The Pianist (2002)

Regie: Roman Polanski | 150 minuten | drama, oorlog, biografie | Acteurs: Adrien Brody, Thomas Kretschmann, Frank Finlay, Maureen Lipman, Emilia Fox, Ed Stoppard, Julia Rayner, Jessica Kate Meyer, Michal Zebrowski, Wanja Mues, Richard Ridings, Nomi Sharron, Anthony Milner, Lucy Skeaping, Roddy Skeaping

Het leven van regisseur Roman Polanski is veelbewogen. De Pools-Joodse familie Polanski moest Parijs, waar zoon Roman in 1933 werd geboren, in 1937 verlaten vanwege het groeiende antisemitisme in de lichtstad. De kleine Roman overleefde de bombardementen op Warschau, maar zijn moeder stierf in een concentratiekamp. Jaren later verloor hij zijn geliefde Sharon Tate, toen de actrice en hun nog ongeboren kind in hun eigen huis werden vermoord door aanhangers van de satanistische sekteleider Charles Manson. En eind jaren zeventig werd hij in de Verenigde Staten persona non grata vanwege zijn vermeende relatie met een minderjarig meisje. Sinds 1978 is hij het land niet meer in geweest. Daardoor kon hij in 2003 niet de Oscar voor beste regisseur voor zijn film ‘The Pianist’ in ontvangt nemen. Een Oscar die hij dubbel en dwars verdiende.

‘The Pianist’ is de meest persoonlijke film die Polanski tot nu toe maakte. Eerder maakte hij furore met films als ‘Chinatown’, ‘Rosemary’s Baby’, ‘Repulsion’ en ‘Tess’. Heel andere films dan het realistische verhaal over de pianist Wladyslaw Szpilman. Polanski baseerde deze film op de autobiografie van Szpilman, maar hij kan zelf ook meespreken over de materie aangezien hij er in zijn jonge jaren keihard met zijn neus op de gruwelijke feiten van de Tweede Wereldoorlog werd gedrukt. De herinneringen uit zijn kindertijd wilde hij altijd al ooit verfilmen. Toen Steven Spielberg hem tien jaar geleden vroeg ‘Schindler’s List’ te maken, was hij er echter nog niet klaar voor. Toen de autobiografie van Szpilman opnieuw werd uitgebracht in 1998 gaf deze hem wel de juiste aanknopingspunten om een film te maken.

Aan het begin van de film maakt de kijker kennis met de familie Szpilman in Warschau in 1939. De eerste tekenen van het naderende onheil dienen zich reeds aan: joden mogen zich niet in parken vertonen, ze zijn verplicht blauwe Davidsterren te dragen en ze mogen maar een beperkt geldbedrag bezitten. Het wordt echter nog erger. De familie Szpilman verhuist gedwongen naar het getto en daarna naar barakken om uiteindelijk in de rij voor de deportatietreinen te belanden. De jonge Wladyslav raakt hier van zijn familie gescheiden en vanaf dit moment is alles voor hem nog slechts een kwestie van overleven. De rest van de film toont zijn ontberingen en zijn ‘worstelingen met het leven’. Hij belandt van de ene uitzichtloze situatie in de andere, maar zijn liefde voor muziek houdt hem op de been en redt hem uiteindelijk zelfs het leven. Van zijn familie wordt niets meer vernomen…

Polanski filmt het verhaal zonder al te veel franje, in een simpele, ogenschijnlijk onbewogen stijl. Dode mensen op straat worden bijna voor ‘normaal’ aangenomen. ‘The Pianist’ is een film gemaakt met nederigheid en intelligentie en hoewel het niet Polanski’s eigen holocaustverhaal is, is het duidelijk dat dit de film is waar hij zijn hele leven op heeft gewacht. Pawel Edelman heeft de film schitterend opgenomen, vol diep donkerbruine tinten. Wat de film vooral laat zien, is de griezelige mengeling van het willekeurige, persoonlijke sadisme van individuele Duitse soldaten en de wreedheid van het systeem dat zijn representeren. Polanski onthoudt zich wijselijk van commentaar en laat de feiten voor zich spreken.

De keuze voor Adrien Brody als Szpilman is de juiste geweest. De toen relatief onbekende acteur onderging een indrukwekkende vermageringskuur om zijn personage er tegen het einde van de film – en dus van de oorlog – ongezond mager, haast als een geestverschijning, uit te laten zien. Bovendien is hij in de tweede helft van de film zo’n beetje het enige personage dat in beeld komt, wanneer hij schuilplaatsen zoekt in het verlaten en apocalyptische getto. Via een reeks verbazingwekkende ontsnappingen weet hij steeds op het nippertje uit de handen van de nazi’s te blijven, maar hij raakt daardoor wel geïsoleerd en overgeleverd aan de goede wil van vreemden. Een sublieme prestatie dat Brody die zware last weet te dragen met louter gezichtuitdrukkingen en lichaamstaal (want spreken doet de ingetogen Szpilman niet veel). Het was dan ook geheel terecht dat hij de Oscar voor beste acteur in ontvangst mocht nemen. De overige acteurs, onder wie Thomas Kretschmann – later bekend door zijn rollen in ‘Der Untergang’ en ‘King Kong’ – spelen marginale rollen; alles draait om Szpilman.

Het met prijzen overladen ‘The Pianist’ wordt veel vergeleken met dat ándere veelgeprezen oorlogsdrama waarin een persoon de centrale spil is, ‘Schindler’s List’. Een belangrijk verschil tussen beide films is dat in ‘The Pianist’ minder nadruk wordt gelegd op melodrama en sentimentaliteit. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de scène waarin Szpilman afscheid neemt van zijn familie hooguit enkele minuten duurt. Ook krijgt de kijker aan het eind van de film geen overzicht van wat er met iedereen is gebeurd (alleen van Szpilman zelf en de Duitse officier Hosenfeldt). Polanski hierover: “I wanted to stick as close as possible to reality and avoid any Hollywood-style make-believe.” De regisseur voorziet ons van zoveel zowel hartverscheurende als hartverwarmende details, dat die ‘nuchtere’ aanpak de meest respectvolle en de enige juiste blijkt.

Polanski heeft zichzelf overtroffen, want ‘The Pianist’ is werkelijk een meesterwerk, een film die door je hoofd blijft spoken. Onbegrijpelijk dan ook dat de Oscar voor de beste film van 2002 naar het overgewaardeerde ‘Chicago’ ging…

Patricia Smagge