Un conte de Noël (2008)

Regie: Arnaud Desplechin | 150 minuten | drama, familie | Acteurs: Catherine Deneuve, Jean-Paul Roussillon, Mathieu Amalric, Emile Berling, Françoise Bertin, Laurent Capelluto, Anne Consigny, Emmanuelle Devos, David Frenkel, Hippolyte Girardot, Romain Goupil, Samir Guesmi, Azize Kabouche, Chiara Mastroianni, Miglen Mirtchev, Clément Obled, Thomas Obled, Melvil Poupaud

Het lijkt wel of de Franse cinema in twee perioden in te delen is: die van vóór ‘Amelie’ en die van erna. Niet dat iedereen in Frankrijk tegenwoordig ‘Amélie’ klonen maakt, integendeel. De deur werd alleen geopend naar film als authentieke culturele uitingsvorm. Of eigenlijk: heropend. Vroeger was Frankrijk hét land van ‘de betere film’, denk aan beroemde regisseurs als Godard, Truffaut en Malle. Die naam had het land jammerlijk verspeeld door steeds meer pretentieuze draken van films te maken, waarin vooral werd gepraat om te praten, leek het. Veel mensen begonnen Frankrijk als filmnatie al af te schrijven. Totdat Jean-Pierre Jeunet hard een streep trok door het Franse filmimago.

Ineens mochten men weer creatief zijn, eigenzinnig en toch onderhoudend. Bovendien was men de arrogantie ontgroeid te denken dat er alleen maar goede films worden gemaakt in Frankrijk, want ook dat chauvinistische trekje deed de Franse cinema eveneens de das om. En die das is gelukkig helemaal af. De huidige films zijn Franser dan ooit, maar hebben zich ook laten beïnvloeden door cinema uit andere landen en gelukkig niet te veel Hollywood. Alle pogingen om wel een Hollywoodachtige titel te verkopen buiten Frankrijk (zoals de ‘Asterix’ films) liepen uit op niets. Gelukkig maar. De Fransen zijn volwassen geworden.

Catherine Deneuve is glorieus, de memorabele scènes met de enige zoon “van wie ik niet houd” knetteren van dubbelzinnigheid, ook dankzij een geniale rol van één van Frankrijks grote talenten Mathieu Amalric, van onder andere ‘Un secret’ en ‘The Diving Bell and the Butterfly’ (Le Scaphandre et le papillon’). De scène waarin hij de brief aan zijn zus als een monoloog der wrake voordraagt aan de camera is krachtig. Oudste dochter Elizabeth (Anne Consignia) is tenenkrommend irritant in haar onverbiddelijke en onredelijke haat jegens haar broer. Vader (Jean-Paul Roussillon) is joviaal en meegaand tot op het bot, de spanningen zijn om te snijden, elke seconde boeit. De film duurt tweeënhalf uur en kent eigenlijk geen serieuze inzakkers, terwijl er, op zijn Frans, toch heel wat afgeluld wordt. Elke scène is ook belangrijk, elk zinnetje, hoe terzijde ook, wordt met aandacht en toch een vanzelfsprekende nonchalance op het scherm gebracht.

Dit is vlekkeloze regie van Arnaud Desplechin en een inventieve vorm, zonder te overdrijven, dit is acteerwerk van de bovenste plank, wat gevoed wordt door een complex, maar uitgekiend scenario, waarin vooral echte mensen, die veel zeggen, maar slecht communiceren, centraal staan. Mensen die leven, met elkaar, elkaar soms haten, maar ook een diepe liefde voelen, een liefde die pijn doet. En die pijn is voelbaar. En ze draaien maar om elkaar heen, doen wat ze willen, of wat een ander wil, komen met elkaar, hortend en stotend de kerstdagen door.

Aan het einde is het dan eindelijk rond en toch is er weinig uitgelegd, maar we hebben veel gevoeld en ervaren, maar niet alles. Sterker nog, de film nodigt best uit om nog eens te kijken en nog eens en nog eens. Want cinema op zijn allerbest: meeslepend, creatief in vorm, licht intellectueel, licht literair, maar niet arrogant, persoonlijk, technisch vlekkeloos, mooi gefilmd maar nooit te dik er bovenop, een prachtige uitgebalanceerde en verrassende soundtrack en op een subtiel manier met een zeer persoonlijke stijl. Met deze titel en de vele goeie titels van de afgelopen jaren zoals ‘Le scaphandre et le papillon’ of ‘Il y a longtemps gue je t’aime’, om maar een kleine greep te doen, bewijst Frankrijk weer een leidende rol te kunnen spelen in de internationale cinemawereld.

Arjen Dijkstra