Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

Regie: F.W. Murnau | 95 minuten | drama, thriller, romantiek | Acteurs: George O’Brien, Janet Gaynor, Margaret Livingston, Bodil Rosing. J. Farrell MacDonald, Ralph Sipperly, Jane Winton, Arthur Housman, Eddie Boland

De Duitse regisseur F.W. Murnau, bekend van grote films als ‘Nosferatu’, ‘Faust’, en ‘The Last Laugh’, maakte met ‘Sunrise’ duidelijk dat hij ook in Amerika meesterwerkjes kon produceren. De film is een technisch hoogstandje geworden; een film die mooi laat zien waar de stille film allemaal toe in staat is. Dat zaken als belichting, camerawerk, en zelfs tussentitels uitstekend dramatisch kunnen worden ingezet, en een verhaal zeer effectief kunnen vertellen. De film laat ook zien dat een verhaal, of het karakter hiervan, niet allesbepalend hoeft te zijn voor de richting of uitwerking van een film. In dit geval doet een samenvatting van het verhaal vermoeden dat ‘Sunrise’ een onvervalste, oppervlakkige tranentrekker is. Maar hoewel de film zeker op uitvoerige wijze de hartsnaren bespeelt, gaat het hier niet om een soapachtige film zonder artistieke waarde. Nee, Murnau slaagt er door zijn technische bekwaamheid en de concentratie op pure emotie juist in dat het simpele verhaal naar een hoger plan wordt getrokken.

De film is grofweg verdeeld in drie akten, die allemaal hun eigen sfeer hebben. In het eerste deel van de film heb je als kijker nog nergens de indruk dat het verhaal een behoorlijk zoete, emotionele aangelegenheid zal worden. Wat opvalt is de mysterieuze sfeer van de film, de naamloze donkerharige vrouw, die haar tijd neemt om bij – zo blijkt later – haar minnaar (George O’Brien) op bezoek te gaan, maar waarvan wij het verhaal nog helemaal niet kennen. Even denkt de kijker dat zij het hoofdpersonage in de film zal worden. Op filmische wijze wordt er spanning opgebouwd en wordt de kijker even in haar schoenen geplaatst, niet in de laatste plaats door een mooi uitgevoerd “following shot” waarbij we de vrouw in een onafgebroken take volgen wanneer ze het landweggetje afloopt, en verschillende huizen passeert, om vlakbij de boerderij van haar geliefde aan te belanden. Het blijkt echter niet om een schattig en onschuldig stelletje te gaan, maar om een sluwe dame en een vreemdgaande man, die al enige tijd getrouwd is en een kind heeft. Maar hij is al lange tijd niet meer gelukkig met haar, vermoedelijk vanwege een simpel geval van huwelijkse sleur, en de andere vrouw vormt een spannende afleiding voor de man. Het wordt echter een stuk grimmiger wanneer zij voorstelt om zijn vrouw te vermoorden, om er vervolgens samen vandoor te gaan.

Deze hele eerste sectie van de film lijkt in niets op een melodrama, maar doet eerder denken aan een film noir, zowel wat betreft de moordplannen van deze femme fatale als de algehele duistere sfeer en de expressionistisch aandoende setting, met het in duisternis en in mist gehulde dorpje dat regelmatig in beeld komt. Dit gedeelte van de film slaagt er goed in om echte spanning op te wekken. Helemaal wanneer de man instemt met het plan van zijn minnares en zijn niets vermoedende vrouw meeneemt op een gezellig boottochtje, maak je je als kijker daadwerkelijk zorgen om het lot van deze lieve vrouw.

