaagden er maar niet in om dit idee grappig te krijgen. Harmonie is gewoonweg niet grappig. Het is pas leuk als het fout gaat, en er één iemand als laatste lacht. Hoe simpel het idee van ‘One Man Band’ uiteindelijk ook mag overkomen, er is wel enige hersenactiviteit aan vooraf gegaan. En de resulterende keuze voor het verhaalverloop is de juist geworden.

Het oorspronkelijk idee, is nog wel in de muziekband terug te vinden. Wanneer de twee bandjes driftig tegen elkaar in spelen, hoor je als kijker, of luisteraar, dat het om dezelfde melodie gaat, en dat het samen toch ook best grappig klinkt, vooral omdat het om verschillende instrumentengroepen en stijlen gaat – de één big band, met veel blaasinstrumenten en trommels; en de ander voornamelijk snaarinstrumenten, met af en toe een pianootje.

De manier waarop ze steeds meer instrumenten tevoorschijn toveren om het kleine meisje met haar geldstuk te kunnen overdonderen, is komisch en interessant, maar vooral het kleine meisje zelf maakt het filmpje tot een groot succes. Hoe ze steeds betoverd raakt door dan de ene en dan weer de andere band, met haar grote ogen en vrolijke glimlach, is erg aanstekelijk. Maar het mooiste moment vindt plaats wanneer ze door de overmoedige eenmansbands haar muntstuk laat vallen, en deze in een put rolt. Eerst is ze verdrietig, maar dan kwaad, met een uitdrukking op haar gezicht die onbetaalbaar is. Boos strekt ze haar arm uit en houdt ze haar hand op, (non-verbaal) vragend om geld aan de twee muzikanten. Wanneer ze niets hebben, eist ze een instrument op om zelf geld te gaan verdienen en de twee eenmansbands eens goed op hun nummer te zetten.

‘One Man Band’ is misschien niet altijd even hilarisch, maar is door zijn aantrekkelijke integratie van muziek in de film, het leuke centrale idee, en de verschillende emoties die het meisje ten toon spreidt, een absolute topper.

Bart Rietvink