Promises (2001)

Regie: B.Z. Goldberg, Justine Shapiro, Carlos Bolado | 106 minuten | documentaire | Met: Moishe Bar Am, Faraj Adnan Hassan Husein, Mahmoud Mazen Mahmoud Izhiman, Daniel Solan, Yarko Solan

‘Promises’ gooide hoge ogen op internationale filmfestivals. Zo won deze documentaire in 2001 de publieksprijs op het Rotterdamse Filmfestival. Een jaar later was ‘Promises’ in de race voor een Oscar. Al deze lof is niet vreemd: de documentaire boeit van begin tot eind.

Zo klapperen je oren als je hoort hoe de Palestijnse en Joodse hoofdrolspelertjes over elkaar praten. ‘Als ik het voor het zeggen had, dan zou ik alle Arabieren laten verdwijnen’, meldt een kind van amper negen jaar. ‘Hoe meer Joden we ombrengen, hoe minder we er overhouden’, redeneert een ander ventje. De kinderen, hiertoe ‘geïnspireerd’ door volwassenen, lijken te worden meegezogen in een kolkstroom van haat en wraak.

In ‘Promises’ figureren kinderen die eigenlijk geen kinderen meer zijn: alle negen- tot dertienjarigen hebben wel een familielid of een vriend verloren en hebben iets ‘hards’ over zich. Ze zijn nu al getekend door het leven en zijn altijd op hun hoede. Ze beseffen maar al te goed dat overal iets kan gebeuren. Angst is een onlosmakelijk onderdeel van hun leven. ‘Stap ik in de bus, dan kijk ik altijd of ik een verdacht persoon zie.’

Het is ontroerend om te zie hoe open de kinderen tegen B.Z. Goldberg, een van de regisseurs, zijn. Indrukwekkend is de scène waarin hij aan een Palestijns jongetje, dat zijn hand vasthoudt, vertelt dat hij Joods is. Het jongetje kan het niet geloven: B.Z. is té vriendelijk voor een Jood. Hij haalt even diep adem en concludeert dan: ‘Jij bent een Amerikaanse Jood en daarom ben je niet zoals de Joden die hier wonen.’ Vervolgens pakt hij de hand van B.Z. nog wat steviger beet. Ook de scènes waarin de Joodse en Palestijnse kinderen met elkaar op stap gaan ontroeren: een paar minuten na de eerste kennismaking lachen, stoeien en praten ze met elkaar alsof ze al jaren de grootste vrienden zijn. Weg is al hun gespierde taal, hun bravoure, hun haat…

Hoopgevend is de kennis die de kinderen aan deze ontmoetingen overhouden. Een Palestijns meisje vat dit samen: ‘Als we elkaar niet willen ontmoeten, krijgen we nooit vrede. We moeten samen om de tafel gaan zitten en onze ervaringen uitwisselen. Als we blijven praten, krijgen we meer respect voor elkaar.’ Wijze woorden komen ook van een Joods jongetje dat zegt: ‘In een conflict verliezen beide partijen veel, hoe kan er dan een winnaar zijn?’

‘Promises’ toont dat kinderen niet alleen als slachtoffer van hun omgeving moeten worden gezien, maar als ‘ontwerpers’ van de toekomst: nu ze nog jong zijn, zijn ze nog niet helemaal opgeslokt door de haat die in deze regio regeert en staan zij nog open voor een dialoog. Dus, zo lijken de makers wel uit te willen schreeuwen, breng Joodse en Palestijnse kinderen met elkaar in contact. Dan zullen ze ontdekken dat er tussen hen meer overeenkomsten dan verschillen zijn. Het gevolg? Meer respect, meer begrip en, wie weet, een vreedzame oplossing van het conflict. Naïef? Tja. Maar niets doen is al helemaal geen optie. Ook dat maakt deze documentaire duidelijk.

Patricia Jacob