En dan is er de omslag. De man ziet van zijn gruwelijke daad af, en roeit zijn vrouw terug naar de kant. De vrouw heeft echter onverbloemd gezien wat de man van plan was, met waanzin in zijn ogen, en is nu zowel bang als immens verdrietig geworden. Eenmaal aan de kant aangekomen, gaat ze er daarom razendsnel vandoor, op de hielen gezeten door haar man, die tot inkeer is gekomen en nu alles op alles probeert te zetten om zijn vrouw terug te winnen en haar van zijn liefde te overtuigen. Dit is een zware dobber, maar na lang aanhouden, gaat ze toch inzien, dat hij écht spijt heeft. Haar ommekeer en zijn diepe treurnis is zeer intens en is in enkele bijzonder  krachtige scènes gevat. Het eerste moment dat zij hem zelfs maar een blik waardig gunt, is wanneer ze dan eindelijk maar ergens gaan zitten in een restaurant, en hij haar een schaal met cakejes toeschuift. Het moment van toenadering van haar kant vindt plaats wanneer ze zo’n cakeje van hem aanneemt en hier half in bijt, om vervolgens in huilen uit te barsten. Het tweede sleutelmoment vindt plaats wanneer ze samen een kerk bezoeken waar een kersvers bruidspaar elkaar eeuwige trouw belooft, waarbij de inmiddels gebroken man in huilen uitbarst en de woorden van de pastoor herhaalt, opnieuw trouw zwerend aan zijn vrouw. Vanaf dat moment is het alsof het tweetal ook daadwerkelijk opnieuw in het huwelijk is getreden. Het is alsof ze elkaar net kennen, en glinsteren als ze naar elkaar kijken en zijn zelfs weer jaloers wanneer iemand anders maar naar de partner kijkt. Het is prachtig om hun geluk weer te zien opbloeien, na alles wat ze hebben meegemaakt.

De ironie is dat dit nieuw hervonden geluk in de derde akte van korte duur zou kunnen zijn wanneer er een heftige storm komt opzetten tijdens de boottocht naar huis. Weer neemt de film een grimmige wending, en verandert het vrolijke, zoetsappige verhaal, weer in een spannende thriller, waar leven en dood dicht bij elkaar liggen.

Het leeuwendeel – het middenstuk – bestaat echter uit romantisch melodrama en het is maar gelukkig dat de uitvoering hiervan zo bijzonder is en dat de film technisch gezien zo interessant is, aangezien louter het simpele verhaal inhoudelijk gezien niet bevredigend genoeg zijn geweest. Afgezien van de al genoemde stijlelementen, komt er nog een scala aan mooie visuele vondsten in de film voor. Wanneer de man thuis zit, vlak voor de geplande moord, worden zijn gedachten namelijk zichtbaar beheerst door zijn dominante minnares, door middel van langzaam in het frame verschijnende beelden van deze vrouw, die de man omhelzen. Een elegante oplossing. Dan is er de scène in de tram, wanneer Janet Gaynor van haar man probeert weg te komen, maar deze nog net wist in te stappen. De vrouw staat de hele rit voorover gebogen, van haar man afgewend, terwijl de kijker vanuit de tram beelden van de stad te zien krijgt en de sensatie krijgt een passagier in dit voertuig te zijn. Vervolgens is de mentale tocht naar het bos van de elkaar op straat omhelzende geliefden zichtbaar kunstmatig, maar erg romantisch. Middels achtergrondprojectie kunnen ze, zonder te kijken en gewond te raken een drukke straat oplopen, en in gedachten (en voor de kijker zichtbaar) in een romantisch woud terecht komen. Tot het moment dat ze bruut verstoord worden door toeterende auto’s. Er zitten zelfs nog wat surreëel overkomende momenten en slapstickhumor in de film, met een ontsnapte, en dronken big in de hoofdrol, en de afzakkende schouderbandjes van de jurk van een bij een bal aanwezige vrouw. Deze laatste scène waarbij de man die naast haar staat steeds opnieuw het bandje van de vrouw weer goed doet, zou niet misstaan in een Chaplin film.

Maar vooral is het de pure emotie van het getroebleerde echtpaar dat van het scherm spettert. De populariteit van Janet Gaynor – en haar voor deze film verkregen Oscar – is niet moeilijk voor te stellen bij het zien van deze film, aangezien ze werkelijk onweerstaanbaar schattig is, en het bijzonder lastig te begrijpen is dat iemand haar iets zou kunnen aandoen.

F.W. Murnau heeft met ‘Sunrise’ het aanwezige melodrama verheven tot iets kunstzinnigs en tot een intense, want zeer gefocuste ervaring gemaakt. Voor mensen die niet vies zijn van een hyperemotionele film die zich vrijwel uitsluitend concentreert op – verloren en hervonden – liefde, is ‘Sunrise’ zonder meer de moeite waard. Daarbij is het ook nog eens een filmisch kunststukje.

Bart Rietvink