The Last House on the Left (2009)

Regie: Dennis Iliadis | 100 minuten | drama, horror, thriller | Acteurs: Monica Potter, Tony Goldwyn, Garret Dillahunt, Michael Bowen, Joshua Cox, Riki Lindhome, Aaron Paul, Sara Paxton, Martha MacIsaac, Spencer Treat Clark, Usha Khan

Het is onduidelijk wat precies het doel is van deze remake van Wes Cravens ‘The Last House on the Left’ uit 1972, wat weer een variatie was van Ingmar Bergmans ‘The Virgin Spring’ uit 1960. De eerste helft van de film lijkt naar een psychologische exploratie van thema’s als misdaad, schuld, wroeging, wraak, en verlies toe te werken, terwijl dit aspect door een onthulling halverwege de film en de emotieloze focus op vergeldingsacties en een belachelijk coda volkomen teniet wordt gedaan. Tegelijkertijd blijft het gehalte aan gore zodanig binnen de perken dat de liefhebber van bloed en mutilaties ook niet aan zijn trekken komt. Ook als pure exploitatiefilm werkt de film dus niet, hoewel de film zich wel richt op het “comfort” van de wraak en zo de toeschouwer een “veilige” uitweg bezorgt. De aanwezigheid van de nare verkrachtingsscène is hiermee volkomen zinloos. De film bevindt zich nu in een ongemakkelijk niemandsland tussen een psychologisch drama en een exploitatie-thriller/horror. Jammer, want regisseur Iliadis laat zien voor beide benaderingen gevoel te hebben. Door geen duidelijke richting te kiezen, is de film echter vlees nog vis.

Het is een interessant gegeven, dat de ouders van een verkracht en vermoord kind in contact komen met haar moordenaar(s) en hier langzamerhand achterkomen. Welke (conflicterende) gevoelens maken zich van hen meester? Moeten ze meteen eigen rechter spelen en de moordenaars een koekje van eigen deeg geven? Kunnen ze beter vluchten, ze misschien aangeven bij de politie, en elders een zo goed mogelijk bestaan zien op te bouwen? Welke plaats neemt het verdriet in bij hun overwegingen? Hoe gaan ze met het verlies om?

Deze vragen en meer hangen in de lucht wanneer de moordenaars bij toeval in het huis van de ouders terechtkomen. Het zijn erg beladen momenten wanneer deze sympathieke mensen de moordenaars van hun dochter opnemen in hun huis, verzorgen, en zelfs een slaapplaats aanbieden. De terughoudendheid en angst bij de moeder wordt echter zeer goed gevat door Monica Potter. Ze blijft beleefd, maar je ziet dat ze zich steeds afvraagt wie deze mensen precies zijn en of ze ze wel kan vertrouwen. En dan weet ze nog niet eens wat er met haar dochter is gebeurd en wat deze bezoekers werkelijk op hun geweten hebben. De vader, die dokter is, hecht de gebroken neus van één van hen, en de moeder smeert er een zalfje op en zet warme chocolademelk. “Thank you, Emma,” tutoyeren de moordenaars, alsof ze dagelijks bij elkaar op de koffie komen. Het zorgt voor koude rillingen.

Interessant is de aanwezigheid van Justin, die indirect verantwoordelijk is voor de ontmoeting tussen de verkrachters en dochter Mari (Sara Paxton). Hij is namelijk in feite een beste jongen, maar heeft nauwelijks geprotesteerd toen Mari verkracht werd, en gaat pas later echt actie ondernemen. Hoe zit het met zijn schuldvraag, en hoe gaan de ouders van Mari met hem en zijn betrokkenheid bij de moord om?

Er zit, kortom, een hoop inhoudelijke potentie in de film. Toch wordt er met deze schat aan intrigerende thematiek weinig tot niets gedaan. Justin lijkt vergeven te worden door de ouders, maar verder worden alle moeilijke vragen uit de weg gegaan ten faveure van een serie wraakacties, waarvan de eerste nog spannend opgebouwd is, maar waarna vervolgens vooral verveling inzet. Als de moorden nu nog origineel of verschrikkelijk over-de-top zouden zijn geweest, zodat de gore-hound er nog iets aan had gehad, maar nee, ook dat is teveel gevraagd. Regisseur Iliadas lijkt het genoeg te vinden om de kijker te “prikkelen” met een gruwelijke moord en verkrachting en psychologische spanning, maar lijkt dan de moed te ontberen om hier daadwerkelijk wat mee te doen. Het zou natuurlijk te gek zijn wanneer de kijker daadwerkelijk zou moeten nadenken over en meevoelen met de gevolgen van een traumatische ervaring als een moord of verkrachting binnen een gezin. Het gevoel van pijn of verlies mag niet overheersen, dus moeten de moordenaars maar even “fijn” hun verdiende loon krijgen, zodat de kijker weer rustig kan slapen. De rechtschapen ouders vragen zich vervolgens ook geen moment af of hun daden “goed” of gerechtvaardigd zijn. Er vindt zelf excessieve marteling plaats, die volkomen onnodig is, maar waarbij de kijker wordt uitgenodigd om te juichen in plaats van na te denken. Terwijl deze mensen toch in eerste instantie overkwamen als intelligente, en moreel zeer (zelf)bewuste lieden. Enige tweestrijd omtrent hun wraakacties was het minste wat te de regisseur had kunnen bieden. Wanneer ze dan uiteindelijk toch voor bruut geweld kiezen, maakt het nog meer indruk. Het is nu wat al te “makkelijk” allemaal.

Van pure exploitatie kan misschien niet gesproken worden, door de psychologische inhoud die ergens aanwezig is, maar Iliadis bedient zich wel degelijk van dit soort elementen. Waarom dan die close-ups op het slipje en bh van Mari wanneer zij gaat zwemmen (in shots die geen point-of-view kunnen zijn van de moordenaars), en waarom zoveel onnodig bloot? (een van de misdadigers doet om de haverklap haar topje af of is met haar blote borsten in beeld te zien). Maar “gelukkig” is de film voor ongeveer de helft van zijn speelduur intrigerend te noemen. Jammer dat de regisseur de moed niet had om een duidelijke richting te kiezen.

Bart Rietvink