Saw IV (2007)

Regie: Darren Lynn Bousman | 108 minuten | horror, thriller | Acteurs: Tobin Bell, Lyriq Bent, Costas Mandylor, Scott Patterson, Angus Macfadyen, Justin Louis, Sarain Boylan, Shawnee Smith, Betsy Russell, Athena Karkanis, Simon Reynolds, Donnie Wahlberg, Bahar Soomekh, Dina Meyer, Mike Realba, Marty Adams, Billy Otis, James Van Patten, David Boyce, Kevin Rushton, Julian Richings, Kelly Jones, Ingrid Hart, Janet Land, Ron Lea, Joanne Boland, Zoe Heath, Bill Vibert, Devon Bostick, Tony Nappo, Emmanuelle Vaugier, Noam Jenkins, Mike Butters, J. LaRose, Oren Koules, Kim Roberts, David Webster, Shauna Black, Darrell Dennis, Tracy Ferencz, Catherine Fitch, Christopher Marren, Christopher Morris, Geoffrey Pounsett

Met alweer het vierde deel uit de ‘Saw’-serie lijkt er geen einde te komen aan de sadistische martelingen van Jigsaw. Het verhaal dat goed beschouwd weinig om het lijf heeft, is niet veel meer dan een aaneenschakeling van bloederige, gruwelijke scènes met veel gore. De openingsscène past dan ook goed binnen dit plaatje. De film begint met de autopsie op het lichaam van John ‘Jigsaw’ Kramer, waarbij de patholoog anatoom in de maag de eerste geluidstape in de film vindt. Hiermee is het startsein voor zo’n negentig minuten gruwelen gegeven.

Dit is ook de exacte tijd die SWAT-leider Rigg krijgt om het leven van twee van zijn verdwenen collega’s redden. Om de puzzel op te lossen en ook zichzelf te bevrijden wordt Rigg door middel van geluidstapes van locatie naar locatie gestuurd. Rigg, die volledig opgaat in zijn werk en iedereen wil redden, staat bij zijn opdrachten telkens voor de keuze of hij het slachtoffer moet helpen of dat het slachtoffer zichzelf moet redden. Dat de personen in kwestie de nodige folteringen moeten ondergaan, spreekt voor zich. Voor deze folteringen hebben de makers weer bizarre situaties en werktuigen bedacht. Dat alles draait om de martelingen, blijkt uit het feit dat personages geen diepgang hebben en de dialogen nietszeggend zijn. Ook is er in verhouding meer aandacht geschonken aan het in beeld brengen en de montage van deze scènes. Op MTV-achtige wijze en ondersteund door een harde soundtrack wordt alles getoond.

John, die dood is, komt toch nog veelvuldig in beeld. De filmmakers hebben ervoor gekozen om de kijker door het tonen van flashbacks uit te leggen waarom John veranderd is van een rustige en liefhebbende echtgenoot in een gewelddadig, koelbloedig en sadistisch monster, die zijn slachtoffers telkens de vraag stelt of zij het waard zijn om te leven. Of dit achtergrondverhaal nu hetgene is waar de kijker op zit te wachten valt te betwijfelen. De clichématige uitleg doet het ‘Saw’-principe geen eer aan. Het ligt eerder voor de hand dat de makers niet het risico wilden nemen om een film zonder Tobin Bell te maken. Immers, Tobin Bell is de vereenzelviging van Jigsaw en dankzij zijn vertolking en aanwezigheid lopen de rillingen al over je rug.

Bij gebrek aan een goed script of een creepy hoofdpersonage zullen de martelscènes en puzzels van zo’n hoog niveau moeten zijn dat zij de aandacht van de kijker vasthouden. Dit is niet weggelegd voor ‘Saw IV’. Eigenlijk valt er niets vernieuwends te melden. We hebben alles al een keer, of zelfs meerdere keren gezien. Geen verrassingseffecten, maar goedkope spanningsmomenten, die gecreëerd worden door plotselinge harde geluidseffecten. Voor de doorgewinterde horrorfan is het allemaal gesneden koek. Maar op zijn tijd is een plakje koek best wel te verteren.

Lodi Meijer