The Boss of It All-Direktøren for det Hele (2006)

Regie: Lars von Trier | 95 minuten | komedie | Acteurs: Jens Albinus, Peter Gantzler, Benedikt Erlingsson, Iben Hjejle, Henrik Prip, Mia Lyhne, Casper Christensen, Louise Mieritz, Jean-Marc Barr, Sofie Gråbøl, Anders Hove, Fridrik Thor Fridriksson

Terwijl zijn films onderling enorm van elkaar verschillen, kent het oeuvre van de Deense ideeënfabriek Lars von Trier toch één leidend beginsel: de noodzaak tot experiment. Van de hypnotiserende zwart-wit beelden van ‘Europa’ en de veredelde toneelregistratie van ‘Dogville’, tot de declamatie en toepassing van de intussen zeer invloedrijke Dogmeregels: altijd is er volop ruimte voor experimenten. Hoewel de resultaten van die experimenten niet altijd even memorabel zijn, blijft een nieuwe Von Trier zo wel iets om naar uit te kijken.

De meest recente productie van de Deen heet ‘The Boss of It All’ en hierin experimenteert hij weer vrolijk verder. Zijn nieuwste speeltje heet Automavision: een procédé waarbij niet de regisseur maar een computer beslist wat de camera gaat doen. Aangezien die computer niets weet van esthetische principes zijn de beelden en bewegingen van de camera volledig willekeurig. Zo vallen personages vaak geheel of gedeeltelijk buiten het kader en verschiet de film regelmatig van kleur. Om het feest compleet te maken blijkt ook het geluidsbeeld een rommeltje en is de montage van het meest springerige soort.

Dit alles zorgt ervoor dat de kijker het eerste half uur maar weinig plezier beleeft aan deze komedie. Toch is het niet alleen de technische spielerei die van het eerste deel zo’n moeizame onderneming maakt. De personages wijken flink af van het gebruikelijke en de humor heeft weinig te maken met echte grappen maar zit meest verscholen onder de oppervlakte van de gebeurtenissen. Normaal gesproken geen probleem voor een beetje filmliefhebber, maar gevoegd bij de filmische experimenten blijkt het hier wat teveel van het goede.

Merkwaardig genoeg wordt na dat eerste half uur ‘The Boss of It All’ prima genietbaar. Eenmaal eraan gewend blijkt Automavision een geschikt middel om alle aandacht te richten op verhaal, dialoog en acteerprestaties, zonder dat je als kijker wordt gemanipuleerd door camerabewegingen of andere filmische foefjes. Daarbij raak je steeds meer gewend aan al die maffe typjes en kent het toch al sterke verhaal steeds leukere wendingen. Bovendien wordt er over de hele linie sterk geacteerd, waarbij vooral Mia Lyhne opvalt als de schattige Heidi A.

Zo is ook de nieuwste film van de inmiddels vijftigjarige Deen weer een bijzonder geval geworden. Het is niet erg waarschijnlijk dat Automavision evenveel navolging zal krijgen als Dogme, al was het maar omdat de beelden hier teveel afwijken van iedere esthetische conventie. Tegelijk blijft de vraag of ‘The Boss of It All’ niet een stuk sterker was geworden als Von Trier het wat traditioneler had aangepakt. Aan de andere kant, een film die je een half uur weet te ergeren om daarna een vol uur te amuseren, past eigenlijk prima binnen het oeuvre van die eigenzinnige Deen.

Henny Wouters